
Vraag het een Madrileen en die zal je vol vuur antwoorden: “Ja, natúúrlijk is Madrid de beste plek op aarde.“ Dat moeten we zien.
WEER OF
GEEN WEER,
HET LEVEN
SPEELT ZICH
BUITEN AF
We zijn nog maar net in Madrid en hebben al twee dingen vastgesteld: koffiedrinken kunnen Spanjaarden uitstekend en voor een terras hoef je nooit ver te zoeken. Aan een buitenbar aan Gran Vía bestellen we onze eerste café con leche. Om ons heen raast de stad voorbij: taxi’s, scooters, bussen, mensen. Veel mensen. Er wordt gepraat, gelachen, gegeten. Op straat staan overal tafels. Madrilenen wonen in hun stad, niet in hun huis. De straat, las terrazas en de barretjes zijn de verlengstukken van de woonkamer. Weer of geen weer, men is buiten. Vaak wordt er ’s middags na het werk al geborreld met vrienden of collega’s – el tardeo, noemen ze dat. Kom er maar eens om in Nederland. Daar ontlopen we het graftakkenweer door zo snel mogelijk met chagrijnig gezicht het ov in te duiken.
Wat ook meteen opvalt: Madrid is overzichtelijk en compact genoeg om veel te voet te doen. Tijdens keuvelarij met locals worden we vrolijk door hun trotse, ietwat theatrale houding ten opzichte van hun stad. Natúúrlijk is Madrid de beste plek op aarde. Ze kijken er brutaal zelfverzekerd bij. We praten over de verschillende wijken die elk een heel eigen karakter hebben. Over hoe een paar straten verder het straatbeeld alweer totaal anders kan zijn. Van statige herenhuizen en dure boetieks naar vintagewinkels, tapasbars en marktkramen.
We beginnen op Puerta del Sol, het bekendste plein van Madrid, een plek waar veel Spaanse symboliek samenkomt. In de bestrating ligt de zogenoemde Kilometer Nul: het officiële startpunt van waaruit de afstanden over de belangrijkste Spaanse wegen worden berekend. Even verderop een bronzen beeld van een beer die zich uitstrekt naar een madroño, een boom met vruchten die op aardbeien lijken. Samen vormen ze het eeuwenoude wapen van Madrid. Toeristen staan in de rij voor een foto.
HAP: BROODJE
CALAMARES
MET SAUS VAN
BABYINKTVIS,
BLOEDWORST EN
LIMOENRASP
Vanaf Sol lopen we naar Plaza Mayor. We passeren bakkerijen en bars waar achter de toonbank tortilla’s, croquetas en andere verleidingen liggen. Eigenlijk zijn we onderweg naar onze lunch, maar in Madrid moet je oppassen met het woord ‘onderweg’. Er zit altijd wel iets tussen. Op Plaza Mayor staan we tussen de rode gevels en 237 balkons. Het plein is groot, indrukwekkend en, zoals te verwachten, behoorlijk toeristisch. Toch staan we er even later met een bocadillo de calamares in onze handen, een broodje met gefrituurde inktvis. Op de meeste plekken kun je een oké versie eten, maar Pistola heeft ’m geperfectioneerd met een huisgemaakte saus van babyinktvis en bloedworst, aangevuld met Iberisch varkenswangetje, aioli en limoenrasp. Met recht een Madrileense klassieker.
KIJK WAAR HET
GEZELLIG IS
EN SCHUIF AAN
ALS ER EEN
TAFEL VRIJKOMT
Voor tapas gaan we naar La Latina. Vooral rond de Calle de Cava Baja zitten de bars dicht op elkaar. We hebben niets gereserveerd en dat hoeft ook niet per se. Sterker nog: in veel zaken kún je helemaal niet reserveren. Gewoon een zijstraat in, kijken waar het gezellig is en aanschuiven zodra er een tafel vrijkomt.
Op zondag is de levendige wijk La Latina het decor van een Madrileense traditie: El Rastro. De beroemde vlooienmarkt zit verspreid over verschillende straten, met kraampjes vol kleding, antiek, meubelsen kunst. De bordjes die voor onze neus liggen, zijn gewoon te leuk. Kopen en thuis tapas op serveren. We stuiten op nog een ander zondags gebruik, la hora del vermut. In Madrid is rode vermout meer dan een drankje: het hoort bij het sociale ritueel van de late ochtend. Een glaasje, vaak van de tap, met wat olijven of chips om de eetlust op te wekken. Daarna schuif je aan voor de lunch.
Wie behoefte heeft aan groen, kan naar El Retiro. De wijk Retiro is een van de rijkere buurten, met statige huizen aan brede lanen en opvallend veel teckels aan de lijn. Het park, ooit een koninklijke privétuin, is nu de plek waar Madrilenen wandelen, sporten, bootje varen of zich gewoon verpozen. We lopen langs de vijver en het Palacio de Cristal. Het glazen paleis werd gebouwd voor een tentoonstelling in 1887 en staat midden tussen de bomen, alsof iemand er een enorme glazen stolp heeft neergezet. Het licht schittert door het glas naar binnen.
Salamanca is al net zo’n chique wijk. De etalages liggen vol designerlaarzen, -tassen en kleding om van te dromen. We besluiten het moois vooral te behandelen als kijkobject.
EINDE OCHTEND
DRINK JE EEN
GLAS VERMOUT
OM DE EETLUST
OP TE WEKKEN
Malasaña is een jongere wijk, een stuk minder klassiek Spaans, en alternatiever. Vintagewinkels, koffiebars, conceptstores en studenten bepalen het straatbeeld. We struinen door Juanita la Vintage,kijken rond bij El Moderno Concept Store en belanden bij La Mona Checa, een vintagewinkel met een plafond dat rechtstreeks uit een circus lijkt te komen. Bij La Postalera kunnen we een ouderwetse ansichtkaart schrijven en versturen.
Chueca heeft weer een ander karakter. Met een stuk of tien gayclubs vormt de wijk het kloppend hart van de queerscene. Dat de buurt vroeger als grimmig bekendstond is nauwelijks meer voor te stellen.
Voor een Spaanse citytrip kiezen veel mensen voor Barcelona, waarop Gaudí nadrukkelijk zijn stempel heeft gedrukt, of voor een plek aan een van de costa’s, met zee, zon en ligbedden binnen handbereik. Maar Madrid overslaan is eeuwig zonde. Neem de musea: het Prado met klassieke werken van Velázquez, Goya en El Greco. Het Reina Sofía met moderne kunst en Picasso’s Guernica. En Thyssen-Bornemisza, met een collectie die de twee andere grote musea mooi aanvult. Genoeg om een complete citytrip mee te vullen. We pikken er eentje uit. Een beetje op de rem trappen is namelijk lekker als je een stad voor het eerst bezoekt. Om de daad bij het woord te voegen gaan we naar de Templo de Debod voor de zonsondergang. Die Egyptische tempel werd in de jaren zestig aan Spanje geschonken en staat op een heuvel met uitzicht over Madrid. Daar kleuren de stenen warm rood en blijven we staren naar de terracotta daken die zich als een tapijt onder ons uitstrekken.•
Dit artikel is afkomstig uit LINDA.LOVES THE GOOD SEASON lees hier het hele magazine.
‘Langs de Albanese Rivièra hangt de geur van gegrilde vis en zomerse cocktails’
































































