
Melody (51) wilde niet zo’n moeder worden die na de scheiding om de haverklap een nieuwe vriend had. Dus bleef ze veel langer dan goed voor haar was – alles om conflicten te voorkomen.
“Niet lang nadat mijn huwelijk op de klippen liep, leerde ik een nieuwe man kennen, negen jaar jonger dan ik. Ik was nog lang niet bekomen van de scheiding, had een tijdelijk onderkomen gevonden in een zomerhuisje en voelde me schuldig over mijn falen tegenover mijn kinderen. Ik was, kortom, volop mijn wonden aan het likken en nog lang niet toe aan een andere man. Maar deze was onweerstaanbaar, ik kende hem van mijn werk. De seks was geweldig, hij was iemand bij wie ik kon schuilen en die naar mij luisterde, allemaal aspecten van de liefde waar ik het lang zonder had moeten doen. Van een gezamenlijk besluit om een relatie aan te gaan was geen sprake, het gebeurde gewoon. De oxytocine raasde door mijn lijf en benevelde mijn geest – wat kon ik doen? Dus over de manier waarop we deze relatie wilden inrichten, daar hadden we het niet over. Ook niet of we het wel een echte relatie wilden noemen of een fling.
Uiteindelijk duurde het dertien jaar en was ik lang zijn geheim. Het duurde bijvoorbeeld jaren voor ik kennis mocht maken met zijn toen nog jonge kinderen. Hij had de omgangsregeling in een heel strak schema geperst. Ik kon nooit zomaar spontaan langskomen, want zij wisten niet van mijn bestaan. En toen zijn dochter een keer plotseling voor de deur stond en door de luxaflex naar binnen keek, zei hij letterlijk tegen mij: ‘Kan jij nu even verdwijnen?’ Niet bepaald hoffelijk, toch deed ik gedwee wat me gezegd werd en ben achter een kast gaan staan. Natuurlijk protesteerde ik toen ze weer weg was, door dat geheimzinnige gedoe kreeg onze relatie iets ranzigs. Maar hij bleef heel beslist: meer dan dit kon hij me niet bieden. Dat hij omgekeerd míjn zoon al in onze honeymoonfase had ontmoet, dat hij zichzelf zonder overleg naast mij op het tuinpad van mijn zomerhuisje had voorgesteld als ‘de nieuwe vriend van je moeder’, dáár moest ik niet te moeilijk over doen. Ze waren elkaar nu eenmaal toevallig tegengekomen en toen had hij zijn mond niet kunnen houden. Dat was het moment dat ik had moeten zeggen: ‘Wat flik je me nou? Gelden voor jou andere regels dan voor mij?’ Maar zo ad rem was ik niet. Zo assertief ook niet. Ik had het veel te druk met mijn kind, dat nog steeds stilletjes hoopte op een verzoening van zijn ouders. Daarbij: ik was na die hele scheidingsprocedure, na dat jarenlange huwelijk, moe gestreden. Ik had geen energie meer voor conflicten en moest niet vergeten wat een enorme mazzel ik had dat deze man mijn eenzaamheid in dat zomerhuisje kwam verzachten. Ik was zo ongelooflijk verliefd.
Maar ook in ander opzicht kon hij zomaar ineens heel onaardig en opvliegend uit de hoek komen. Dan stond hij in zijn keuken en zat ik aan tafel en zei hij out of the blue: ‘Ik heb het gevoel dat ik iets met je moet en dat vind ik naar.’ Wat was dat voor opmerking? Iets met me moet? Bedoelde hij dat hij me moest vermaken en ik moest worden beziggehouden, als een kind? Veel van wat hij zei was louter gestuurd door zijn eigen perspectief: hij praatte graag over wat hij had meegemaakt. Over de boze ex, zijn broers, de relatie met zijn moeder.
