Kinderen grootbrengen is één ding. Ze loslaten? Een heel ander verhaal. Jurgen (51) – filmmaker, vader en LINDA.-columnist – neemt je mee in het avontuur van het uitvliegen. Met humor, verwondering en een tikje weemoed.
Dochter heeft tentamens. Dat is op zichzelf al vervelend genoeg. Maar ze leert deze broeierige week vanuit een studentenhuis, dat qua isolatie ergens tussen een tuinhuisje en een bushokje in zit. In de winter is het er steenkoud. Nu is het een pizzaoven.
Nederland is in de ban van code oranje. Ik zie haar voor me. Vastgeplakt aan haar bureaustoel. Raam open. Gordijnen dicht. Ventilator op standje orkaan. Zwetend iets van de lesstof proberen te onthouden, in een hok dat veranderd is in een gammele jaren zestig sauna. Alsof normaal studeren al niet moeilijk genoeg is. Slecht slapen in een kamer die om drie uur ’s nachts nog aanvoelt als de jungle van Sumatra. Zelfs het stof op de vlekkerige vloerbedekking is verdampt. Daarna de tentamenzaal in, waar honderden studenten samengepropt zitten te sudderen en stomen. Code oranje krijgt daar ineens een heel andere betekenis.
'Oplossingen aandragen. Als vader was dit tot voor kort mijn favoriete bezigheid'
Op Radio 1 hoor ik dat steeds meer basisscholen overstappen op een tropenrooster. Mijn vrouw geeft les aan groep vier. Achtentwintig kinderen. Ik krijg het al warm van twee. Zij krijgt er achtentwintig tegelijk. Elke dag. Elke dag code oranje. Achtentwintig kinderen die slecht geslapen hebben. Achtentwintig kinderen met warme hoofden, korte lontjes en energie die nergens heen kan. Geen gym. Minder buiten spelen. Geen verkoeling. En ondertussen moeten ze wel opletten. Deelsommen maken. Leren waar Limburg ligt. En niet met hun drinkbeker gooien. Mijn vrouw heeft nog geluk. Haar lokaal blijft redelijk koel. Maar er zijn veel scholen met platte daken waar het binnen warmer is dan buiten. Daar geef je niet alleen les. Daar manage je een razendsnel oververhittende mini-samenleving.
En dan zijn er natuurlijk nog de ouders. Die zelf ook slecht slapen. Die zich zorgen maken. Sneller boos zijn. Die vinden dat hun kind meer aandacht nodig heeft. Of juist minder prikkels. Meer uitdaging. Een andere plek in de klas. Een ventilator. Een wonder. Die puffende docenten krijgen het allemaal op hun bord. En toch staan ze er weer. Weer of geen weer.
'Die jonge conservatievelingen (lees: onze kinderen) zijn er even niet, dus is er niemand meer die ons afremt'
De Telegraaf waarschuwt me voor een superhittegolf. Als ik Hilversum uitrij, knipper ik even met mijn ogen. Voor me pruttelt een strooiwagen. Een strooiwagen! Niet om gladheid te bestrijden, maar om het asfalt te koelen. Op sociale media bakt iemand een pannenkoek in zijn dakgoot. Het zijn van die momenten waarvan je denkt: dit kan niet waar zijn. Tot je naar buiten loopt. En het gewoon warm blijkt. Heel warm. Heet. En eerlijk? Soms is het best lekker om ergens over te klagen. Ik maak lange dagen. Veel WK voetbal. Veel wedstrijden. Werk op rare tijden. Soms tot diep in de nacht. “Best zwaar”, hoor ik mezelf af en toe zeggen. En dan stap ik mijn huis in. Nieuwbouwhuis. Met vloerverkoeling in de zomer. En vloerverwarming in de winter. Een constante 21 graden. Alsof ik een goed hotel binnenloop.
Geen plakbenen, geen zweet, geen ellende. Het relativeren begint al bij de voordeur. Ik woon, besef ik, in een heerlijke klimaatbubbel. En als ik straks weer naar een gekoelde montageset rijd, om eindeloos voetbalwedstrijden te bekijken en te monteren, weet ik precies wie vandaag de echte topprestatie levert.
Niet de voetballer, niet de bondscoach, niet de voetbaljournalist. Maar die docent. Die met een klas oververhitte kinderen probeert de aandacht vast te houden, terwijl buiten de straten smelten. En mijn dochter. In haar eigen kleine Domino’s Pizza-filiaal. Op deze verzengende dagen ben ik voor even niet hotter than my daughter.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Wat me het meest verontrust is dat ik niet begrijp wat hij wil, deze indringer bij het huis van mijn dochter'

















