De afgelopen weken draaide mijn agenda om een reu van bijna dertien jaar. Acht kilo. Grijze wenkbrauwen die hem een permanente vragende blik geven. Artrose. Vier keer per dag medicijnen. En de bijzondere gave om mensen voor zich te winnen. Ollie.
Vier jaar geleden leerde ik hem kennen op de stoep voor mijn huis. Hij rende kwispelend op me af en sprong meteen in mijn armen. Ik was op slag verliefd. Zijn baasje vertelde dat ze tijdelijk in de straat woonde: haar huis verderop was volledig afgebrand, ze was alles kwijt. Behalve Ollie.
'Na je 50e geldt: alles wat ooit strak zat, wappert nu in de wind'
Vanaf dat moment hielp ik waar ik kon, net als meer buurtbewoners. Met Ollie uitlaten, boodschappen halen en dierenartsbezoekjes. Toen ze een nieuwe woning kreeg en met niks opnieuw moest beginnen, gaf ik haar spullen en kleding uit het huis van mijn overleden moeder. Zo groeide een toevallige ontmoeting uit tot een vriendschap.
En altijd was daar Ollie. Die overal tussendoor dartelde en ongemerkt mensen met elkaar verbond. Hij verovert ieders hart. Met zijn reebruine ogen lijkt hij dwars door je heen te kijken. Hij voelt mensen feilloos aan – zoiets kun je een hond niet aanleren.
Ollie hoorde eigenlijk niet meer bij één huis, hij hoorde bij de hele buurt. Dat merkte je aan alles. Tijdens een rondje stopte hij steevast bij dezelfde voordeuren en bleef geduldig wachten. Hier woont iemand van mij, zag je hem denken. En dat klopte ook: het waren de buren die hem uitlieten, een koekje gaven of hem even kwamen knuffelen.
'In mijn hoofd hadden zij de makkelijke versie van onze vader gekregen en mijn zus en ik de moeilijke'
Onlangs werd zijn baasje ernstig ziek. Een dag na een ziekenhuisbezoek werd ze opgenomen met uitgezaaide longkanker. Niet meer te behandelen. Een buurvrouw maakte meteen een appgroep aan. Wie laat Ollie uit, wie kan met hem naar de dierenarts, wie vangt hem vannacht op? Binnen een uur ontstond er een complete buurtroedel. De app stroomde vol met berichten. Buurtbewoners die elkaar tot dan toe hooguit van gezicht kenden, deelden ineens hun zorgen om één hondje. Samen deden we er alles aan om zijn wereld zo vertrouwd mogelijk te houden. En ook omdat we zijn baasje de rust wilden geven om los te kunnen laten.
Ik nam Ollie mee naar het ziekenhuis, op bezoek bij zijn baasje. Hij was er nooit geweest, maar liep doelgericht naar de juiste afdeling. Terwijl ik achter hem aan liep, dacht ik aan mijn moeder. Drie jaar geleden lag zij in een hospice. Ook toen liep ik veel met Ollie en iedere wandeling koos hij dezelfde route. Niet naar het park, maar naar het hospice. Waar hij steeds bij mijn moeder op schoot sprong. Op de tiende dag overleed zijn baasje.
Ollie sliep de ene nacht hier, de andere nacht bij een ander. Omdat hij altijd bij zijn baasje in bed had geslapen, mocht dat bij ons allemaal. Er zullen vast mensen zijn die dat vies vinden, wij vonden het liefde. Hij was bijna dertien en had al genoeg verloren. Dit was niet het moment voor nieuwe regels. Zijn gouden mandje was de hele buurt. Uiteindelijk lag de beslissing over Ollies toekomst niet bij ons. Deze week is hij vertrokken naar een adres ver weg van ons. Dat doet pijn. Wat zullen we hem missen.
Ik hoop dat hij daar net zo geliefd wordt als hij hier was. Dat hij straks weer een paar portieken krijgt waar hij vanzelf stil blijft staan. Omdat daar iemand woont die van hem is gaan houden.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'We stonden pontificaal op de cover: Nieuwe liefde voor Tatum. Inclusief foto's, gemaakt met een telelens'
















