
Paar dagen over en no idea where to go? Noord-Sicilië biedt uitkomst met strand, tafels vol eten en, vooruit, ook nog wat cultuur.
Drie oude mannetjes zitten gezellig met elkaar te keuvelen op een bankje in het slaperige dorpje Caccamo. Misschien nemen ze het nieuws van de dag door. Misschien praten ze over de zin van het leven. Er komen in elk geval een hoop Italiaanse handgebaren aan te pas. “Amore!” roept een van de mannen lachend als ik langsloop. Flirten kunnen ze ook nog, die Italiaanse bejaarden. Of beter gezegd: de Sicilianen.
Sicilië is deel van Italië, maar een wereld op zich. Zo zien de Sicilianen dat zelf ook. Ze hebben hun eigen taal en zijn trots op hun sterke familiebanden, regionale gerechten en rijke historie. Zo heeft Caccamo een van de grootste en best bewaarde middeleeuwse kastelen van het eiland. Gebouwd door Noormannen op een steile rots en niet te missen als je het dorp inrijdt. Vanaf de kasteelmuren kijk je uit over de vallei en de honingkleurige huisjes die tegen de berg geplakt lijken te zijn. In het dorp gebeurt verder niet zo veel. Er rijden opvallend veel Fiat Panda’s rond en andere kleine autootjes die makkelijk te manoeuvreren zijn in de smalle kronkelstraatjes. Verder is het een oase van rust. Een oude dame met wandelstok maakt haar dagelijkse ommetje. Ze beweegt langzaam naar de kathedraal, staart er even naar alsof ze hem nog nooit eerder gezien heeft en schuifelt dan weer terug.
SICILIË
IS DEEL VAN
ITALIË,
MAAR EEN
WERELD
OP ZICH
Via een slingerende bergweg met prachtige uitzichten rijd ik terug naar Cefalù, waar het luxeresort van Club Med mijn uitvalsbasis is voor deze week. Cefalù ligt aan de noordkust van Sicilië en is een geliefde badplaats bij zowel toeristen als locals. Hier dobber je in het kraakheldere water, spring je joelend van de kade af en struin je over het strand dat fans van The White Lotus zeker zullen herkennen. Niet gek dat makers van de populaire serie hier neerstreken om te filmen, want het voormalige vissersdorp is als een ansichtkaart.
Het all-inclusive resort mag er ook zeker wezen; hun Cefalù-onderkomen is een van de meest luxe resorts van Franse keten. Het ligt direct aan zee op een klif, ongeveer twee kilometer buiten het historische centrumvan de stad. De Franse roots zijn merkbaar: rondwandelend hoor je vaker ‘bonjour’ dan ‘buongiorno’. Er wordt petanque gespeeld en bij het buffet liggen – naast verse pasta, verse vis en pizza – ook crêpes en andere Franse specialiteiten. Met z’n restaurants, barretjes, zwembaden, theater, tennisbaan, watersportcentrum en yogalessen zou je de hele vakantie kunnen doorbrengen in het resort zonder je een seconde te vervelen. Maar dat zou zonde zijn, want het eiland roept. Huur vooral een auto en trek eropuit. Bij voorkeur vroeg op de dag, als het nog fris is. Met veel te zien en te doen in de omgeving, doe je ’s ochtends lekker cultureel zodat je ’s middags weer met een aperol spritz bij de beachclub kunt chillen.
Te voet op ontdekkingstocht kan ook, want met een halfuurtje wandelen sta je in het historische centrum van Cefalù. De kathedraal is de grootste blikvanger. Voor een relatief klein dorp is dit een flinke jongen. Niet een gebouw dat je even over het hoofd ziet. Dat was ook precies de bedoeling van de Normandische koning Rogier, die de kathedraal in de twaalfde eeuw liet bouwen. Na het bewonderen van de Byzantijnse gouden mozaïeken in de kerk, maak je een stop bij Lavatoio Medievale, het middeleeuwse washuis dat tot vorige eeuw nog in gebruik was. Hier stonden vrouwen vroeger de was te doen in het water van rivier Cefalino, die volgens de legende bestaat uit de tranen van een nimf nadat ze per ongeluk haar geliefde had gedood.
