Kinderen grootbrengen is één ding. Ze loslaten? Een heel ander verhaal. Jurgen (51) – filmmaker, vader en onze nieuwe columnist – neemt je mee in het avontuur van het uitvliegen. Met humor, verwondering en een tikje weemoed.
“Is jou niets opgevallen?”, vraagt mijn vrouw.
Ik kom net van zolder. Kijk haar aan. Een vraag naar de bekende weg, dat is me wel duidelijk. Maar wat ze bedoelt niet. “Ben je niet bijna van de trap gevallen?” Ik denk na. “Nee, hoezo? Staat er iets dan?”
“Ja, heb ik daar neergezet”, zegt ze. Deed ze niet voor een ander. Ze wilde het zelf meenemen naar boven, maar was er nog niet aan toegekomen. Daarna hoorde ze hoe zoon en ik een paar keer op en neer liepen. En nam ze aan dat een van ons het wel zou doen. Ik kijk richting trap en zie dan pas wat ze bedoelt. De gele wasmand. Midden op de trap. Vol met natte handdoeken. Niet te missen eigenlijk. Blijkbaar was ik er al drie keer langs gelopen. Zonder ‘m mee te nemen.
Zoon komt naar boven. Hij loopt door naar zolder. Mijn vrouw en ik zeggen even niks. We kijken. Dit is wetenschap geworden. Een experiment. We zien hoe hij zich langs de mand wurmt, alsof het de normaalste zaak van de wereld is.
“Ha”, zegt mijn vrouw. “Dit dus.”
'De afgelopen weekenden kwam ze niet naar huis, ze ziet er gesloopt uit en haar wallen puilen door m’n scherm'
Boven gaat de deur van het washok open en dicht. Hij komt terug. Nu wordt het spannend. Zoon stapt soepeltjes over de mand, passeert ons en loopt zijn kamer in. Ongelooflijk. Hij voelt vier ogen in zijn rug en draait zich om. “Wat?” Mijn vrouw en ik schieten in de lach.
“Mannen …”, verzucht mijn vrouw. Dit gaat helemaal niet over de wasmand. Maar over iets groters. Over mannen en vrouwen. Nu snap ik het. Over verschillen en anders kijken naar hetzelfde. Over spullen die ergens staan en daar dan blijven staan. Spullen waarvan vrouwen denken dat ze een duidelijke bestemming hebben. Haar theorie: een vrouw ziet de volle wasmand op de trap en denkt: die moet naar boven. Naar de wasmachine. Een man ziet iets waar hij niet overheen moet vallen. Zij ziet een taak. Hij ziet een mand. Dit geldt voor meer, beweert ze. Het laatste velletje wc-papier bijvoorbeeld. Van de allerlaatste wc-rol. Maar geen nieuwe rol halen.
‘Wasmand-gate’ zag ik met eigen ogen. Oké. Maar of haar theorie klopt? Wij registreren blijkbaar anders. Ons mannenbrein maakt een andere afslag. Dingen die mijn vrouw meteen ziet en oppakt, zien zoon en ik niet, of zien we anders. Of als iets dat later kan. Dat is geen onwil, ook geen protest. Ik dacht niet: die mand pak ik niet om dwars te doen. Zoon ook niet.
Strijd of ruzie hebben we zelden. Hooguit dit soort kleine irritaties. Makkelijk oplosbaar, volgens mijn mannenbrein ten minste. Want vraag gewoon of ik de mand mee wil nemen. Direct, zonder omweg. Of plak voor mij part een post-it op de mand met ‘neem me mee, svp.’ Dat snappen wij.
'Bijna had ik gezegd dat het hier geen hotel is. En eerlijk? Ik zou niet anders willen'
Dit onderzoekje vraagt om meer steunbewijs. ‘s Avonds is dochter proefkonijn nummer twee. De mand met handdoeken staat nog waar die stond. Dochter komt, ziet … en loopt door. Zonder mand. Ha! Ik zie wel dat ze een nieuw obstakel toevoegt. Haar toilettas, een treetje hoger. De mand is voor haar geen taak, de trap wel een opbergplek. Mooi, de theorie van mijn vrouw rammelt.
Die avond loop ik zelf nog snel naar boven. Mijn doel: de mand naar boven brengen. Ons weekend een fijne kick-start geven. Ik pak het gele gevaar op en plant het voor de wasmachine. Zo. Tevreden daal ik af, klaar voor een compliment. “De mand staat op zolder”, zeg ik, bijna achteloos. “Oh”, zegt mijn vrouw. Ze kijkt me even aan. “Heb je de handdoeken in de machine gedaan?” Een directe vraag. Ze leert snel. Dat wel. Sneller dan ik. Die handdoeken waren me niet opgevallen …
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Máxima en ik gaan ver terug, in 2001 wilde zij Nederland leren kennen en ik reisde mee'

















