De tijden dat ik nog met enige regelmaat om vijf uur in de ochtend door de stad liep, liggen al een tijdje achter me.
Baan, gezin en simpelweg niet meer de behoefte om elk weekend helemaal naar de ratten te gaan, maken dat zoiets op een gegeven moment stopt. Het zou ook iets treurigs hebben om als veertiger nog wél wekelijks de zon op te zien komen. Maar nu was het een keertje wel zo. Niet dat ik had doorgehaald, sterker nog, ik lag voor middernacht op één oor, maar wel omdat ik een avond van huis was.
Een etentje bij vrienden was gezellig en mondde uit in het besluit om de auto te laten voor wat het was en op de bank te overnachten. Maar ook daar werd het verschil met de jongere ik pijnlijk duidelijk: waar ik vroeger overal comfortabel kon liggen (al was het op de grond, ik sliep overal), blijk ik nu toch echt behoefte te hebben aan een bed.
Al om half vijf werd ik wakker. De rest van het huis, twee volwassenen en hun twee kinderen, lag natuurlijk nog te pitten. Aangezien verder slapen toch niet ging lukken, niks ten nadele van hun bank, besloot ik een wandelingetje te gaan maken. Het was immers lang geleden dat ik de zon op had zien komen in het centrum van Amsterdam.
'Er staan twee mannen in de tuin, als ik ze moet omschrijven kom ik uit bij de term louche'
Daarbij stond mijn auto, ook typisch in de hoofdstad, een aantal straten verderop geparkeerd omdat er nergens plek was. Nog een reden waarom ik er niet meer wilde wonen. Elke keer als je dan na een lange werkdag thuiskomt, ben je nog een half uur rondjes aan het rijden voor je een parkeerplek hebt, nee dank u. Omdat ik zeker een uur had voordat er iemand in het huis zou ontwaken, maakte ik het rondje wat groter. Het bracht me langs pleinen, straten en het Vondelpark.
Onderweg deed ik hetzelfde als ik vroeger altijd deed, wanneer ik me op dit tijdstip onder de mensen begaf. Met iedereen die ik tegenkwam speelde ik het door mij bedachte spelletje: ‘al wakker of nog steeds wakker’. Was iemand net als ik vroeg uit de veren, of had hij zijn bed deze nacht nog niet gezien en moest hij nog gaan slapen? Of doorgaan, dat kan natuurlijk ook. Er waren deze ochtend klanten uit beide categorieën. De eerste persoon die ik tegenkwam was een jongen van een jaar of twintig die in een korte broek en met een pet schuin op zijn hoofd rondliep. Hij had een wat instabiele tred en een halve liter bier in zijn hand. Dit was een eitje, die hoorde bij ‘nog wakker’.
'Er waren steeds meer opstootjes tijdens vluchten, of we dus een beetje rekening met elkaar wilden houden'
Een andere man, het waren voornamelijk mannen die rond de klok van vijf wakker waren, fietste met oortjes in en een rugzak op in hoog tempo langs. ‘Al wakker’. De moeilijkste waren een jongen en een meisje die hand in hand door het park liepen. Ze zagen er verliefd uit, halverwege de twintig, en gezien het tijdstip zou je zeggen: ‘nog wakker’. Maar ze zagen er ook fris uit en net gedoucht, want nat haar. Ik kon geen keuze maken, was roestig geworden. Te lang had ik dit spel niet meer gespeeld.
Even twijfelde ik of ik het ze zou vragen, maar niemand wil rond kwart over vijf aangesproken worden op straat. Een uurtje later was ik terug waar ik begonnen was. Iedereen sliep nog. Ik ging op de bank zitten en viel in slaap, blijkens het kind dat me om zeven uur wakker maakte. Nu was ik ook van twee groepen. ‘Al wakker’ en ‘weer wakker’.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'We zijn nog geen uur (van de zestien) onderweg en er is al bonje op de achterbank'

