DOBBER IN HET
KRAAKHELDERE
WATER EN SPRING
JOELEND VAN
DE KADE AF
Wil je een beetje actie, beklim dan La Rocca, de 268 meter hoge rots die boven Céfalu uittorent. Het pad begint aan de rand van de oude stad en voert via een combinatie van stenen trappen en onverharde paden behoorlijk steil omhoog. Smeer je goed in, want je loopt hier vol in de zon. Onderweg passeer je een eeuwenoude tempel en eenmaal boven is nog de ruïne van een kasteel te vinden, al zal je aandacht vooral gaan naar het panoramische uitzicht over de noordkust.
Aan diezelfde kust, zeventig kilometer ten westen van Céfalu, ligt Palermo. Het is maar een uur rijden, dus geknipt voor een leuke dagtrip. Hoe dichter ik bij de stad kom, hoe chaotischer het verkeer. ‘Als je eenmaal in Palermo auto hebt gereden, kun je overal ter wereld rijden’, zeggen de Sicilianen. Dat lijkt niet gelogen. Wanneer iemand een richtingaanwijzer gebruikt, dan weet je vrijwel zeker dat het een medetoerist is, want de locals slaan links- en rechtsaf wanneer ze maar willen. Het is, kortom, een zootje ongeregeld, waarbij je ook nog eens goed moet opletten dat je niet de ZTL (Zona a Traffico Limitato) binnenrijdt en een boete krijgt. Tip: net buiten die zone zit parkeergarage Orlando. Van daaruit loop je zo het historische oude centrum in.
De stad is rommelig en rauw, maar heeft ook uitbundig gedecoreerde kerken en andere verbluffende monumenten. Neem een kijkje bij de imposante opera Teatro Massimo of dwaal rond in Palazzo dei Normanni, een koninklijk paleis uit de negende eeuw met een mix van Arabische en Normandische bouwstijlen.
WIE IN PALERMO
AUTO KAN RIJDEN,
KAN OVERAL TER
WERELD RIJDEN
Wat je in de Siciliaanse hoofdstad ook niet mag missen, is de Mercato Ballarò. Deze oudste en grootste straatmarkt van de stad bestaat al sinds de middeleeuwen. Verkopers prijzen er luidkeels hun koopwaar aan of zingen mee met Italiaanse klassiekers die uit de speakers dreunen. Je kunt er schreeuwerige souvenirs kopen, maar het is ook dé plek om Siciliaans streetfood te proeven dat vlak voor je neus bereid wordt. Probeer een knapperige arancina (risottobal), een vers gevulde cannolo (gevuld koekrolletje) of, als je een avontuurlijke eter bent, pane con la milza, een broodje met milt.
Een andere trip die makkelijk te maken is vanuit Cefalù, is richting Santo Stefano di Camastra, een van de zes keramiekdorpjes die het eiland telt. De hoofdstraat van het dorp is een aaneenschakeling van keramiekwinkels die hun gevels hebben versierd met kleurrijk aardewerk. In de eerste winkel die ik binnenstap zit een onvervalste Italiaanse mamma omringd door beschilderd servies. Ze spreekt amper Engels, maar met een beetje gebarentaal komen we er wel.
Vrijwel alle winkels in Santo Stefano di Camastra zijn familiebedrijven waar een moeder of broer de winkel runt, terwijl in het atelier kommen, borden of teste di moro – vazen in de vorm van een hoofd – met de hand worden beschilderd. Het precisiewerk levert unieke stukken op, want elke creatie komt anders uit de oven. Alles wat je hier koopt – het ene nog mooier dan het andere – is daardoor one of a kind.
De vraag blijft of al die aankopen straks in de koffer passen, maar dat is dan weer van later zorg.•
Dit artikel is afkomstig uit LINDA.LOVES THE GOOD SEASON lees hier het hele magazine.
‘Voor een vakantie naar dit schitterende land hoef je heus geen tweede hypotheek af te sluiten’


























































