Ouders horen onsterfelijk te zijn, in ieder geval tot we helemaal op eigen benen staan. De eigen wortels onwrikbaar in de grond zitten. We alle problemen zelf kunnen bevechten, het leven tevreden kabbelt, de boel reilt en zeilt zoals het zou moeten.
Nooit dus, er is altijd wel gedoe – en bij gedoe is er maar één iemand die je echt nodig hebt: je vader of moeder, het liefst allebei.
Zo werkt het niet, uiteindelijk gaan ze dood. Voor dat moment zit nog een tijd waarin ze oud worden, hopelijk in redelijke gezondheid en zonder al te veel zorg. Maar dan opeens gaat het met grotere stappen. ‘Zeventig is het nieuwe zestig’ is voorbij en maakt plaats voor ‘oud worden is leuk, oud zijn niet’. Die nieuwe fase is niet leuk, met elke dag de introductie van nog een ongemak waar de huisarts niks mee kan, want tja, ouderdom, het hoort erbij. Het hóórt er ook bij, maar toch: het zijn je ouders.
'Er is niks bijzonders aan een vlinder, maar deze is anders: dit is Jean'
Mijn vader en moeder zijn 79. Sinds twee jaar zitten ze in een spagaat. Hij lijkt niet ouder te worden, niet qua uiterlijk en ook niet mentaal. Hij fietste vorig jaar naar andere landen, leest zich suf en heeft een sociaal leven waar ik jaloers op ben. Ja, hij wordt doof, maar omdat-ie dat zelf ontkent, is het niet zo, de rest praat gewoon te zacht.
Maar zij, mijn lieve moedertje. Ze heeft pijn, altijd, de oorzaak is onduidelijk. Dus slaapt ze niet, dus is ze vergeetachtig, dus heeft ze stress, en stress gaat in je spieren zitten. Mijn moeder kan niet stilzitten, ze is een doener. Maar met pijn kun je weinig, al doet ze alsnog te veel, toch die takkenbossen per kruiwagen versjouwen, daar wordt ze even gelukkig van, maar de straf is groot. We bellen, soms huilt ze. Ik wil voor haar zorgen, maar ik ben het kind, dus dat mag niet. “Zorg jij maar voor jezelf, lieverd.”
Ouders blijven zichzelf wegcijferen, ook als ze oud zijn. Dat is de levenslange deal als je kinderen krijgt. Op andere dagen is het weer helemaal goed, daar zit ze met haar rode lippenstift en broche op, niks aan de hand, “ik ben bezig in de moestuin”.
'Wat ik niet hoop te doen op vakantie is janken, toch is het nu weer raak'
Ik denk de laatste tijd veel aan hoeveel mazzel ik met ze heb gehad. Zonder hen had ik het na de dood van Jean niet gered, ze waren mijn rots en haven tegelijk. Ik was er elk weekend, het was nooit te veel. Zorgen, steunen, troosten, tot op de dag van vandaag. Ze waren geen perfecte ouders, niemand is perfect. Ze waren namelijk ook bemoeizuchtig, te open, soms te kritisch. Als tiener vond ik ze sowieso veel te streng.
Maar ze wáren er, dus wil ik er nu ook zijn. Omdat de natuur nu eenmaal bepaalt dat vanaf een bepaald moment de rollen worden omgedraaid en kinderen voor ouders gaan zorgen. Omdat er een dag komt dat ze er niet meer zijn. Omdat ik vind dat het zo hoort.
Ze zijn niet onsterfelijk, dat weet ik heus wel. Maar nood breekt wet.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Naast me ligt mijn zoon met een gebroken hart: 'Mama, je hebt tegen me gelógen''

















