Deze zomer neemt Olcay Gulsen je op LINDA.nl mee in haar wereld. In haar columns schrijft ze openhartig over de maatschappelijke thema’s die haar bezighouden en deelt ze natuurlijk ook verhalen over haar persoonlijke leven.
Sommige nieuwsberichten lees je niet. Die voel je.
Ze gaan onder je huid zitten, nestelen zich ergens in je hoofd en blijven daar rondspoken. De zaak van het zesjarige meisje uit Stadskanaal is zo’n verhaal. Een verhaal waarvan ieder detail je dwingt om even te stoppen met waar je mee bezig bent, omdat je simpelweg niet kunt bevatten dat een kind dit in Nederland heeft moeten doorstaan.
'Controle wordt verkocht als liefde en het beperken van een vrouw als waarden en normen. Ik vind het doodeng'
Het meisje zou langdurig zijn opgesloten in een donkere kelder, vastgebonden aan leidingen, geslagen, uitgehongerd en gedwongen haar eigen braaksel op te eten. Ze raakte zo ernstig ondervoed en uitgedroogd dat ze in het ziekenhuis kunstmatig in coma moest worden gehouden. Terwijl ik dit opschrijf, denk ik maar één ding: waar waren wij?
Ik begrijp zo goed dat de hele wijk boos en verdrietig was. Dat mensen bloemen en knuffels neerlegden en hun woede nauwelijks konden bedwingen. Want ergens willen we geloven dat dit soort gruwelijkheden alleen kunnen plaatsvinden op plekken waar niemand kijkt. Achter hermetisch gesloten deuren, zonder signalen, zonder getuigen en zonder hulpverleners in de buurt.
Maar er wáren signalen. Het meisje kwam gewond naar school, viel in slaap tijdens de les en had honger. Haar school trok meerdere keren aan de bel. Er werden meldingen gedaan bij Veilig Thuis. Ze belandde zelfs in het ziekenhuis, ernstig ziek, onverzorgd, ondervoed en uitgedroogd. Toch kwam ze opnieuw terecht in de omstandigheden waaruit ze juist gered had moeten worden.
'Als gelijkwaardigheid en vrijheid tegenwoordig woke zijn, dan moet ik misschien toch uit de kast komen'
Dat is misschien wel het pijnlijkste aan deze hele zaak. Niet alleen dat twee volwassenen volgens het Openbaar Ministerie in staat waren een weerloos kind op mensonterende wijze te behandelen, maar ook dat zoveel mensen en instanties stukjes van haar verhaal hebben gezien zonder dat iemand op tijd het hele plaatje bij elkaar wist te leggen.
Tijdens de eerste zitting werd duidelijk dat beide verdachten zullen worden onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Deskundigen moeten vaststellen of er sprake is van psychische problematiek, een verstandelijke beperking of andere stoornissen die hun gedrag kunnen helpen verklaren.
En eerlijk: er móét bijna wel iets aan de hand zijn. Geen enkel weldenkend mens bindt een kind vast in een kelder. Geen weldenkend mens hongert een meisje uit, slaat haar en dwingt haar haar eigen braaksel te eten.
Maar een verklaring is geen verzachting. Een diagnose maakt niet ongedaan wat dit meisje is aangedaan. Het onderzoek kan misschien antwoord geven op de vraag hoe mensen tot zulke daden kunnen komen. De veel belangrijkere vraag voor ons allemaal blijft echter: hoe kon niemand haar op tijd redden?
Dat er in Nederland veel kinderen worden mishandeld, is mij helaas niet onbekend. Toch blijf ik iedere keer geschokt door de manier waarop betrokken instanties langs elkaar heen lijken te werken. De ene organisatie ziet een wond. De andere ziet ondervoeding. Een school ziet een uitgeput kind. Een ziekenhuis ziet ernstige medische klachten. Ieder ziet een stukje, maar wie ziet het kind?
'Mensen die bij elkaar waren om liefde en vrijheid te vieren, werden geconfronteerd met een gruwelijke aanslag'
Vanaf deze week zijn alle scholen weer open en ik hoop zo dat leerkrachten goed opletten, aangezien zij vaak een vertrouwenspersoon zijn voor een kind. Voor veel kinderen die in een onveilige thuissituatie leven, is een klaslokaal de veiligste plek van hun dag. Uit gesprekken die ik in het verleden voerde met leerkrachten zag ik hoe bevlogen en betrokken de leerkrachten zijn. Hoe ze kinderen soms iets extra’s toestoppen. Hoe ze letten op afwijkend gedrag, vermoeidheid, honger, angst of plotselinge stilte. Niet omdat het officieel in hun taakomschrijving staat, maar omdat ze weten dat een klaslokaal voor sommige kinderen de veiligste plek van hun dag is.
Terwijl ik dit typ, dwalen mijn gedachten steeds af naar het meisje uit Stadskanaal. Ik hoop dat zij ook zulke lieve leraren had. Ik hoopte dat zij ook zulke lieve leraren had. Mensen die haar zagen. Die haar geloofden. Die haar tijdens die paar uur op school iets hebben kunnen geven wat thuis ontbrak: warmte, eten, aandacht en een moment waarop ze niet bang hoefde te zijn.
Tegelijkertijd is dat ook een bijna ondraaglijke gedachte. Want haar school hééft zorgen geuit. Mensen hébben geprobeerd alarm te slaan. Het waren uiteindelijk niet de signalen die ontbraken. Het ontbrak aan een systeem dat die signalen snel genoeg verzamelde, serieus genoeg nam en daadkrachtig genoeg opvolgde.
De komende tijd zal de discussie ongetwijfeld veel gaan over de straf voor de twee vrouwen. Begrijpelijk. Wanneer je leest wat dit meisje is aangedaan, voelt geen enkele straf zwaar genoeg.
Maar het grootste leed is al geschied.
'Ik werd teruggebracht tot een stereotype waar succesvolle vrouwen vroeg of laat mee te maken krijgen: de vrouw die pronkt'
Hoe moet een kind na zoveel geweld en vernedering leren dat volwassenen te vertrouwen zijn? Hoe moet zij ooit geloven dat een huis veilig kan zijn, dat eten geen strafmiddel is en dat liefde geen pijn hoort te doen? Ze is nu veilig en krijgt hulp, maar veiligheid achteraf kan nooit uitwissen wat haar is overkomen.
Hoeveel gebroken en voor altijd getraumatiseerde kinderen hebben we nog nodig voordat Nederland een systeem bouwt dat niet alleen signaleert, maar ook daadwerkelijk handelt? Hoe vaak moeten we achteraf concluderen dat er meldingen waren, dat er zorgen bestonden en dat verschillende instanties betrokken waren?
De les die ik deze week opnieuw leerde, is dat ingrijpen niet alleen begint bij grote instanties of ingewikkelde protocollen. Het begint ook bij ons. Bij opletten. Doorvragen. Een kind geloven. Nog een keer bellen wanneer je geen gehoor krijgt. Niet bang zijn om je met een ander te bemoeien wanneer alles in je zegt dat er iets niet klopt.
Want liever één keer te veel alarm slaan dan één keer te laat. Een kind kan zichzelf niet uit een kelder bevrijden. Daar zijn volwassenen voor nodig.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'De strafzaak van Lindsay Clancy is een waarschuwing: als een moeder zegt dat het niet goed gaat, luister dan'
















