Kinderen grootbrengen is één ding. Ze loslaten? Een heel ander verhaal. Jurgen (51) – filmmaker, vader en LINDA.-columnist – neemt je mee in het avontuur van het uitvliegen. Met humor, verwondering en een tikje weemoed.
Het is half twee ’s nachts als mijn vrouw haar benen buiten het dekbed gooit. “Veel te warm”, mompelt ze. Twee minuten later trekt ze het dekbed weer helemaal omhoog. “Brrr… koud.” Daarna draait ze zich nog drie keer om. Ik draai automatisch mee. Alsof we een nachtelijke tango uitvoeren. Zonder muziek. Zonder ritme. Maar wel synchroon. Slapen lukt sowieso al dagen slecht. De overgang zorgt hier al een poosje voor verrassingen in bed. Maar dat is niet het enige.
'Nu snap ik het ... dit gaat helemaal niet over de wasmand, maar over iets veel groters'
Zoon vertrok gisteren naar Indonesië. Backpack op. Grote glimlach mee. “Komt goed”, zei hij nog op Schiphol. Een knuffel, een zwaai en weg was-ie. Alsof hij boodschappen ging doen in plaats van naar de andere kant van de wereld vliegen. Ik check mijn telefoon vaker dan gezond is. Niet dat zoon bereikbaar is. Hij zweeft ergens boven India. Flightradar is inmiddels mijn favoriete app. Bizar eigenlijk: honderden kleine gele vliegtuigjes boven elkaar op het schermpje. Ergens in die wirwar, in dat vliegende mierennest, zit mijn kind. Mijn vrouw zei dat ze die app zelf niet hoefde. “Onzin”, vond ze het. Nu vraagt ze ieder half uur boven welk land hij hangt. Of hij er al bijna is. Zoon belt als hij op Bali is. Dat duurt nog even. Ondertussen wachten we op nóg een telefoontje. Dat van onze dochter.
Die zit midden in de finale van haar ontgroening. Expeditie Robinson, maar dan overleven in Twente. Mobielloos. Haar telefoon moest donderdag al worden ingeleverd. Sindsdien horen we niets. Weten we niks. Voor ontgroeningen bestaat helaas geen Flightradar. We weten alleen dat ze ergens rondzwerft tussen studentenhuizen, opdrachten en groepsdruk. Geen idee waar. Geen idee wanneer het voorbij is, hoe laat zij landt als nieuw dispuutslid. Geen estimated time of arrival van deze trip.
Dus wachten we. Overdag lukt dat nog wel. Je werkt wat. Drinkt koffie. Sport een beetje. Doet alsof alles normaal is. Pakt tussendoor gedachteloos je telefoon. Opent WhatsApp. Geen bericht. Legt hem weer weg. Pakt hem drie minuten later opnieuw. Weer niks.
’s Nachts wordt alles groter. De stilte. De zorgen. Gedachten. En de onrust bij mijn vrouw. In haar hoofd en die in haar benen. Ze draait zich weer om. En nog eens. “Heb jij je geluid wel aan staan?”, vraagt ze. Ik pak meteen mijn telefoon van het nachtkastje. Natuurlijk staat het aan. Voor de zekerheid check ik het toch. Volume op maximaal.
Even is het stil. Dan trekt ze in haar draai mijn helft van het dekbed mee. Ik trek terug. We strijden in stilte om die paar centimeter dons. Net als ik eindelijk een beetje wegdoezel, hoor ik iets kraken. De trap. Of mijn vrouw. Hoe dan ook, ze sluipt naar beneden. Nou ja, sluipen… Ze probeert zachtjes te doen. Echt waar. Ze kan alles, maar zachtjes doen behoort niet tot haar topkwaliteiten. Even later hoor ik kastjes. Een zucht. Voetstappen terug omhoog. En ploft ze weer naast me neer. Heeft ze het warm. Of koud. Of allebei. Ineens schiet ze overeind. Fel licht schijnt in mijn gezicht. Ze checkt haar app. Niks. “Denk je dat ze al mag bellen?” vraagt ze. Alsof ik rechtstreeks contact heb met de ontgroeningscommissie.
Om kwart over vier gaat eindelijk haar telefoon. Mijn vrouw duikt erop alsof het de laatste vrije stoel in een Ryanair-toestel is. “Mammmmm!” galmt het door de slaapkamer. Op de achtergrond hoor ik gegil. Gelach. Chaos. “Ik leef nog hoor! Ik ben klaaaaar!!!” Nog nooit klonk die zin zo geruststellend. Dochter praat honderduit. Dat het zwaar was. Intens. Drie dagen op hakken lopen, hoor ik. Nauwelijks geslapen. Maar het was ook gezellig. Bijzonder zelfs. En terwijl ik meeluister, voel ik iets opkomen: trots. Trots dat ze het geflikt heeft. Drie dagen survival. Al die tijd in dezelfde outfit. Geen make-up. Doen wat opgedragen wordt. Geen Gooische glamour. Afzien, doorgaan, doorpakken en vastbijten. Haar doel halen.
Na het verlossende belletje wordt het weer stil. Mijn vrouw legt haar telefoon weg, draait zich nog één keer om en valt vrijwel direct in slaap. Zij wel. Ik luister naar haar ontspannen ademhaling. Een absurde overgang van onrust naar rust. Een geluksmomentje. En dat ik maar een halve deken heb, ach… Dat overleef ik wel.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Oplossingen aandragen. Als vader was dit tot voor kort mijn favoriete bezigheid'

















