Omdat ik het niet meer aan kon zien dat mijn vrouw haar auto al bijna een jaar niet had gewassen, besloot ik het zelf maar te doen. Of zelf, ik reed haar auto naar een wasstraat om een rij heen- en weer bewegende borstels hun werk te laten doen. Minder gedoe, minder romantisch, maar veel effectiever en tijdsefficiënter bovendien.
Aangekomen bij mijn vaste autowasserette, zo’n ding waar je je auto op een soort lopende band parkeert en door het hele proces heengetrokken wordt, stond er een rij tot aan de hoek van de straat. Als ik daarop zou wachten verdween de tijdwinst als sneeuw voor de zon. Dan maar boodschappen doen.
Naast het winkelcentrum waar ik meestal kom bevindt zich een tankstation. Wat me nooit eerder opgevallen was, was dat daar ook een wasstraat bij zit.
Deze werkt echter zonder lopende band; je rijdt de auto een soort garage in terwijl de borstels om de auto heen draaien.
'Er klinkt een oorverdovende herrie en als ik het licht aanknip, schrikken we ons helemaal de pleuris'
Op het bord bij de ingang stond dat ik eerst binnen bij de kassa een wasbeurt moest kiezen en afrekenen. Eenmaal binnen vroeg de vermoeid uitziende pompbediende of ik wist hoe het wassen in zijn werk ging. Omdat ik, zoals zoveel mannen, liever sterf dan me iets uit laat leggen – en omdat het zo moeilijk toch niet kon zijn – knikte ik van ja. Ik zou dit varkentje, en de auto natuurlijk, wel even wassen.
Er was zelfs nog een bord met instructies. Zet de auto binnen, voer de code in en laat de machine zijn werk doen. Dit kon niet misgaan. Fout. Natuurlijk ging het mis.
Mijn vrouw rijdt een ander soort auto dan ik. Mijn auto heeft een soort haaienvin als antenne, die van haar een rubberen ding. Terwijl de borstels begonnen te draaien kwam er een stem uit de lucht, alsof God tegen me sprak. Nou ben ik niet gelovig, dus dat het onze Lieve Heer was leek me sterk. Te meer omdat het ging over de auto die op het punt stond gewassen te worden. Àls ik dan op een dag een boodschap van bovenaf zou krijgen, dan zou het vast wel over iets anders gaan.
'Hij keek erbij alsof hij in zijn eentje de wereld aan het redden was, ik kreeg juist medelijden'
Het bleek de gozer die me net gevraagd had of ik wist wat ik moest doen. Via een intercom vroeg hij of ik de antenne wel van de auto had verwijderd. Dat had ik niet. In een zeer verstandige poging het juiste te doen, rende ik de draaiende wasstraat in om alsnog de antenne te redden. Helaas was ik te laat.
De sproeiers en borstels kwamen in rap tempo dichterbij, terwijl ik als een bezetene aan de antenne stond te draaien. Toen het water eenmaal over me heen spoot, deed ik nog een laatste wanhoopsinspanning hem eraf te krijgen. Op het moment dat het ding losschoot, en ik bijna opgegeten werd door een grote draaiende borstel, kwam de hele machine tot stilstand. Ik begreep niet waarom, maar toen keek ik op en zag hem staan. De zeer teleurgesteld kijkende jongeman van de kassa. Hij had kennelijk op een noodknop gedrukt en zo alles doen stoppen.
Drijfnat stapte ik, de antenne in mijn hand, de wasstraat uit. “Als nou de volgende keer iemand vraagt of je het allemaal snapt”, zei hij, “zeg dan alsjeblieft gewoon nee.” Zonder nog wat te zeggen draaide hij zich om en liep weg. Met een halfgewassen auto vertrok ik huiswaarts.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Er staan twee mannen in de tuin, als ik ze moet omschrijven kom ik uit bij de term louche'
















