Zeg jij ook steeds ja? En denk je even later: waarom toch? Ik dus ook. Dit keer op het strand. Vlak naast me ligt een man. Zo iemand die na een kwartier al bruiner is dan ik na twee weken bakken.
Dan staat hij op, wijst naar zijn tas en zijn handdoek en vraagt me in Spaans-Engels of ik even op zijn spullen wil letten. Hij wil zwemmen.
“Si”, zeg ik zonder nadenken. Dat doe ik vaker. Als iemand in de supermarkt vraagt of hij voor mag omdat hij maar één boodschap heeft? Zeg ik ja. Als iemand hulp nodig heeft met een kinderwagen op een trap? Natuurlijk. Of even naar het station gebracht moet worden? Zit ik al in de auto. Kleine moeite.
“Sí, claro”, herhaal ik in nonchalant Spaans. De man loopt de zee in. Ik kijk hem na alsof hij na een korte duik wel terugkomt. Ik straal blijkbaar vertrouwen uit. Stiekem best lekker, maar lang duurt mijn euforie niet.
'Dochter werd 20 en keek uit naar de visite, alleen ... die kwam niet'
Het is warm op het strand van Sitges. Na tien minuten begint mijn nieuwe functie als oppasser minder prettig te voelen, het is nu heet. Na een kwartier verschroeiend. Ik wil ook de zee in. Maar dat kan niet. Ik bewaak een tas waarvan ik niet weet wat erin zit. Misschien een portemonnee, misschien een telefoon, misschien zijn paspoort, misschien helemaal niks.
Na twintig minuten kijk ik weer richting zee. Daar is hij ergens. Na een half uur ook. Mijn onrust neemt toe. Hoe lang kan een mens eigenlijk zwemmen? Je kunt er nog zo goed uitzien, iedereen verschrompelt toch na zolang in het water?
Mijn water is op. Zelf mijn rug insmeren is kansloos. Ik heb inmiddels iedere zithouding gehad die een mens op een handdoek kan aannemen. Mijn schouder doet zeer en mijn linkervoet slaapt. Ik overweeg de vrouw een meter naast me te vragen of zij op mijn spullen én op die van de blonde man wil letten. Maar dan maak ik mijn probleem het probleem van iemand anders. Dat voelt niet chic.
'Geen krijsende peuters bij het ontbijt of bommetjes in het zwembad, adults only klonk als muziek in m'n oren'
Mijn eigen vrouwen zijn nog niet op het strand. Ze gingen ‘even’ naar de supermercado. Zeiden ze twee uur geleden. Even blijkt in Spanje een rekbaar begrip. Ik ben te aardig. Tenminste, dat zegt mijn vrouw. Zelf noem ik het behulpzaam.
Het verschil is dat behulpzame mensen af en toe ook nee zeggen. Dat lukt mij niet. Ik zeg ja. Ook tegen een onbekende op het strand. Ik kijk naar de zee. Hop van de ene voet naar de andere. Het zand is een een soort bakplaat. Na ruim een uur zie ik hem. Eindelijk! Hij is niet meer alleen. Terwijl ik gefrituurd ben heeft hij een vrouw opgeduikeld. Hoe dan? Via een waterproof datingapp of heb ik inmiddels een zonnesteek?
Hij slentert met haar naar zijn spullen. Ik verwacht eigenlijk wel een bedankje. Een “gracias.” Een knikje. Iets. Maar niets. Hij pakt zijn tas. Trekt zijn slippers aan. En loopt weg. Alsof hij me niks gevraagd had. Ik ben eindelijk vrij. Dat wel. Maar kan nog steeds het water niet in, want niemand let op mijn spullen. Een dik half uur later arriveren vrouw en dochter. Bezweet. Verhit. En met tassen. Veel tassen. De supermarkt blijkt onderweg veranderd te zijn in een winkelstraat.
Nieuwe slippers. Een ketting. Een handig strandjurkje. En nog veel meer. “Pfff”, puft mijn vrouw terwijl ze de tassen neerzet. “Wat is het warm.” Ze kijkt naar de zee. “Wij gaan eerst even afkoelen.” Dochter knikt. En voordat ik iets kan zeggen, lopen ze samen het water in. Ik blijf achter. Tussen de handdoeken. Met nóg meer spullen om op te passen.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Mijn plek wordt overgenomen door het sympathieke vriendje van m'n dochter, die knul pikt gewoon m'n hele bestaan in'















