Leon Verdonschot legt voor LINDA.nl wekelijks iemand het vuur na aan de schenen. Deze week is radiopresentator Frank van der Lende (33) aan de beurt, de ambassadeur van de campagne Oog voor Dementie.
Welke gebeurtenis bracht het onderwerp dementie in je leven?
“Helaas was dat zes en een half jaar geleden de diagnose van mijn vader, die de ziekte van Alzheimer kreeg. En daarbij horend een soort doodsvonnis: hij had nog maximaal 15 jaar, met nul kans op herstel. Ik was toen 28 en wist niet goed wat die ziekte inhield, alleen dat je er vergeetachtig van werd. Ik zou er veel aan hebben gehad als ik er meer van had geweten. Zoals wel meer mensen, denk ik, want het is hard op weg doodsoorzaak nummer een te worden. Ik ging er wel zoveel mogelijk over lezen, en ging naar bijeenkomsten met andere jonge mensen wiens ouders dementie hadden.”
Toen je vader eenmaal die diagnose kreeg, was er toen naast verdriet ook sprake van opluchting omdat in ieder geval duidelijk was wat er aan de hand was?
“Hij hoorde het op zijn zestigste, ik denk achteraf dat hij het op zijn 56ste al had, misschien nog wel eerder. Er waren eerst verschillende verkeerde diagnoses gesteld, zoals heel vaak gebeurt bij mensen met dementie: die krijgen dan te horen dat ze depressief zijn, of een burn-out hebben.
Zijn kledingzaak was failliet gegaan, toen kwam hij thuis te zitten en ging hij zoek naar ander werk. Hij was gek op autorijden, dus toen ging hij werken als taxichauffeur. Kon hij de hele tijd de weg niet meer vinden. Achteraf heel zielig en ook aandoenlijk: toen ging mijn moeder de weg met hem oefenen. Mijn vader ging ook in een tankstation werken, maar raakte daar de hele tijd in de war met het teruggeven van wisselgeld. Terwijl hij zijn hele leven in zijn kledingzaak niet anders had gedaan. En wij vroegen ons de hele tijd af wat er toch met hem aan de hand was.
En inderdaad, er was enige opluchting omdat opeens alle kwartjes op hun plek vielen, en er heel veel duidelijk werd. Maar het was ook dat doodsvonnis, en het afscheid al tijdens een leven. Van alzheimer kan je gedrag bijvoorbeeld kinds worden: je wordt opeens mateloos, en gaat plots heel veel koekjes eten, of ’s nachts ijs. Als je ouder wordt, verandert de verhouding met je ouders natuurlijk sowieso al: opeens ben jij degene die in een restaurant een keer de rekening betaalt. Dat is heel natuurlijk. Maar nu ging het heel snel, en stond ik opeens mijn vader aan te kleden, of te vertellen dat het al één uur ‘s middags was en tijd om te douchen.
Het moeilijke is ook dat je de neiging hebt om te denken dat iemand alles nog wel kan wat hij altijd al deed, alleen misschien wat langzamer of rustiger. Wij zijn bijvoorbeeld altijd echt een praatfamilie geweest, maar op een gegeven moment vond mijn vader het fijner om gewoon samen te zitten en naar muziek te luisteren. Hij mocht niet meer rijden, wat veel mensen met alzheimer ook heel lastig vinden, want dan wordt er opnieuw iets van ze afgepakt.
Maar dan zaten we samen in de auto te genieten van de Beatles. En dan niet praten, maar allebei luisteren en trommelen op onze benen en het stuur. En mijn vader sportte altijd heel graag, maar op een gegeven moment werd fietsen echt te gevaarlijk. Dan gingen we dus samen wandelen. Hij was heel bang dat hij niks meer zou kunnen en weten. En vooral dat kúnnen, het fysieke gedeelte, viel hem heel zwaar.”
Wat leerde je van gesprekken met andere mensen wiens ouders de ziekte van Alzheimer of een andere vorm van dementie hadden?
“Die gesprekken kwamen op twee dingen neer: klagen en vragen. Dat eerste is ook belangrijk; even met gelijkgestemden stoom afblazen. Maar van het vraag-gedeelte leerde ik ook veel. Dan hoorde je van mensen die een gps-tracker voor hun ouders hadden gekocht, of die naar de vaste supermarkt waren gegaan om het personeel te vertellen dat hun vader alzheimer had, en dat ze dus iets geduldiger met hem moesten zijn.”
