Volgens de bladen, Instagram en zelfs een aantal van mijn vriendinnen ligt er een gevaarlijke ziekte op me te wachten. De kans dat ik ‘m krijg is flink aanwezig, en met elke verjaardag van (één van mijn) kinderen kom ik dichterbij een uitbraak.
De kwaal heet het legenestsyndroom: gevoelens van verdriet, leegte en zinloosheid die ouders ervaren wanneer hun kinderen op zichzelf gaan wonen.
Laten wij nou net keihard die kant op gaan met z’n allen. 24 was weg, is nu weer even terug, maar verhuist over twee weken naar z’n nieuwe onderkomen. 19 is ook al een half jaar weg, binnenkort weer even bij ons om dan weer te vertrekken zodra ook zij een eigen plek vindt. 18 is net geslaagd, begint na de vakantie aan haar tussenjaar overal en nergens om daarna ook op kamers te gaan en tegen die tijd is 16 ook al 17.
'Mijn dochter van 19 gaat backpacken in Thailand. Zij heeft daar heel veel zin in, ik niet'
Toen mijn man en ik ooit samen begonnen, liep er al één kleintje rond, dus helemaal samen zijn we nooit geweest. We staan dus aan de vooravond van een leger huis dan ooit. Zou dat de reden zijn dat ik daar ook best wel zin in heb? Wordt iedereen ziek van dat lege nest? Of kun je het ook als een mild griepje ervaren? Met daarbij dan meteen de vraag: is dat dan heel erg?
Want ja, ik geniet enorm van alle drukte en gezelligheid van al die types in huis, maar ik denk dat ik ook enorm ga genieten van alle vrijheid die daar straks voor in de plaats komt. Bas en ik kunnen nu al dagdromen over het moment dat we spontaan kunnen besluiten om per direct naar Parijs te rijden. Zomaar, zonder plan en vooral ook: zonder retourplan.
'Ik wil niet zeggen dat ze een joggingbroek over haar mini-jurk moet dragen. Toch doe ik het, omdat ik wil dat ze veilig thuiskomt'
Geen boodschappen voor een weeshuis, geen kilo’s wasgoed, en vooral ook: geen spullen waar ik ze niet zelf heb gelegd (die van de man even niet meegerekend). In mijn hoofd wordt het een beetje zoals ik me het grootouderschap ook voorstel: wel de lusten, niet de lasten. Ze komen vast nog heel vaak gezellig langs en blijven een paar nachtjes slapen. Of ik ga bij hen langs, ga ergens met één of twee een hapje eten, het lijkt me allemaal enig.
Daarbij ontkom ik niet aan het idee dat ik heus nog wel een poos nodig zal zijn. Ook nu krijg ik genoeg belletjes en appjes van waar ze dan ook uithangen. En niet alleen voor tikkies. Ik mag nog steeds delen in hun ervaringen, naar ze luisteren en hun vragen beantwoorden. Of die nu gaan over de liefde, het recept van mijn beroemde pastasaus of hun financiën.
Dus ja, die ziekte, zou ik daar ook immuun voor kunnen zijn? Als ik genoeg antistoffen opbouw, kan ik mijn afweersysteem ‘m dan aan? Voor het geval dat ben ik maar wel vast begonnen met ‘vooruitwerken’. Ik stort me regelmatig op het kind dat toevallig het dichtst in mijn buurt is. ‘Sorry, maar ik moet je nu even heel stevig knuffelen. Anders krijg ik straks een syndroom’. Preventief, net als met een vaccinatie, maar dan leuker. En als het toch heel moeilijk wordt straks bel ik gewoon mijn moeder.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'We scheurden door de straten op zoek naar bier en wijn om te voorkomen dat dochters feest vroegtijdig zou afsterven'

