Maar de mooie momenten maakten veel goed. Onze eerste vakantie in Frankrijk was een en al romantiek. We kampeerden in een tentje, picknickten op het strand, maakten mooie wandelingen. Dat waren de enige acht aaneengesloten dagen dat we geen ruzie hadden. Achteraf denk ik: waarom hield ik het tegen beter weten vol? Wilde ik per se een man? Nee, dat was het niet. Ik was zijn redder en, belangrijker, ik zag op tegen de ellende van weer een breuk. Ik wilde niet het soort moeder zijn dat steeds nieuwe partners heeft. Maar naarmate de jaren verstreken, werd hij steeds veeleisender en grilliger. Ik deed veel fout in zijn ogen, hij bekritiseerde me soms aan één stuk door. Dan zei hij bijvoorbeeld: ‘Ik denk dat ik de caravan ga verkopen’, en antwoordde ik: ‘Ja, goed idee, moet je doen.’ En dan werd hij boos en riep honend: ‘Nou, zo te horen ben jij er al helemaal uit.’ Alsof ik het was die dit idee geopperd had. Er waren zo veel situaties waarin hij me telkens in een rol duwde waarin ik me moest verdedigen. Soms gaf hij me letterlijk een tik op de vingers, omdat ik bijvoorbeeld naar iets wees en hem dan het zicht belemmerde.
Op een keer moest en zouden we wildkamperen, ook al ben ik het type niet om kilometers te lopen met tien kilo op mijn rug. ’s Avonds tijdens het opzetten van ons tentje begon het te regenen, ik wilde helpen alle ritsen dicht te doen, maar weer was daar die bazige tik op mijn vingers. Idioot gedrag natuurlijk, maar ik moest me niet zo aanstellen. En als ik zo doorging met de sfeer bederven, zou ik geen leuke vakantie hebben, zei hij. Maar intussen maakte hij plannen om te gaan samenwonen. Ook wilde hij met zijn tweeën een huis in het buitenland kopen, volkomen geschift. En dan moest ik zeker mijn huis verkopen en het risico lopen om weer op een caravanterrein terecht te komen? Dat latten vond ik prima.
De onvermijdelijke breuk kwam toch nog onverwacht en had een bijna lachwekkende aanleiding. Hij kon niet uitstaan dat ik met mijn ex over onze zoon appte. Onze zoon zat in zwaar weer, wij wilden het goede voorbeeld geven en er samen voor hem zijn. Maar mijn vriend was jaloers en eiste op een avond inzage in wat mijn ex en ik naar elkaar schreven. Het leek of ik toen eindelijk wakker werd. Nu het ging om het welzijn van mijn kind, lukte het me ineens wel grenzen te stellen. De situatie was al ingewikkeld genoeg, de bemoeienis van mijn vriend zou het alleen maar erger maken. Maar hij bleef er maar op terugkomen en uiteindelijk maakte hij het uit – via een appje. Deze flinke vent had niet eens het lef me de boodschap live over te brengen. Dat was het dan: het einde van dertien jaar. Een giftige relatie, ik heb het altijd geweten. Ik heb zelfs één keer een opname gemaakt van een van onze gesprekken en die talloze keren teruggeluisterd, om er maar achter te komen hoe het toch kwam dat hij me steeds om wist te praten. Als iets wit was, kon hij me ervan overtuigen dat het zwart was. En dat terwijl ik mijn hele leven meer dan zelfstandig ben geweest.
Twee maanden nadat hij onze relatie beëindigd had, stuurde hij me opnieuw een bericht: ‘Als je wil praten, sta ik daarvoor open.’ Dit keer werd ik niet door liefde gedreven maar door nieuwsgierigheid. We hebben een lange wandeling gemaakt en precies zoals ik vermoedde, had hij alweer een andere vrouw. Maar nee, zei hij spijtig, de seks was niet zo goed als tussen ons en ze had ook geen humor. En in plaats van aan mijn designtafel, at hij zijn ontbijt nu aan een tafel van Marktplaats. Kort na die ontmoeting volgde een nieuwe uitnodiging. Ik had veel in hem losgemaakt, misschien moesten we elkaar weer wat vaker zien. Op mijn vraag of hij dat wel netjes vond tegenover zijn nieuwe vriendin, antwoordde hij: ‘Ja hoor, dat is geen probleem, wat jij en ik hebben is immers van een heel andere orde.’ Tjonge. Deze man. Ik ben daar verder maar niet meer op ingegaan.”
Dit artikel is afkomstig uit LINDA.267 MOEDERS & DOCHTERS lees hier het hele magazine.
Vanja: ‘De kinderen kwamen niet meer en de hond dook weg als hij een ruimte binnenkwam’
LEES VERDER MET PREMIUM
- Krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen
- Lees LINDA.magazine online
- Geniet van te gekke winacties en lekkere puzzels
- Maandelijks opzegbaar













































