Ondanks de theedoek in mijn hand schoot het mes er toch zo doorheen en mijn hand in. Midden in de handpalm stak het er potsierlijk uit.
Ik ben een groot liefhebber van oesters. Gek genoeg moest ik er als kind niks van hebben. Sterker nog, ik kon niet begrijpen dat mijn ouders vrijwillig een glibberige hap zeewater zouden nemen. Want zo vond ik het smaken.
Maar smaak verandert met de tijd. Zo kon ik vroeger ook niet genieten van koriander of pindakaas. Beide dingen staan nu regelmatig op mijn menu.
'Ze keken ons vreemd aan bij de eetgelegenheid met Michelinster en ik gaf mijn vrouw de schuld'
Wat ik minder leuk vind is oesters openmaken. Het is altijd wrikken tot je een ons weegt om dat ding open te krijgen en als je dan eenmaal binnen bent en de ene schelp van de andere af hebt, kom je er tijdens het eten achter dat er allemaal gruis in zit. Daar zit je dan te knarsen met je eigenhandig opgemaakte schelp.
Tot slot is het ook nog eens zo dat je, of misschien is dat alleen bij mij zo, een half uur bezig bent met het openen van een doosje van die dingen. Tegen de tijd dat je klaar bent met de voorbereidingen is de zin om ze te eten alweer bijna vergaan. Als ik oesters eet is het dan ook meestal in de horeca, maar nu had ik het plan opgevat om het weer eens zelf te doen. Met als resultaat dat er nu een oestermes in mijn hand steekt.
En toch moet ik ook lachen. Omdat het me terugbrengt naar mijn jeugd. Ik moet een jaar of negen, tien geweest zijn toen mijn vader in onze tuin in Waddinxveen ook bezig was met oesters openmaken. Ook met een oestermes en theedoek in de hand en ook hij schoot uit. Eigenlijk zat hij er precies zo bij als ik nu. Verbaasd kijkend naar het mes dat een gat had geprikt in zijn handpalm.
'Het zou ook iets treurigs hebben om als veertiger nog wél wekelijks de zon op te zien komen'
Niet alleen brengt de gelijkenis in situatie nostalgische gevoelens naar boven, ik vind het ook grappig omdat het volgens mij de enige keer in mijn leven is dat ik mijn vader een scheldwoord heb horen zeggen. Ik stond rustig te kijken hoe hij met de schelpdieren in de weer was, zag het misgaan en hoorde hem — zeer beheerst dat wel — zeggen: ‘Oh kut.’
Dat was het. Hij verloor zijn kalmte niet, raakte niet in paniek, maar er ontglipte hem wel dat ene woord. Even was ik weer in die tuin, in de zon rond het jaar 1995. Zelf reageerde ik wat minder koel, want zo’n held ben ik nou eenmaal niet. Daarbij ben ik gezegend met een nogal lage pijngrens, dus er was bij mij wél sprake van enige drama.
Na wat verzorgende handelingen van mijn vrouw, gecombineerd met wat geruststellende woordjes, bleek er niet zoveel aan de hand – sorry hiervoor – en na het plakken van een goede pleister ging het allemaal wel weer. Nu was de behoefte om oesters te eten al helemaal verdwenen, dus ik zette ze, behalve de twee die al open waren, terug in de ijskast en maakte een zak chips open.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Ik zou wel even het woord doen in het Italiaans, maar het leverde vooral groot vermaak op bij mijn vrouw'

















