Kinderen grootbrengen is één ding. Ze loslaten? Een heel ander verhaal. Jurgen (51) – filmmaker, vader en LINDA.-columnist – neemt je mee in het avontuur van het uitvliegen. Met humor, verwondering en een tikje weemoed.
“Wat een apparaat.” Mijn vrouw houdt hem met twee handen vast. “Zooo … zwaar.” Ze kijkt er bewonderend naar. Ik ook. Size matters. Soms. Vijfentwintig centimeter tot aan de top, schat ik. Dertig zelfs. Gemeten vanaf de body. Hard als staal. En dik. “Zo groot zie je ze niet vaak”, zegt ze. Dat klopt.
'Sommige lessen leer je van je kinderen. Dat blijft misschien wel het vreemdste onderdeel van ouder worden'
Deze ‘joekel’ is het ding van de overbuurman. Indrukwekkend groot geschapen. Mijn vrouw had zin om er weer eens mee aan de slag te gaan. Zijn apparaat – een groene boormachine – is zo’n professioneel exemplaar. Waarvan je spontaan het gevoel krijgt dat je er in één ruk de kluis van de Nederlandse bank mee doorboort. Zelf heb ik ook een boormachine. Een prima boormachine. Voor schilderijtjes. Of een plankje. Deze drillmaster is gebouwd voor serieus werk. Voor gaten waarvan ik halverwege denk: misschien hadden we dit toch niet moeten doen. Mijn vrouw boort door. Onverschrokken. Vandaag wil ze een ventilator aan het plafond van de slaapkamer, recht boven ons bed. Daar is verkoeling nodig.
Zij houdt van dit soort projecten. Ze heeft een soort omgekeerde nesteldrang ontwikkeld. Sterker nog, de laatste tijd lijkt ze nergens anders meer aan te denken. Het WK voetbal boeit haar niet. En sinds de kinderen de deur uit zijn, is er iets veranderd. Is er meer ruimte gekomen. Letterlijk. Blijkbaar ook in haar hoofd.
Ik hoef maar naast haar op de bank te gaan zitten of ze begint alweer. “Zullen we die muur eens aanpakken?” “Misschien moeten we de hal anders doen.” “Of de voordeur.” Die deur heeft de laatste weken al meer transformaties ondergaan dan Madonna in twee decennia. Eerst was hij blauw. Toen donker. Nu moet hij stone grey. En er moet een raam in. Waarom? Niet om naar buren te loeren. Maar omdat het kan. Zagen dus. Ons interieur verandert ongeveer met de seizoenen mee. In de winter wonen we hotel-chic. Donkere kleuren. Warm licht. Crocoleer op de muur.
Een paar maanden later is het alsof er een Scandinavische woonwinkel in onze woonkamer is ontploft. Wit. Licht hout. Rust. Tot we daar weer onrustig van worden. Normale mensen kopen een nieuw kussen. Wij kopen een bank. Zoeken wij plakplastic, dan eindigen we met een verbouwing. Een vriendin vertelde laatst dat ze drie maanden onderzoek had gedaan voordat ze een nieuwe lamp kocht. Drie maanden! Dat is bij ons ongeveer de tijd tussen een idee en een volledig nieuw interieur.
Vroeger hadden we nog twee natuurlijke remmen. Onze kinderen. “Waarom moet alles altijd anders?” “Die bank was toch nog goed?” “Hebben jullie soms geld over?” Terechte vragen. Maar die jonge conservatievelingen zijn er nu even niet. Dus is er niemand meer die ons afremt. En eerlijk? Dat bevalt uitstekend. Want uiteindelijk gaat dit helemaal niet over een voordeur. Of over een bank. Of over een ventilator boven ons bed.
'Nu snap ik het ... dit gaat helemaal niet over de wasmand, maar over iets veel groters'
Het gaat over nieuwsgierig blijven. Over niet vastroesten. Over samen nieuwe dingen bedenken. Nieuwe versies van jezelf ontdekken. Nieuwe plannen aanboren. Letterlijk.
Mijn vrouw drukt de boormachine tegen het maagdelijk witte plafond. Vastberaden staat ze op een behoorlijk wankel trapje. Het deert haar niet. Ze zet zich schrap. Ik doe automatisch een stap achteruit. Het apparaat gromt. Mijn vrouw gromt harder. Het plafond trilt. Zij drilt. Een wolk stof dwarrelt naar beneden. Mijn vrouw proest en lacht. Haar blik spreekt boekdelen. Die blik waarmee ze ooit naar de blauwe voordeur wees. En naar het donkere croco-behang. Naar het bankstel. Naar de lamp boven ons bed.
Ik kijk naar de dampende boormachine. Naar de zwarte krater in het net nog witte plafond. En weet één ding zeker. De ventilator komt er. Hoe dan ook. Maar veel belangrijker: wij zijn voorlopig nog lang niet uitgeboord.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Wat me het meest verontrust is dat ik niet begrijp wat hij wil, deze indringer bij het huis van mijn dochter'














