Sander de Hosson is longarts en zet zich tevens in voor ‘de best mogelijke palliatieve zorg’. Bij LINDA. deelt hij zijn ontroerendste en heftigste verhalen.
In de zorg denken we vaak dat onze belangrijkste taak is om iets op te lossen. Dat we de juiste behandeling moeten vinden, het perfecte antwoord moeten hebben of een goed plan moeten maken. Misschien is dat wel onze grootste vergissing.
'Ik zie dat ze stervende is, het zit in haar blik. Een moeilijk te beschrijven oogopslag die in geen enkel leerboek staat'
Ik zag het vanochtend nog op de verpleegafdeling. Een vrouw boog zich naar haar stervende man. “Ik weet niet meer wat ik moet zeggen.” Ze keek mij aan alsof ik daar een recept voor kon uitschrijven. Maar hij luisterde al lang niet meer naar haar woorden. Dat lukte niet meer goed. Hij voelde haar hand nog wel. Ze zat naast hem en streek voorzichtig over zijn arm. Meer gebeurde er niet. Meer was er ook niet nodig.
Vorige week vroeg een man mij wie er straks voor zijn vrouw zou zorgen. Ze had beginnende dementie. Hij wist dat hij haar zou moeten loslaten. Ik wist dat ook. Er bestaan geen goede antwoorden op zulke vragen. Dus zochten we ze die middag ook niet. We zaten samen. Er viel een stilte. In de loop der jaren heb ik geleerd dat stilte niet de afwezigheid van een gesprek is. Vaak ís stilte het gesprek.
Laatst sprak ik een dochter die bang was dat ze in de laatste uren van haar moeder de verkeerde woorden zou kiezen. Ik vroeg haar of zij zich nog kon herinneren wat haar moeder precies tegen haar had gezegd toen ze als kind verdriet had. Ze dacht even na.”Nee, maar ik wist wel altijd dat ze er was.” Dat was het hele antwoord. We hebben aanwezigheid ingewikkeld gemaakt.
'Hij wil niet dat de vrouw, met wie hij veertig jaar heeft gedeeld, naast z’n bed zit terwijl hij daar zo ligt’
Terwijl sommige vragen helemaal geen antwoord nodig hebben. De meeste vragen hebben iemand nodig die blijft. Dat geldt ook wanneer we vooruit durven te kijken. “Waar bent u bang voor?” “Wat zou u belangrijk vinden als het straks slechter gaat?” “Wat wilt u dat wij weten als u het zelf niet meer kunt vertellen?”
Mensen noemen dat moeilijke gesprekken. Ik noem het liefdevolle gesprekken. Niet omdat ze gemakkelijk zijn. Dat zijn ze zelden. Maar omdat iemand daarin merkt dat hij de toekomst niet alleen hoeft te dragen. In de geneeskunde leer je hoe je diagnoses stelt, hoe je behandelt en hoe je levens probeert te verlengen. Natuurlijk is dat belangrijk. Maar de lessen die mij het meest hebben gevormd, stonden in geen enkel leerboek.
'Als ik doodga, hoop ik dat iemand naast me komt zitten. Niet bang of verkrampt, gewoon naast me'
Ik vond ze in kamers waar niets meer te genezen viel. In stiltes die, goddank, niemand haastig opvulde. Ik zag ze in verpleegkundigen die nog even bleven zitten voordat ze de deur zacht achter zich dichttrokken. Ik zag ze in familieleden die geen woorden meer hadden, maar wel elkaars hand vasthielden.
Daar leerde ik dat aanwezigheid geen alternatief is voor goede zorg. Ik leerde dat aanwezigheid zélf goede zorg is. Misschien geldt dat niet alleen voor de zorg. Misschien wel voor het hele leven. Want uiteindelijk herinneren we ons zelden wie precies de juiste woorden vond. We herinneren ons ook niet meer wat onze ouders zeiden toen we als kind huilend naast een klimrek zaten.
We herinneren ons wel dat ze ons optilden. Die essentie verandert nooit. We blijven ons herinneren wie bleef. Wie bleef toen het moeilijk werd, wie bleef toen er niets meer op te lossen viel, wie bleef toen de stilte viel. Wie bleef.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Je raakt niet alleen kracht kwijt als je ernstig ziek bent, maar ook iets van hoe je jezelf kende'















