Deze zomer neemt Olcay Gulsen je op LINDA.nl mee in haar wereld. In haar columns schrijft ze openhartig over de maatschappelijke thema’s die haar bezighouden en deelt ze natuurlijk ook verhalen over haar persoonlijke leven.
Snikkend zit ik voor mijn scherm. Ik kijk naar een vrouw die ik niet ken. Lindsay Clancy. Een Amerikaanse moeder van drie kinderen. En terwijl ik haar zaak volg, voel ik een verdriet en woede die ik moeilijk van me af kan zetten.
Niet alleen vanwege het onvoorstelbare einde van haar drie kinderen. Cora, Dawson en Callan. Drie kleine, onschuldige levens die er niet meer zijn. Maar ook omdat ik steeds maar één gedachte heb: hoe heeft het in godsnaam zo ver kunnen komen?
Lindsay zocht hulp. Veel hulp. Heel vaak.
'Als gelijkwaardigheid en vrijheid tegenwoordig woke zijn, dan moet ik misschien toch uit de kast komen'
In de maanden voordat haar kinderen stierven, ging het psychisch steeds slechter met haar. Ze kampte met ernstige depressieve klachten, angst, slapeloosheid en gedachten aan zelfdoding. Ze sprak met hulpverleners, belde een hulplijn en werd uiteindelijk opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.
In enkele maanden tijd kreeg ze verschillende psychiatrische medicijnen voorgeschreven. Haar verdediging stelt nu dat ze leed aan een postpartumpsychose en dat haar medicatie haar toestand verder verslechterde. De aanklagers zeggen juist dat zij wist wat ze deed en niet psychotisch was. Dat is nu aan de rechter. Maar los van de vraag die in die rechtszaal moet worden beantwoord, blijft voor mij een andere vraag overeind: hoe ziek moet een moeder worden voordat wij haar écht zien?
We praten eindeloos over zwangerschap. Over foliumzuur, echo’s, suiker, bloeddruk, bevallingsplannen, kraampakketten en hoeveel gram een baby aankomt. Maar hoe vaak vragen we na een bevalling werkelijk aan een vrouw: ‘En hoe gaat het met jou?’ Niet het beleefde ‘alles goed?’ waarop bijna iedere nieuwe moeder automatisch ‘ja hoor’ antwoordt. Maar écht.
Heb je angstige gedachten?
Voel je je nog jezelf?
Durf je alleen te zijn met je baby?
Heb je gedachten waar je van schrikt?
Ben je bang voor jezelf?
'Toen kwam dat formulier: welke naam wilt u na uw huwelijk dragen? Tot mijn eigen verbazing aarzelde ik geen moment'
Want Lindsay Clancy is een extreem en verschrikkelijk verhaal. Maar psychische problemen na een bevalling zijn helemaal niet zeldzaam. Ook niet in Nederland.
Volgens het Trimbos-instituut krijgt bijna 11 procent van de Nederlandse vrouwen na een bevalling een depressie. Een op de vijf vrouwen ervaart depressieve klachten, een op de vier heeft angstklachten, een op de zeven nieuwe moeders ervaart heel veel stress.
En postpartumpsychose – de ernstige aandoening die centraal staat in de verdediging van Lindsay – is gelukkig zeldzamer, maar treft nog altijd ongeveer een tot twee op de duizend vrouwen rondom een bevalling. Lees die cijfers nog eens. Achter ieder percentage zit een vrouw.
Een vrouw die misschien naar haar slapende baby kijkt en denkt dat ze de gelukkigste vrouw ter wereld zou moeten zijn, maar alleen maar leegte voelt. Of een vrouw die zich schaamt, omdat iedereen zegt: “Geniet ervan, ze zijn maar één keer zo klein.” Een vrouw die op Instagram andere moeders ziet stralen en denkt: waarom lukt dit mij niet?
En misschien ook een vrouw die gedachten heeft die zo donker zijn dat ze ze aan niemand durft uit te spreken. Omdat we van een moeder verwachten dat haar liefde voor haar kind alles overwint.
Olcay Gulsen: 'Terwijl wij spreken over kansen en gelijkheid, is veiligheid voor miljoenen vrouwen een dagelijkse strijd'
Maar een psychiatrische ziekte laat zich niet wegdrukken door moederliefde. Dat is misschien wat deze zaak zo moeilijk maakt. We willen de wereld graag overzichtelijk houden. Goed en fout. Dader en slachtoffer. Moeder en monster. Drie kinderen om het leven brengen is bijna niet te bevatten. Hun dood mag nooit een voetnoot worden in een discussie over geestelijke gezondheidszorg.
Maar misschien kunnen twee dingen tegelijkertijd waar zijn. We kunnen intens verdriet voelen om drie kinderen die nooit volwassen zullen worden. En tegelijkertijd durven onderzoeken hoe een moeder psychisch zo ernstig kan ontregelen dat het onvoorstelbare gebeurt. Niet om haar daden kleiner te maken. Maar om te voorkomen dat we de volgende vrouw pas zien wanneer het te laat is. Wat mij misschien nog het meest raakt aan deze zaak, is dat hulp vragen blijkbaar niet altijd hetzelfde is als hulp krijgen.
We vertellen vrouwen voortdurend: praat erover. Trek aan de bel. Zoek hulp. Maar als een vrouw dat vervolgens doet, moet er aan de andere kant wel iemand staan die begrijpt hoe ernstig het kan zijn.
'Mensen die bij elkaar waren om liefde en vrijheid te vieren, werden geconfronteerd met een gruwelijke aanslag'
Postpartum mentale zorg mag geen luxe zijn. Geen onderwerp dat ergens onderaan het lijstje van de nacontrole staat nadat we hebben gevraagd naar hechtingen, borstvoeding en anticonceptie. We zouden de mentale gezondheid van vrouwen voor en na een bevalling net zo vanzelfsprekend moeten controleren als hun bloeddruk. En misschien moeten we als samenleving ook stoppen met het romantiseren van het moederschap.
Een baby krijgen kan het mooiste zijn wat je ooit overkomt en tegelijkertijd de meest ontwrichtende periode van je leven zijn. Je kunt zielsveel van je kind houden en depressief zijn, je kunt dankbaar zijn en doodongelukkig, je kunt een goede moeder zijn en hulp nodig hebben.
Terwijl ik naar Lindsay kijk, zie ik daarom niet alleen een Amerikaanse strafzaak. Ik zie een waarschuwing. Voor artsen, voor partners, voor vriendinnen, voor familie, voor ons allemaal. Vraag niet alleen naar de baby. Vraag naar de moeder. En als ze zegt dat het niet goed gaat, luister dan. Niet morgen, maar nu.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Ik werd teruggebracht tot een stereotype waar succesvolle vrouwen vroeg of laat mee te maken krijgen: de vrouw die pronkt'
















