‘Het gaat niet goed met je vader. We maken ons ernstige zorgen. Hij heeft hoge koorts en is zeer kortademig. Hij wil pertinent niet naar het ziekenhuis’, zegt de arts van het tehuis als ze me onverwachts opbelt.
Ik heb de koffer van het tripje naar Parijs nog niet uitgepakt. Na zijn recente ziekenhuisverblijf is door artsen besloten dat mijn vader, een fysiek kwetsbare 87-jarige, niet wordt geopereerd. Ontstoken galblaas of niet. De stenen zijn er nog en de galblaasontsteking laait weer op. Dit zal vaker gebeuren, waarschuwt de arts. “Maar”, zeg ik, nog licht in shock. “Wat wil hij dan?” Ik heb met veel vrede, maar niet met dat hij onnodig pijn lijdt. “Hij wil dat we hem oplappen, dus geven we hem antibiotica”, antwoordt de arts. “De komende 48 uur moet uitwijzen of zijn witte bloedlichaampjes dat accepteren.”
'Pap (87) in online bankpashel: 'Binnen twee (!) weken komt iemand van het identificatieteam''
Als ik even later zijn kamer binnenloop schrik ik van het beeld. Pap ligt lijkbleek op de rug, zijn mond staat wijd open. Hij leeft, maar reageert niet op mijn stem of aanraking. Als ik een foto maak en die mijn broer Coen app, staat hij binnen no time op de stoep. Veel kunnen we echter niet doen. Tijd is cruciaal, maar ik slaap er nauwelijks van. Ik weet dat pap komt te overlijden, maar ik voel er zoveel weerstand bij. Wanneer ben je daar als dochter eigenlijk klaar voor?! “Hij doet telkens een jas uit”, zegt de arts, als het twee dagen later een stuk beter gaat. Hij heeft zelfs een saucijzenbroodje gegeten, lees ik in het dossier. Voorzichtig laat de arts doorschemeren dat ik samen met Coen moet beslissen hoe nu verder, de volgende keer als dit zich aandient.
“Hij zal wel boos op me zijn, maar ik vind dat hij het niet meer goed kan overzien, door de Parkinson”, zegt de arts. “Wat wil pap zelf?”, vraagt mijn broer terecht. Ze raadt ons aan het zo snel mogelijk met hem te bespreken. Ik weet dat pap graag wil meemaken dat Puck volgende maand eindexamen doet en dat Vluchtvrouw, mijn roman, binnenkort verschijnt. Dat dit ook stipjes aan zíj́n horizon zijn, ontroert me.
Een gelukzoeker in het verpleeghuis: 'Van iedereen werkt hij het hardst'
Als hij na een paar dagen als vanouds commentaar op het eten in het tehuis heeft, komen we met z’n allen bij hem langs. De jeugd verdwijnt op een gegeven moment richting algemene ruimte. “Pap, we moeten praten en samen overleggen over hoe nu verder”, begin ik. “De galstenen verdwijnen niet. De enige optie is een zeer pijnlijk onderzoek en dan is er geen garantie dat het er beter op wordt.” “Maar wederom antibiotica is ook geen feest, het maakt je steeds zwakker”, zegt Coen.
We weten allemaal hoe slecht het ervoor staat. Het is een kwestie van hoe en wanneer. Pap blijft stil en zit op de rand van zijn bed. Hij huilt zacht. Ik geef hem een knuffel en huil ook. “Ik wil dit laten bezinken”, zegt hij. Misschien moet ik laten weten dat het oké is, als pap wil sterven, denk ik. Maar ik krijg de woorden mijn strot niet uit. “Ik ben een beetje moe”, zegt pap die zich met heel veel moeite neerlegt. We halen de jonge meiden op om gedag te zeggen. In de kleine kamer hangen veel emoties, wie weet is dit de laatste keer dat we hem zien. Dan zegt mijn nichtje plots: “Wat eten we eigenlijk vanavond?” Iedereen lacht. “Echt een Olde Olthof”, zegt opa trots.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Dit is precies waarom ik het moeilijk vind iemand om hulp te vragen'















