Wanneer ik in een ander land ben, probeer ik altijd een paar woordjes van de lokale taal te spreken.
Meestal klinkt het vervolgens nergens naar, maar het gaat om de poging. En die wordt vaak gewaardeerd. Toch is het meer stuntelen dan echt een gesprek kunnen voeren.
'Even stond ik met mijn bek vol tanden, maar gelukkig vulde zij alweer de stilte'
Dit jaar ging ik het helemaal anders doen. Al een jaar geleden ben ik begonnen met elke dag Italiaans oefenen op Duolingo. Meestal direct na het ontwaken pakte ik mijn telefoon erbij om mijn dagelijkse lesje te volgen. Er werd geen dag overgeslagen; deze zomer ging deze jongen met iedereen die het maar wilde, in vloeiend Italiaans converseren. Het liep anders.
In het eerste restaurant waar we in onze zomervakantie gingen lunchen wilde ik het zo graag goed doen, dat ik niet eens meer kon bedenken hoe je ‘ik wil graag een fles water, alstublieft’ zegt. Het ging al mis bij de woorden ‘ik wil’. Wat je, als ik eerlijk ben, in één woord kunt zeggen: voglio. Gênant. Het leverde groot vermaak op bij mijn vrouw, tegen wie ik ook had gezegd dat ze op moest letten, want ik zou wel even het woord voeren. De rest van de lunch deed ik volledig in het Engels. Die avond oefende ik maar liefst vier lessen, alsof er nog wat te redden viel.
Er zijn volgens mij een drietal problemen. Allereerst ben ik vooral gewend om Italiaans te lezen en soms een zinnetje te luisteren. De taalapp schotelt namelijk hapklare brokjes voor die goed te volgen zijn. Dat is iets anders dan een gesprek, dat over en weer gaat. Verder is mijn ervaring dat Italianen een stuk sneller en minder gearticuleerd spreken dan Duolingo, dat alles langzaam, netjes en met oneindig geduld aanbiedt. Tot slot ervaar ik plankenkoorts, omdat het zo zonde is dat ik al die uren mogelijk voor niks heb zitten ploeteren op een nieuwe taal.
''Gelukkiger kun je me niet krijgen', zegt mijn moeder met de tevredenheid van een verlichte monnik'
De volgende dag deed ik een nieuwe poging, tijdens het avondeten in een klein baaitje aan zee. Het was er afgeladen en er was veel te weinig personeel. Daardoor was er weinig geduld voor een hakkelende Nederlander die zo nodig in het Italiaans wilde bestellen. Toch zette ik koppig door. Mijn liefste stikte haast in een stukje brood van het lachen. Brood dat ik besteld had door naar de tafel naast ons te wijzen, want ook het veelvuldig door mij geoefende pane bleek onvindbaar in mijn hoofd op het moment dat het moest.
Bij het vragen naar de rekening vroeg onze ober, in het Engels uiteraard, want hij wilde wel dat ik begreep wat hij zei: ‘Is er een reden dat je half in het Spaans en half in het Italiaans tegen me praat?’ Naast me werd ik inmiddels hikkend en keihard uitgelachen. Omdat hij me toch ook weer niet wilde beledigen, voegde de ober er snel aan toe: ‘Het maakt niet uit hoor. Ik ben opgegroeid op Mallorca, dus ik versta allebei.’
Ik betaalde vlug en wilde toen vooral zo snel mogelijk weg. ‘s Avonds in bed kreeg ik de herinnering dat ik mijn les voor die dag nog niet had gedaan. Ik had er ook weinig zin meer in, want veel had het afgelopen jaar niet geholpen. Toch deed ik het maar, want je streak van een paar honderd dagen kwijtraken is ook zo zonde.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Zoals zoveel mannen sterf ik liever dan dat ik me iets laat uitleggen'
















