Kinderen grootbrengen is één ding. Ze loslaten? Een heel ander verhaal. Jurgen (51) – filmmaker, vader en onze nieuwe columnist – neemt je mee in het avontuur van het uitvliegen. Met humor, verwondering en een tikje weemoed.
We staan pal voor het hek van Paleis Noordeinde. Dat mag eigenlijk niet, maar we staan er toch. Of beter, we zitten. Prinsheerlijk zelfs op de riante achterbank van een grote BMW. We vragen ons af of Máxima er is. Ik mag Máxima zeggen, denk ik, want wij gaan ver terug. Ik ontmoette haar al in 2001. Niet in Den Haag, maar in Friesland. En daar bleef het niet bij. Máxima stapte in 2001 mijn leven in. We groeiden sindsdien samen op. Ik zag haar maandelijks. Zij was net verloofd, ik nog niet. Ze wilde Nederland leren kennen en ik reisde mee. Zet haar in een fabriekshal, of op de kinderafdeling van een ziekenhuis, en er gebeurt wat. Dat was me meteen duidelijk.
Onze chauffeur, eigenlijk mijn beste vriend, tuurt wat verward om zich heen. Hij heeft geen idee waar hij is, en hoe hij hier beland is. Wat hij wel weet, is dat je hier niet mag parkeren. Mijn vrouw maalt daar niet om. Ze zwaait vrolijk naar toeristen die foto’s van het paleis maken. Ze tovert er een stralende lach bij. Koninklijk bijna.
'Een tussenjaar? Dat is allesbehalve relaxed, sterker nog: het is keihard werken'
Máxima en ik trekken in 2001 van provincie naar provincie. Van stad naar dorp. In 2002 trouwt ze, en ben ik er natuurlijk ook. De Nieuwe Kerk, de gigantische sleep, dat beeld van boven als ze haar entree maakt, de bandoneon en ja, de traan. Die betoverende traan. Máxima schaart zich die dag in een illuster rijtje: Diego, Diana, Oprah, Johan, Linda, Máxima! Iconen. Alleen de voornaam, dat is genoeg.
Mijn eigen Máxima zwaait nog steeds. In een reflex wuif ik mee. We gaan helemaal op in onze rol. Mijn vriend heeft andere dingen aan zijn hoofd. We moeten hier weg – Máxima is er niet – dus trekt hij langzaam op. Kijkt links, dan rechts, rijdt een stukje. Stopt even. Loert nog eens. Dan nog een stukje vooruit. Uiteindelijk vinden we een legale parkeerplek. Hij zegt niets, maar ik zie opluchting.
Vanmorgen pikten ze – mijn vriend en zijn vrouw – ons op voor ons eigen paleisje. We namen als ware royals achterin plaats. Een verrassingsdag voor onze verjaardagen. Onze Koningsdag. De eerste stop is Wassenaar, maar villa Eikenhorst zoeven we voorbij. Het wordt een ander optrekje: Museum Voorlinden. In zaal twee zien we hoe een dame met een pincet rijstkorrels van linzen scheidt. Verbijsterd staren we naar dit tafereel. Wie bedenkt zoiets? “Counting the rice”, verklaart onze vriendin lachend, ”had ik jou voor op willen geven.”
'Ik ga door het stof, mijn vrouw neemt het slechte nieuws als een kerel'
Meer iets voor Máxima, lijkt me. Geblinddoekt koekhappen, spijkerpoepen en andere oud-Hollandse ongein. Met allure slaat zij zich er al sinds 2001 dapper doorheen. Op die manier ons land ontdekkend, met mijn cameraman en ik in haar kielzog. We filmden alles. En zij bleef enthousiast. Aan het einde van zo’n bezoek monteerde ik het geschoten beeldmateriaal razendsnel tot een item voor het NOS-programma: Máxima, de kennismaking. Toen Máxima het huwelijksbootje instapte, bevond ik me op iets meer afstand dan tijdens onze roadtripjes. Nu geen smoezelig busje, maar een montageset in de Beurs van Berlage. Een tikkie sjieker. Op nog geen honderd meter van de Nieuwe Kerk registreerde en monteerde ik talloze clips van ‘de traan’. Het was als een winnend doelpunt in een WK-finale.
Op de achterbank terug naar huis, na een heerlijke dag, googel ik waar Máxima maandag heen gaat. “Grappig”, vertel ik mijn vriend, “ze bezoekt jouw geboortestad: Dokkum.” Hij knikt, zegt niks en houdt zijn focus op de weg. Hij heeft vandaag al genoeg meegemaakt. Ik open snel even de LINDA.-app.
En daar staat ze: Máxima! Naast … mij. Toeval bestaat niet.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Mijn vrouw versierde ik 33 jaar geleden door recht op m'n doel af te gaan: don't talk, just kiss'
















