Nu ik na een heftige operatie en herstel weer helemaal mezelf ben, vragen vrienden of ik alweer aan het daten ben. Eerlijk gezegd zie ik daar vooral een beetje tegenop. Want ik ben behoorlijk goed in halsoverkop verliefd worden en meteen denken: dit is de liefde van mijn leven.
De eerste liefde van mijn leven was mijn eerste échte verkering. Ik was vijftien, hij een jaar ouder. Hij was precies waar ik toen op viel: stoer, weinig woorden, veel uitstraling. Op zolder liggen nog steeds brieven van hem. We schreven elkaar alsof het voor altijd was. Op die leeftijd geloof je dat ook gewoon. Dan ís iemand de liefde van je leven. We waren drie jaar samen en gingen zonder drama uit elkaar. Ik was er serieus van overtuigd dat ik hiermee een behoorlijk gezonde basis had gelegd voor de rest van mijn liefdesleven.
De liefde van mijn leven, nummer twee. Ik dacht opnieuw: dit is ‘m. Na twee jaar ontdekte ik dat mijn complete spaarrekening was leeggeplunderd en dat ik een relatie had met iemand die een zware drugsverslaving had, over ongeveer alles loog, vreemdging en gewelddadig kon zijn. Mijn zorgeloze tienerjaren veranderden ineens in één grote ellende. En toch bleef ik veel te lang. In de hoop dat ik hem kon redden. Tegen beter weten in.
'Ik verlang naar dingen die ik juist nu niet mag, zoals seks en in bad gaan'
Daarna werd ik nog vaak verliefd. Alleen nooit meer helemaal onbevangen. Iemand die zijn liefde aan mij verklaarde, geloofde ik nooit helemaal. Niet te veel geven, mezelf nooit helemaal laten gaan. Ik stond altijd met één been buiten de relatie. Dat werd mijn veiligheid. Het klote aan beschadigd vertrouwen is alleen: je denkt dat je jezelf beschermt, terwijl je ondertussen iets anders op slot zet. Namelijk de kans om iemand echt binnen te laten.
Tot mijn laatste verkering, vorig jaar. Ik liet eindelijk weer iemand dichtbij komen. Hij wilde alles met mij: samenzijn, samenwonen, een toekomst. En in plaats van overal vraagtekens achter te zetten, dacht ik: ik ben geen achttien meer. Misschien mag iets op deze leeftijd eindelijk ook gewoon een keer wél goed zijn. Dus ik gaf heel mijn hart. Ik liet voor het eerst in lange tijd de controle een beetje los. Ook omdat ik niet wilde dat eerdere liefdes bepaalden hoeveel liefde ik nog durfde te geven.
Na bijna een jaar klapte het alsnog. En daar had ik meer last van dan ik had verwacht. Vooral omdat ik mezelf weer helemaal had gegeven.
En nu weet ik soms niet meer wat verstandiger is. Moet ik mezelf meer beschermen? Minder snel meegaan in zo’n groot gevoel? Ik heb inmiddels genoeg therapie gehad, genoeg podcasts geluisterd en genoeg zelfhulpboeken gelezen om te weten dat mijn gevoel me niet altijd de beste keuzes oplevert. Het zou zomaar kunnen dat de liefde van je leven juist degene is bij wie niet meteen alles explodeert in je hoofd. Bij wie je niet na twee dates al vakanties boekt, fantaseert over het kerstdiner en planken leegmaakt in je kledingkast.
Een ‘gezonde liefde’, zoals mensen dat noemen. Ik weet alleen niet precies hoe dat voelt.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Ik hoef hem maar één keer te zeggen: als ik boos ben of je van me afduw, houd me dan vast'

















