
Hongkong is druk, rauw, hysterisch, En lekker eten lonkt overal. het is, kortom, fantastisch. Schuim met ons de leukste plekken af.
RUIMTE IS
EEN SCHAARS
GOED HIER,
EN DUS GAAT
EEN GROOT
DEEL VAN DE
STAD DE
HOOGTE IN
Twaalf uur doen we erover om te vliegen van Amsterdam naar Hongkong. Uren om ons te verheugen. Op drukke markten en dampende dimsummandjes, tempels in winkelstraten, wolkenkrabbers en groene bergen aan de rand van de stad. We landen met maximale voorpret en eenmaal in de stad is het direct levendig, kleurrijk, chaotisch. In een steeg zien we een klein familierestaurant met klaptafels en krukjes voor de deur, neonlichten en een altaartje met wierook. Even verderop staat iemand een wok op hoog vuur te schudden. We ruiken, horen en proeven een waaier aan heerlijkheden.
Onze kennismaking met Hongkong start midden in het dagelijks leven. In de wijk Sham Shui Po schuifelen we langs streetfoodkraampjes en cha chaan tengs, de eenvoudige eetcafés die bij het straatbeeld horen. Wonen doet men in deze stad op weinig vierkante meters en een keuken is er niet altijd. In plaats van uitgebreid thuis te ontbijten, duiken veel Hongkongers daarom zo’n cha chaan teng in. Bestellen, zitten, eten, milktea erbij en weer door.
Dat snelle consumeren blijkt hier een kunstvorm. Wie wil weten hoe het er in Hongkong aan toegaat, moet een dai pai dong proberen, een traditioneel openluchtrestaurant waar je uit kleine aquaria kiest wat je wilt eten en vervolgens bepaalt hoe het wordt bereid. De ingrediënten verdwijnen in een loeihete, rokende wok en een paar minuten later staat het gerecht voor je neus. Verser en sneller wordt het niet.
Voor dimsum blijven we, naar goed Chinees gebruik, juist wat langer zitten. Het liefst in een restaurant waar de gerechten nog op trolleys door de zaak worden gereden en je simpelweg aanwijst wat je wilt hebben. Bij het traditionele Lin Heung Lau is dat precies het idee. Het is een van de oudste Kantonese restaurants van de stad. Mandje hier, bordje daar, nog een keer extra aanwijzen omdat het er op de buurtafel zo lekker uitziet: voor we het weten staat de tafel vol. Ook Yardbird, het hippe restaurant van chef Matt Abergel, is een aanrader. Hier draait alles om kip van kop tot staart. Vrijwel elk deel ervan wordt op een andere manier bereid, met als specialiteit kip van de houtskoolgrill. Het restaurant is tot diep in de nacht open. Ideaal voor een latenight snack.
Na al dat eten willen we de stad vanaf het water bekijken. We stappen aan boord van de beroemde Star Ferry van Kowloon naar Central. De overtocht duurt maar een paar minuten, maar voelt als een kleine adempauze. Het water klotst tegen de boot, er waait een bries en we zien de skyline veranderen. Na de drukte van de stad is het prettig om even niets te hoeven. Geen taxi, geen metro, geen route plannen. Zitten en kijken.
Ooit was Hongkong vooral een verzameling vissersdorpen. Dat veranderde toen de Britten er in de negentiende eeuw voet aan wal zetten en Hongkong Island in 1842 een Britse kolonie werd. Pas in 1997 kwam Hongkong weer onder Chinees bestuur. Dat verklaart de bijzondere mix van de stad: Britse dubbeldekkers en koloniale gebouwen bestaan naast Chinese tempels, feng shui en eeuwenoude tradities.
MET DE
KABELBAAN
ZWEVEN WE
NAAR EEN PLEK
DIE TOTAAL
NIET MEER
STADS VOELT
Ruimte is, zoals we al schreven, schaars, dus gaat een groot deel van de stad de hoogte in. In Quarry Bay staat het beroemde Yick Fat Building, ook wel het Monster Building genoemd. Het is eigenlijk een cluster van woongebouwen die zo dicht op elkaar staan dat ramen, balkons, airco’s en wasrekken één gigantisch gevelmozaïek vormen. Het is een populaire plek om foto’s te maken en biedt een fascinerend inkijkje in het wonen in Hongkong. Al die ramen waarachter zich mensenlevens afspelen. Als we eerlijk zijn, voelt het ook een beetje beklemmend.
