Ik heb jarenlang gedroomd van vakanties waar kinderen verboden zijn. Adults only klonk als muziek in mijn oren. Adults only … vast bedacht door een technerd van Booking, na een helse reis met een huilbaby.
Geen krijsende peuters bij het ontbijt. Bommetjes in het zwembad? Hell no! Geen kleuters die met opblaasbare flamingo’s tegen je ligbed aan beuken. Geen schreeuwende ouders of animatieteams die je om half tien ’s avonds dwingen de Macarena te dansen.
'Die puffende docenten krijgen het allemaal op hun bord. En toch staan ze er, weer of geen weer'
Rust. Een zwembad waar niemand in plast. Een cocktail zonder kinderhand die hem omstoot. Een middagdutje. Of andere slaapkamerrituelen, zonder het risico dat een van je kleuters ineens naast je bed staat. Vakantie zoals vakanties bedoeld zijn. Onze kinderen zijn inmiddels volwassen. Dus niets houdt ons nog tegen. Adults only? Kom maar door. Infinity pool? Love it! Boutique hotel? Graag. Hoe minder kinderen, hoe beter. Tenminste. Dat dacht ik.
Tot dochter pas vroeg: “Waarom gaan jullie de laatste tijd eigenlijk steeds zonder ons op vakantie?” “Dat doen we helemaal niet”, ontkende ik. “Jawel.”
“Nou … een paar dagen misschien, of hooguit een weekje.”
“Maar waarom?” Ik haalde mijn schouders op. Voor mij was het heel normaal om in de zomer zonder je ouders op vakantie te gaan. “Vanaf mijn zeventiende ging ik niet meer met opa en oma mee.” Dochter keek me aan alsof ik iets heel geks zei. “Dat lijkt me juist gezellig, met z’n vieren.” Ik moest lachen. Ze was bloedserieus. “Ik zou best nog met jullie op vakantie willen.” We keken elkaar even zwijgend aan.
'We weten alleen dat ze ergens rondzwerft tussen studentenhuizen, opdrachten en groepsdruk'
Gisteren zag ik een buurman zijn stationwagen inpakken. Een boeiend ritueel. Zijn zoontjes sprongen al achterin, verstoorden zijn inpakstrategie. Het leek alsof alles wat ze hadden, meeging op reis. Alles, maar dan ook alles. Na een uur ploeteren veegde de buurman het zweet van zijn voorhoofd. De jongetjes waren het allang zat, en ze knokten naast de wagen om een bal. Op het dak van de auto lag een dakkoffer, vakkundig door zijn vrouw volgepropt met pakken pannenkoekenmix en potten houdbare groenten.
En ineens was ik terug. Niet op de camping. Niet in Frankrijk. Maar op de achterbank. Daar waar vakanties vroeger begonnen. Met Donald Ducks. Kleurboeken. Knuffels. Zakjes winegums. Een koelbox die nooit koel genoeg was. Eind jaren zeventig. In dat kleine Renault vijfje, zonder gordels of airco. Raampjes open voor verkoeling, of om de soms wat verhitte sfeer te temperen. Als mijn zus en ik elkaar weer eens in de haren vlogen of we een verkeerde afslag hadden genomen.
Toen ik zelf vader werd en achter het stuur zat, was de wagen misschien moderner, maar verder veel hetzelfde. Mijn vrouw naast me met op haar schoot een enorme wegenkaart. Zo’n opvouwbaar kreng. Die kaart dan hé. Met rode stift hadden we de snelwegen gearceerd die ons naar het diepe zuiden van Frankrijk leiden. Zij was chef bevoorrading, bemiddelaar bij geschillen op de achterbank en navigator in één.
“Volgens mij had je daar links gemoeten.”
“Nee hoor.” Tien minuten later bleek dat ze gelijk had. En achter ons klonk steevast dezelfde vraag. “Pap …” Je wist al hoe laat het was. “Zijn we er al?”
Nee. Nog 684 kilometer. Of ineens 750, omdat ik niet geluisterd had. Vijf minuten later moest er eentje plassen. Vervolgens had iemand honger. Toen begon K3. Daarna ruzie. En precies op het moment dat de rust eindelijk terugkeerde, viel er een pakje appelsap om. Ik herinner me dat ik toen dacht dat ik nooit meer op vakantie wilde.
Grappig hoe je geheugen werkt. Want nu herinner ik me vooral het gelach. De spelletjes. De ruzies die vijf minuten later alweer vergeten waren. Het gevoel dat wij met z’n vieren een klein reizend circus waren. Altijd onderweg, altijd samen, altijd plezier.
Vanmorgen opende ik Booking.com op mijn mobiel. Mijn duim gleed automatisch langs de hotels met infinity pools. Langs de boutique hotels. Langs alles waar in grote letters adults only stond.
Vroeger mijn droom. Nu klikte ik verder. Ik zocht geen hotel, maar een appartement. Met vier slaapplaatsen. Voor vier personen. Als ik mag kiezen tussen een infinity pool of een volle achterbank, dan weet ik ineens weer precies waar ik het liefst induik.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Overbodig ben ik niet als vader, alleen veel minder onmisbaar dan ik altijd dacht'