Dementie is een onderwerp in veel kunst. Films als ‘The Father’ van vorig jaar. In romans: van Clairy Polak, Ivo Victoria, Bernlefs ‘Hersenschimmen’. Hoe verhoud jij je daartoe?
“Daar heb ik wel mee geworsteld. Toevallig heb ik laatst Hersenschimmen voor de eerste keer gelezen: prachtig. Ik had het eigenlijk willen lezen toen mijn vader nog leefde, dan had ik hem nog beter begrepen. The Father heb ik ook gezien toen mijn vader al was overleden, maar dat kwam toen echt nog te vroeg. Mijn verdedigingsmechanisme tegen films en boeken was lang ‘val me er niet mee lastig’, ook omdat er vaak duidelijk in wordt hoe de ziekte afloopt. Maar nu ben ik er wel klaar voor.”
Gezond eten, voldoende bewegen en stoppen met roken helpt bij de preventie van dementie. Net als het trainen van je brein. Merk je dat je dat meer bent gaan doen?
“Het eerlijke antwoord is nee. Maar inderdaad: het is veel beter om een nieuwe puzzel te maken, in plaats van steeds sudoku’s op te lossen. Ik ga wel naar de sportschool voor mijn rug en zit in een mannenpraatgroep om mijn gevoelens te ordenen, maar mijn geheugen, daar doe ik dan weer niks aan. Terwijl dat wel zou moeten.”
Als jij een band in je radiostudio ontvangt en er komen vijf muzikanten binnen, een tourmanager en iemand van de platenmaatschappij die zich allemaal voorstellen, weet je dan vijf minuten later hun namen nog?
“Nu noem je net iets waar ik wél goed in ben. Vooral door de ouderwetse truc: de naam herhalen als iemand zich voorstelt, zodat je de naam twee keer hoort, waarvan een keer door jezelf. En anders kun je nog altijd vragen wat iemands achternaam ook alweer was. Bijna alle mensen noemen dan ook hun voornaam nog een keer.”
Je eerste radioprogramma ooit heette ‘Een Uurtje Ellende met Frank van der Lende’, op Rick.FM, de lokale omroep van Uithoorn. Hoe klonk dat?
“Ik ging gisteren bij mijn moeder langs, en toen ik Uithoorn binnen reed, kwam ik langs zo’n matrixbord met de tekst ‘Rick.Fm, voor al het lokale nieuws’. Toen dacht ik: o ja, mooi was die tijd. Het was ontzettend leuk. Ik was een enorme radioliefhebber, en bij Rick.fm kwam ik erachter dat radio maken een échte baan was. Op de een of andere manier dacht ik tot die tijd dat Edwin Evers na zijn radioshows naar zijn échte werk ging.”
Hoe kijk je terug op je deelname aan ‘Expeditie Robinson’?
“Het survivallen vond ik fantastisch: in de buitenlucht slapen, gaan slapen als de zon zakt en opstaan als de zon opkomt, het vuur maken, voor je eten zorgen. Maar van het tv-maak-gedeelte ging ik me een product voelen: een Lego-steentje dat je steeds kunt oppakken en op een ander eilandje kunt zetten voor het volgende spelletje. Ik was ook net verloofd en het ging echt slecht met mijn vader, dus op een gegeven moment dacht ik: ik ben er klaar mee.”
Na vele jaren bij 3FM stapte je dit jaar over naar Veronica. De zendercoördinator van 3FM verklaarde toen: ‘Ondanks hun eerdere toezeggingen kiezen Sander (Hoogendoorn je collega) en Frank nu toch een andere weg.’ Ben jij een man van je woord?
“Ik ben enorm een man van mijn woord. Soms zelfs té, ik wring mezelf in allerlei bochten om mijn verantwoordelijkheid te nemen. Ik had toegezegd te blijven met een voorbehoud: ik wilde eerst de rest van de programmering zien. En toen die eenmaal duidelijk werd, bleek dat we uit elkaar waren gegroeid. 3Fm zal altijd mijn grote jeugdliefde blijven, maar na veertien jaar was het mooi. Bij Veronica krijg ik het gevoel van een rebellenclub: een leuke mix van radio-nerds en rockers.”