We denken aan november 2025, toen in Tai Po, in de New Territories, een enorme brand uitbrak in het wooncomplex Wang Fuk Court. Zeven van de acht woontorens werden door het vuur getroffen; in de dagen vlak na de brand stond het dodental op 128. Met dat gegeven in gedachten krijgen de eindeloze rijen ramen een andere lading. Wat van een afstand een indrukwekkend patroon van glas, beton en licht lijkt, zijn natuurlijk gewoon woningen. Achter elk raam zit iemand die eet, werkt, televisiekijkt, slaapt, ruziemaakt, kinderen grootbrengt. Het besef dat zo veel mensen hier, zo dicht op elkaar, hun dagelijks leven leiden, maakt de skyline indrukwekkend en heel kwetsbaar tegelijk.
In de stad blijkt feng shui op onverwachte plekken een rol te spelen. De voordeur is bijvoorbeeld belangrijk: daar komt volgens de traditionele leer de levensenergie, qi, binnen. Een deur recht tegenover een lift of trap wordt liever vermeden, omdat de energie het huis volgens feng shui dan te snel weer zou verlaten. Een spiegel tegenover de voordeur is evenmin ideaal. Water is juist goed: fonteinen en aquaria zouden voorspoed en positieve energie aantrekken. We proberen het te spotten tijdens onze wandelingen. Het spectaculairst zijn de zogenoemde dragon gates. Sommige woontorens hebben enorme openingen in hun gevel. Volgens de fengshui-traditie zijn dit doorgangen waardoor draken vanuit de bergen naar het water kunnen vliegen.
We zoeken de drukte weer op in Tsim Sha Tsui, een bekend winkel- en uitgaansgebied op het eiland Kowloon, en wandelen naar Victoria Harbour, waar we uitkijken over Hongkong Island. Het uitzicht kennen we van talloze foto’s. Wanneer het donker wordt, lichten de gebouwen een voor een op. Voor kunst gaan we naar M+, in West Kowloon. Het museum combineert kunst, design, architectuur en bewegend beeld.
OM ONS HEEN
KLAPTAFELS
KRUKJES,
WIEROOK EN
EEN WAAIER
AAN HEERLIJK-
HEDEN
Later in de week reizen we naar het nabijgelegen Lantau Island, waar we de Ngong Ping-kabelbaan nemen. In een minuut of 25 leggen we 5,7 kilometer af. Onder ons verdwijnen de gebouwen en verschijnt groen. We zien de bergen, het vliegveld en het water. Zweven naar een plek die totaal niet meer stads voelt.
Bij aankomst gaan we richting Tian Tan Buddha. Het bronzen beeld is enorm en om er dichtbij te komen moeten we 268 treden omhoog. Hier voelt Hongkong stil en ruim. We spieken ook nog even in het naastgelegen Po Lin-klooster, een belangrijk boeddhistisch heiligdom. In het vegetarische restaurant kunnen we – hè lekker – weer iets eten.
Terug in de stad nemen we de Peak Tram naar Victoria Peak. Sinds 1888 kachelt deze antiek uitziende tram omhoog. Boven worden we beloond met het uitzicht waarvoor we kwamen. Maar intussen vraagt die dampende kom noedels in onze gedachten ook ineens om aandacht. Tot hoe laat zal dat kraampje open zijn?•
Dit artikel is afkomstig uit LINDA.LOVES THE GOOD SEASON lees hier het hele magazine.
‘In deze Franse stad vind je op iedere hoek een bakkerij die je dieetplannen de nek omdraait’
































































