Ze zijn bijna vijftig jaar samen, maar Martine van Os (69) weet haar man Wouter Stips (82) nog altijd te vinden. In de nieuwe Nouveau doet Martine het boekje open over haar huwelijk.
“Ik wilde het liefst veel samen zijn, altijd bij elkaar.”
Martine en Wouter
Martine en Wouter leren elkaar kennen op de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar. Wouter was daar leraar, Martine leerling. Nadat allebei hun relaties stranden, slaat de vonk al snel over. “Er was een groot leeftijdsverschil en daar hadden we allebei onze vraagtekens bij. Maar op een gegeven moment doet het verstand niet meer mee. Dan is de wens om bij elkaar te zijn groter.” Nu, bijna vijftig jaar later, zijn de twee nog altijd samen. Al hebben ze ook moeilijkere tijden gekend.
Martine omschrijft zichzelf als iemand die behoefte heeft aan nabijheid en verbondenheid. Elkaar de ruimte geven tijdens hun huwelijk heeft soms best wat moeite gekost, maar het is wel een belangrijke pijler van hun huwelijk. Volgens Wouter is dat zelfs hun geheim, al kwam die vrijheid niet altijd vanzelf voor Martine. “Dat heeft me soms wel moeite gekost. Want ik wilde het liefst veel samen zijn, altijd bij elkaar.”
Huwelijk
Wouter gaat voor zijn werk weleens langere periodes naar Spanje om te schilderen. Martine blijft dan alleen thuis met de kinderen. Dat zijn vaak momenten geweest waarop er jaloezie naar boven kwam. “Dat is wel een gevecht geweest voor mij: de jaloezie loslaten en meer op mezelf vertrouwen. Ik dacht dan: ‘Vind je ons niet leuk genoeg om bij ons te blijven?’ Maar dat was het helemaal niet. Hij is beeldend kunstenaar en die hebben gewoon die drang, dat moeten.”
Toch gaat het een keer mis. Wouter belt vanuit Spanje om te vertellen dat hij graag langer wil blijven. Voor Martine is dit te veel. “Toen zei ik: ‘Al zijn het nog maar twee dagen, dat kan er niet meer bij.'” In de tijd daarna heeft ze het juist leren accepteren en respecteren. Door elkaar toch die ruimte te gunnen, bleef de relatie tientallen jaren overeind. “Dit is Wouter. Als ik dat niet accepteer, kunnen we niet samen zijn.”