‘Satisfying.’ Het stond er echt. Mijn dochter (20) appte dat ze zo lekker aan het schoonmaken was. Nog niet zo lang geleden kwam dat woord niet in haar woordenboek voor. Nu vond ze het zelfs satisfying.
Het was ‘schoonmaakweekend’ in haar studentenhuis. Met de andere vier meiden hadden ze de boel in zones verdeeld. Ieder kreeg haar eigen oorlogsgebied toegewezen.
'Dochter werd 20 en keek uit naar de visite, alleen ... die kwam niet'
Toen ik zelf studeerde kende ik zulke weekenden niet. Ik woonde met twee jongens in een smoezelige flat aan de Zwolse Palestrinalaan. We deden van alles, behalve schoonmaken. Omdat er elke ochtend een vuilniswagen langskwam, gooiden we ons vuilnis gewoon over het balkon. We aten uit een frituurpan vol donkerbruin vet. En wie op zijn sokken het toilet inging, bleef met zijn voeten aan het zeil plakken. Dus hielden we onze schoenen aan.
Dat veranderde toen Sander bij ons kwam wonen. Een prettig gestoorde muziekfreak met een obsessie voor schoonmaken. Op papier studeerde hij journalistiek, maar in de praktijk ontpopte hij zich tot de poetskoning van de Palestrinalaan. Sander kwam, zag en maakte schoon. Wij waren blij met hem. En hij met ons.
'Het zijn studenten, geen barbaren ... hield ik mezelf voor tijdens de ontgroening van mijn dochter'
Mijn dochter moest de trappen en de overloop doen. Ik appte dat ze daar mooi mee wegkwam. Dat zag ik verkeerd. Haar huis telde twee verdiepingen, plus een trap naar de kelder. Drie trappen dus, bekleed met morsige vloerbedekking uit een vorige eeuw. Daarin zaten de lange haren van alle eerdere bewoonsters stevig verweven.
‘Eén stofzuiger was niet genoeg’, appte dochter. Ze had een kaasschaaf nodig. Ik moest lachen, maar ze was bloedserieus. Ze schraapte de haren van de traptreden, alsof ze jong belegen kaas aan het schaven was. De huisgenoot die de badkamer voor haar rekening nam, gebruikte een vork om het afvoerputje te ontstoppen. Een vork. Ik zag Sander vaak zweten in onze badkamer, maar nooit met bestek.
‘Je moet ontstoppingskorrels halen’, opperde ik. Korrels erin, kokend water erover en oppassen voor de stoomwolk. Dat was allang geprobeerd. De korrels hadden de strijd opgegeven. Ze waren niet opgewassen tegen alles wat er in een studentenhuis door het doucheputje verdwijnt.
Terwijl mijn dochter half op haar knieën de traptreden stond te schaven, hoorde ze uit de badkamer kokhalzende geluiden. Haar huisgenoot stond in paniek en tot haar enkels in de zwarte prut. De drek was al over de rand van de douchebak gestroomd en kroop als lava richting de deur.
'Ik weet nog hoe ik het de kinderen vertelde, met een dichtgeknepen keel'
Aan het eind van de dag appte dochter dat de klus was geklaard. Of ik een foto wilde zien? Niet van het schone huis, maar van haar nieuwe kleren. Haar huisgenoot had na de badkamer ook haar overvolle kledingkast aangepakt. Ze gooide haar complete garderobe op een hoop en riep de andere meiden erbij. Die mochten uitzoeken wat ze wilden. Een schoner huis én een nieuwe outfit. Iedereen blij.
Toen dochter nog puberde, was alleen denken aan het werkwoord ‘opruimen’ al genoeg voor strijd. Nu maakte ze vrijwillig een heel huis schoon. Mooi. Ik verwijderde snel mijn grappig bedoelde appje, met de vraag of de vork en kaasschaaf alweer in de keukenla lagen?
'Kleine kinderen, kleine zorgen. Grote kinderen, grote zorgen. Het klopt, weet ik uit ervaring'
Even later kwam mijn zoon (22) van zolder. Ik keek naar zijn slobberige kleren en vroeg of hij zich nog ging omkleden. “Straks”, zei hij. Hij was de vloer aan het dweilen. Mijn dochter met de kaasschaaf, mijn zoon met de dweil. Sander zou het prachtig vinden.
Sander ging na zijn studie niet aan de slag bij Glorix, Dreft of Mr. Proper, maar werd de helft van De Coen en Sander Show. Met een eigen rubriekje, dat wel: ‘Sanders huishoudjournaal’.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Mijn vrouw en ik waren op dit feestje waarschijnlijk de enigen zonder pillen of poeder'

















