Er komt een moment waarop het leven je hart breekt. Niet één keer. Misschien wel meerdere keren. Soms is het een verlies dat je niet hebt zien aankomen, soms een droom die langzaam sterft, een lichaam dat je in de steek laat. Een geliefde die overlijdt of een kinderwens die onvervuld blijft.
Of, zoals bij mij, het moment waarop je ver over de vijftig bent en de sluier van je kinderherinneringen eindelijk wordt weggetrokken.
Ineens zie je hoe diep de verwoestende werking van misbruik zich door je leven heeft geweven. Je kijkt terug en begrijpt pas wat je al die jaren hebt overleefd en hoe het zich nog steeds in delen van je leven doet gelden.
'Op dat moment hoor ik mijn moeder kreunen: ze staat in een plas van lichtroze water'
Het maakt uiteindelijk niet uit waardoor je hart breekt. Het breekt. En niets heeft je werkelijk voorbereid op wat daarna komt. We denken vaak dat een gebroken hart voelt als hevige pijn. Alsof je schreeuwt, huilt en instort. Maar soms zou je willen dat het zo was. Had je maar pijn. Werkelijke, acute, ontwrichtende, scherpe pijn. Dan wist je tenminste waar je aan toe was.
In plaats daarvan ontstaat er iets veel stillers. Een veenbrand. Diep onder de oppervlakte smeult een vuur dat niemand ziet. Van buiten lijk je nog dezelfde. Je werkt, je lacht, je voert gesprekken. Je doet wat er van je verwacht wordt. Maar van binnen verteert het je langzaam. Steeds sterft er een stukje van je af. Je levenslust, je spontaniteit, je vertrouwen, je vermogen om werkelijk aanwezig te zijn. En misschien is dat nog wel het eenzaamste aan een gebroken hart: dat bijna niemand het ziet. Ook jijzelf niet.
Je leeft door, iets klopt er niet maar je hoofd zegt dat je dankbaar moet zijn. Dat je een goed leven hebt. Dat anderen het erger hebben. Dat je niet moet zeuren. Maar je hart weent. Tot je op een dag eindelijk begrijpt: mijn hart is gebroken. Dat besef is pijnlijk. Maar het is ook het begin. Want zolang je niet weet wat er werkelijk met je aan de hand is, blijf je tegen jezelf vechten. Je probeert jezelf te repareren, leest boeken, denkt positiever, werkt harder. Je mediteert en probeert weer de oude te worden, want er was een tijd waarin je die zeurende vage pijn niet had.
Terwijl het leven om iets heel anders vraagt. Carl Jung schreef: ‘Tot je het onbewuste bewust maakt, zal het je leven bestieren en je zult het lot noemen.’ Ik begrijp die woorden inmiddels tot in mijn ziel. Want genezing begint niet wanneer je jezelf bij elkaar raapt. Ze begint wanneer je eindelijk durft te erkennen wat gebroken is. Niet om daarin te blijven wonen. Maar omdat alleen de waarheid je weer thuis kan brengen.
'M'n moeder zei geen sorry dat ze mij had achtergelaten in Turkije toen ik zes was'
En dan? Wat doe je wanneer het leven je hart heeft gebroken? Precies het tegenovergestelde van wat de wereld je leert. Je sluit je hart niet, je verhardt niet. Je doet niet alsof het allemaal wel meevalt, je blijft. Dat klinkt eenvoudig, maar het is misschien wel het moedigste wat een mens kan doen. Je blijft aanwezig bij wat pijn doet. Je geeft jezelf toestemming om te rouwen om wat verloren ging, ook als niemand anders begrijpt waarom dat verlies zo groot is. En soms betekent blijven ook dat je iets moet doen.
Want een gebroken hart geneest niet vanzelf, alleen omdat de tijd verstrijkt. Soms vraagt het leven je om hulp te zoeken. Om je verhaal uit te spreken, om therapie te volgen. Om iemand toe te laten op plekken waar je al jaren niemand meer hebt toegelaten, om een pad te bewandelen dat je doodeng vindt.
Ik ga binnenkort naar een oudere vrouw die vrouwen begeleidt in het helen van hun bekken en hun vulva via tantra. Alleen al het opschrijven ervan maakt dat ik me kwetsbaar voel. Ik voel de weerstand. De angst. Alles in mij wil wegrennen. En toch ga ik. Want ik voel ook opluchting. Niet omdat ik zeker weet wat het me gaat brengen. Maar omdat ik wil leven en dit als een moedige stap voorwaarts voelt. Ik wil mijn lichaam niet langer ervaren als de plek waar ik mezelf ben kwijtgeraakt. Ik wil dat het weer een thuis wordt. Totaal en helemaal. Ik wil mijn verloren delen terug. Mijn geschiedenis herschrijven. Ik wil mezelf vullen met mijzelf.
Misschien bedoelde Rumi dat toen hij schreef dat de wond de plek is waar het licht binnenkomt. Niet omdat lijden mooi is. Niet omdat iedere wond vanzelf wijsheid brengt. Maar omdat een hart dat werkelijk is gebroken zich niet langer kan verschuilen achter de illusie dat alles onder controle is.
'Ik deed een belofte aan mezelf, ik zou nooit meer van iemand houden'
De wereld zal je hart blijven breken. Je zult onrecht zien. Verlies meemaken. Teleurstellingen kennen. Dat is onvermijdelijk. De vraag is wat je daarna doet. Word je kleiner? Of word je dieper? Laat je de pijn je afsluiten van het leven? Of laat je haar je zachter maken? Want uiteindelijk is dat misschien wel de enige keuze die er werkelijk toe doet. Niet tussen winnen of verliezen. Maar tussen verharden of liefhebben. Tussen sterven en leven. Tussen jezelf verlaten of jezelf trouw blijven.
Want uiteindelijk begint iedere revolutie daar. In het moment waarop je, ondanks alles wat je is afgenomen, besluit jezelf weer vast te pakken. Met een hart dat misschien nog steeds gebroken is, met handen die soms trillen, met een lichaam dat langzaam weer leert vertrouwen. Je hoeft niet heel te zijn om thuis te komen. Je hoeft alleen te besluiten dat je jezelf nooit meer achterlaat op de plek waar het ooit zo’n pijn deed. Dat is misschien wel de moedigste daad van liefde die een mens kan verrichten. Jezelf niet opgeven. Nooit.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Een vrouw moet bewijzen dat ze nee zei, een man hoeft zelden te bewijzen waarom hij dacht dat het ja was'

















