Jacobijn (53) ontdekte dat haar man niet één maar twee minnaressen had op zijn werk. Toen kreeg ze borstkanker.
“Op een dag, drie jaar geleden, begon mijn man zich ineens ongewoon te gedragen. Wij kenden elkaar na 25 jaar zo goed, elke schommeling in zijn gedrag registreerde ik. Toen hij en zijn telefoon onafscheidelijk werden, rook ik pas echt onraad. ’s Avonds zat hij als gewoonlijk in zijn luie stoel. Alleen voor de programma’s had hij geen belangstelling meer, voor mij evenmin. Als ik hem iets vroeg, antwoordde hij verstrooid in vage zinnen. Mee op familiebezoek wilde hij ook niet meer.
Hij was maar aan het appen, dat deed hij daarvoor nooit. Ik zat ook op mijn vaste plek in de huiskamer, net achter hem en volgde alles van een afstand. Een paar weken later moest hij voor een routineoperatie naar het ziekenhuis en zat na zijn thuiskomst de huiskamer vol vrouwelijke collega’s. Ik rende af en aan met cake en koffie, maar geen van hen nam de moeite het woord tot mij te richten. Allemaal in de ban van mijn man, die zich heerlijk in de watten liet leggen.”
Janet (50): 'Tegen de kinderen zei hij: 'Ik wil geen mantelzorger voor mama zijn''



















