‘Hup, zakken. En snel een beetje. Nú!’ Ik laat me vallen en begin me op commando op te drukken. Eén. Twee. Drie. Mijn armen trillen. Smokkelen is onmogelijk. ‘Dieper, stelletje nietsnutten!’
Nog twaalf, denk ik. Elf. Na de push-ups moeten we rennen. Rondjes om de kerk. Zonder shirt. Volle bak. Gratis amusement voor de mensen op de terrasjes. “Lopen, stelletje lamzakken!”
Vanaf de kant brallen begeleiders in jasje-dasje ons toe. Na twee rondjes volgt een verplichte bierstop. Drinken zou ik het niet noemen. Via een trechter glijdt het bier mijn keel in. Ik voel me een gans die op weg is naar een foie gras-menu. Eigen schuld, denk ik. Ik had me vrijwillig aangemeld. Dus niet zeuren.
'We kunnen naar Mars, maar vrouwen net zo snel op een wc krijgen als mannen is blijkbaar te ingewikkeld'
Deze vereniging is hot. De lat ligt hoog. Om erbij te mogen, moet je eerst bewijzen dat je het lidmaatschap waard bent. En dus doe je wat je wordt opgedragen. “Op een rij!” Een tondeuse scheert mijn hoofd ruw, rap en rigoureus. Daarna nog een vaas lauw bier. Ik slik, slok, slobber.
Niet veel later wil het bier de omgekeerde route nemen. Ik ren naar de wc. Ben er bijna … En dan word ik wakker. Abrupt. Alsof ik van een trap val.
“Wat is er met jou?” vraagt mijn vrouw geschrokken. “Pfff.” Ik haal adem. “Ik droomde dat ik ontgroend werd. En kaalgeschoren.” Mijn vingers glijden over mijn schedel. “Zo erg is dat toch niet?” Mijn vrouw kijkt me aan. “Wat bedoel je?” “Je scheert jezelf al jaren kaal.”
'Dochter werd 20 en keek uit naar de visite, alleen ... die kwam niet'
Later die dag zit ik met een vriendin aan onze keukentafel. Haar dochter gaat studeren. Deze week haar introductieweek. Daarna de ontgroening. “Ik houd mijn hart vast”, zegt ze. De koffie voor haar blijft onaangeroerd. Haar telefoon ligt met het scherm naar beneden op tafel. Na een paar minuten draait ze hem om. Geen bericht. Ze legt hem weer neer.
“Eng”, zegt ze. “Ik vind het helemaal niks.” Ik begrijp het. Vorig jaar werd ík ontgroend. Nou ja, eigenlijk mijn dochter. Ze mocht er niets over vertellen. Geen letter, geen woord, geen zin. Haar telefoon stond een week uit. Overdag lukte het me nog wel om mezelf gerust te stellen. Het zijn studenten, hield ik mezelf voor, geen barbaren.
Maar ’s avonds begon het toch te malen. Waar is ze? Wat doen ze? Heeft ze het leuk? Is het zwaar? En vooral: wanneer houdt het op? Ik deed geen oog dicht. Mijn dochter kwam na die week thuis. Zij moe en schor, ik uitgeput en bleek. “Hoe was het?” “Leuk.” Een korte stilte. “Wel zwaar.” Dat was het. Ik vroeg niet door. Aan haar gezicht zag ik genoeg.
Mijn vriendin trekt aan een velletje naast haar nagel. “Mijn grootste angst is dat ze haar over haar grenzen laten gaan.” “Dat snap ik.” “Maar het kan toch ook gewoon leuk zijn?” “Zeker.” Want dat is het gekke. Een ontgroening is niet alleen maar afzien. Je leert elkaar kennen, je maakt vrienden, je deelt iets met elkaar wat je misschien de rest van je leven bijblijft.
Alleen waarom dat soms gepaard moet gaan met geschreeuw en vernedering, is me een raadsel. Samen afzien, prima. Maar met grenzen svp. Mijn vriendin pakt haar telefoon weer op. “Nog steeds niks.” “Komt goed”, zeg ik. “Makkelijk praten, jij hebt het al gehad.”
Ik denk aan mijn droom. En aan mijn dochter. Zij heeft het vorig jaar gewoon doorstaan. Ik was na een uur al afgehaakt.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Als mijn moeder iets in d’r kop heeft, is ze niet te stoppen. Nieuwe herinneringen maken, wil ze. En snel'
















