Help, ik ben overbodig! Nee, dit is niet het nieuwste boek van Kluun. Dit gaat over iets anders. Over mij. Niet over mij als mens. Niet over mij als echtgenoot, maar over mij als vader.
Dat gevoel bekruipt je zodra je kind op kamers gaat. Meteen. De eerste fout maak je al bij de bezichtiging. Je kijkt niet naar de sfeer, maar naar de schimmel in de badkamer. Naar een loshangend stopcontact. Naar indrukwekkende woontorens, gebouwd van borden en pannen met slierten pasta en saus van dagen eerder er nog in. Geduldig wachtend op een schrobbeurt met die aftandse afwasborstel die in de verstopte gootsteen ligt.
'Die puffende docenten krijgen het allemaal op hun bord. En toch staan ze er, weer of geen weer'
Even denk je: hier laat ik mijn kind toch niet wonen? Je kind denkt iets heel anders. “Vet.” Dat verschil moet je meteen accepteren. Studenten zoeken geen huis. Ze zoeken verhalen. Hoe slechter de keuken, hoe beter de herinneringen.
Een jaar geleden alweer liep mijn dochter als broekie zo’n huis binnen. Een huis vol geweldige meiden. Zij kenden elkaar al. Dochter kende niemand. Spannend vond ze het. Ik ook. Misschien nog wel veel spannender. Ze mocht blijven en kreeg de kamer en een nieuwe familie er gratis bij. In sneltreinvaart werd dat plekje haar thuis.
Inmiddels weet ik dat een studentenhuis een wereld op zichzelf is. Je leert er dat kleding niet vanzelf schoon wordt. Je leert dat een vuilniszak zichzelf niet buiten zet. Dat je van pasta met pesto verrassend lang kunt leven. Dat een maandagavond een verlenging van je weekend kan zijn. En dat je met vijf meiden en maar één badkamer prima kunt functioneren.
Natuurlijk hoor je ook de andere verhalen. Over muizen. Of erger nog: over ratten. Of over junks die aan je deur rammelen. Over lekkages en slaapkamers die warmer dan een sauna zijn. Nog niet zo lang geleden schoot ik direct in de oplossingsstand. Nu luister ik vooral. Want negen van de tien keer eindigt het gesprek met: “Komt goed hoor, pap.” En meestal … komt het ook goed.
Zondag moest ze onverwacht naar de spoedeisende hulp. Vroeger was dat mijn moment: autosleutels pakken, instappen en rijden. Regelen. De klassieke vaderrol. Ik schoot ook nu in mijn actiemodus, tot ze me vertelde dat haar vriendje al meeging. Niet ik. Dat hij reed, dat hij bij haar in de wachtkamer bleef en hij haar gerust zou stellen.
'Sommige lessen leer je van je kinderen. Dat blijft misschien wel het vreemdste onderdeel van ouder worden'
Ik hing op en bleef even met mijn telefoon in mijn hand staan. Niet verdrietig. Ook niet jaloers. Hooguit een beetje … overbodig. Daarna mocht ik wel langskomen, zei ze nog. Dat liet ik me geen twee keer zeggen. Anderhalf uur later beklom ik de brandtrap. Op weg naar haar voordeur. Ik keek uit over de tuin van de buurjongens. Ik zag er drie en ik zwaaide. De jongens groeten terug, vanuit hun jacuzzi. Natuurlijk. Ernaast stond een grote televisie op een verrijdbaar tafeltje. Een verlengsnoer van een meter of dertig slingerde door de tuin. De mannen keken naar Love Island. Logisch.
De jacuzzi kende ik als opslagplek voor kapotte fietsen en kratten bier. Dat er mensen in durfden wist ik niet. Het water in het bad zag er niet bepaald helder uit. Maar de sfeer wel. Toen twee meiden van mijn dochters huis die tuin in liepen, klonk het direct: ‘Kom erbij als je wil!’ Geen gedoe, geen haantjesgedrag, geen ‘dit is ónze jacuzzi’, geen wij-zij. Gewoon: er is plek.
Ik moest glimlachen. Een jaar geleden zag ik wat er niet was. Rust. Hygiëne. Structuur. Nu zie ik vooral wat er wél is. Vriendschap. Openheid. Plezier.
Jonge mensen die allemaal doen alsof ze precies weten hoe het leven werkt, terwijl ze stiekem net zo zoekend zijn als de rest. Ze overschreeuwen zichzelf soms, maar ze vangen elkaar ook op. En misschien is dát wel volwassen worden. Niet alles zelf kunnen. Maar weten wie je meevraagt als het misgaat. En misschien is dát ook wel de nieuwe rol van mij. Niet meer vooroplopen. Niet meer redden. Maar op de achtergrond blijven. Overbodig ben ik dus eigenlijk niet. Alleen … veel minder onmisbaar dan ik altijd dacht. En eerlijk? Na een jaar oefenen, heb ik daar steeds minder hulp bij nodig.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Bijna had ik gezegd dat het hier geen hotel is. En eerlijk? Ik zou niet anders willen'















