Ik was elf jaar toen mijn zus Dokus en ik uit school kwamen en meteen zagen dat er iets aan de hand was. De ruit van de tuindeur was kapot. Onze moeder was niet thuis. Op tafel had ze een briefje gelegd met daarop: ‘Jullie krijgen er een halfbroertje bij.’
Zo kwamen wij erachter dat onze vader een nieuw gezin zou krijgen.
'Mijn ouders waren hippies: als kind kende ik het woord 'blowen' eerder dan 'bijbel''
Mijn ouders waren al jaren uit elkaar en mijn zus en ik woonden bij onze moeder. Het moment van dat briefje weet ik nog goed. Mijn moeder had die ruit ingeslagen, nadat mijn vader haar het nieuws vertelde. Ze was verdrietig en boos. Voor haar betekende het waarschijnlijk dat hij opnieuw begon, terwijl zij nog worstelde met het verleden. Ze was ervan overtuigd dat, na twee dochters, hij met zijn nieuwe vrouw een zoon zou krijgen, vandaar dat er op het briefje sprake was van een broertje.
Het was zo dubbel. Ik voelde me loyaal aan haar. Misschien wilde ik haar verdriet niet nog groter maken door er zelf blij mee te zijn. Tegelijkertijd was ik dolblij. Er kwam een baby! Het werd Charlie, mijn zusje.
Daarna kreeg mijn vader nog twee kinderen, Mingus en Monk, mijn broertjes. We groeiden niet met elkaar op in een huis, maar vanaf dag één voelden ze als echte broertjes en zusje. Toch bleef er in mijn hoofd een soort onderscheid bestaan tussen het eerste gezin en het tweede. Mijn zus en ik hoorden bij vóór de scheiding. Zij hoorden bij daarna.
Ik dacht dat zij een betere versie van mijn vader hadden gekregen. Ik zag een gezin waarin ouders wél bij elkaar bleven, waarin muzieklessen vanzelfsprekend waren en waarin het leven vanaf de buitenkant een stuk harmonieuzer leek dan bij ons thuis vroeger. In mijn hoofd hadden zij de makkelijke versie gekregen. Mijn zus en ik de moeilijke. Tenminste, dat was het verhaal dat ik er als kind van had gemaakt.
'Ik zit met hartzeer en wist niet dat je hier als volwassen vrouw nog zóveel last van kunt hebben'
Wij groeiden op met een moeder die het zwaar had en een vader die vooral druk was met zijn werk en nieuwe leven. En niemand die zei dat het misschien toch verstandig was geweest om die pianolessen vol te houden.
Onlangs nam mijn vader, inmiddels 81 jaar, ons allemaal mee op vakantie. Zijn vijf kinderen en zijn vrouw. Naar een prachtige plek in Spanje, verscholen in een dal tussen de bergen. Voor het eerst hadden wij als broers en zussen de tijd voor échte gesprekken. Dagen achter elkaar. Het soort gesprekken waar je tijdens verjaardagen en familiefeestjes niet aan toekomt. Over vroeger, over onze ouders en over de dingen waar je als volwassene anders naar gaat kijken en over gebeurtenissen die je ongemerkt hebben gevormd. De broertjes en het zusje van wie ik vroeger dacht dat ze uit een heel ander gezin kwamen, voelden ineens dichterbij dan ooit.
We vonden onze vader opvallend stil die vakantie. Achteraf schreef hij in de familiegroepsapp: ‘De aanblik van deze bende was zo imponerend door de bijna koninklijke indruk die jullie op mij maakten, dat ik eigenlijk alleen maar kon zwijgen. Onvergetelijk.’ En dat snap ik ook wel. Want ergens in dat Spaanse dal verdwenen het eerste en tweede gezin langzaam naar de achtergrond. We zijn, hoe dan ook, gewoon één bende. Een bende waar ik heel blij mee ben.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Een etentje 'in elkaar flansen' kost me tegenwoordig een week van mijn leven'

















