Foto’s op Instagram van vriendengroepen op festivalterreinen. Zonnebrillen op, drankje in de hand, heuptasje over een gehaakt topje. Als ik zulke posts voorbij zie komen, scrollend vanuit mijn balkonstoel, weet ik nooit of ik jaloers ben of opgelucht.
Er zijn mensen die in de winter al bezig zijn met hun festivalkalender. Ze starten een groepsapp, kopen earlybirdtickets en hebben de outfits al klaarhangen. Die persoon ben ik niet.
Ik heb een soort festivalvrees. Die drukte, keiharde muziek, dixietoiletten waarop je de meest onmogelijke houdingen moet aannemen om te voorkomen dat je lichaam iets raakt, zwetende mensen die strak van de pillen in je aura staan: ik raak er compleet overprikkeld van. En ik gebruik geen drugs. Ik ben bang om dan gek te worden, of verslaafd. Of allebei. Dus op zo’n festival voel ik me een totale buitenstaander.
'Ik ben behoorlijk goed in halsoverkop verliefd worden en meteen denken: dit is de liefde van mijn leven'
Ter compensatie ga ik me dan klemzuipen, maar dan moet ik erna drie werkdagen herstellen. Dat heb ik er niet voor over. Het enige festival dat ik leuk vind, is een food- of wijnfestival. Aan een tafeltje zitten, beschaafd muziekje op de achtergrond, en héél veel eten en drinken.
Maar onlangs attendeerde een vriendin me op een iets kleinschaliger festival voor mensen van onze leeftijd. “Taat, kom nou gewoon mee. Je moet weer eens een beetje lol maken. Er lopen daar zat leuke mannen rond, kun je misschien nog lekker tongen.” Dat laatste zorgde ervoor dat ik begon te twijfelen. Ze had gelijk, ik moest maar eens van mijn balkonstoel afkomen. Ik checkte de site: negentig euro voor een kaartje. De laatste keer dat ik naar een festival ging – ergens eind jaren negentig – kostte een ticket nog een tientje. Gelukkig was het uitverkocht. Mooi.
Tot iemand een dag van tevoren een kaartje over bleek te hebben. “Dit heeft zo moeten zijn, je gaat morgen mee”, aldus mijn vriendin. Ik ontving een Tikkie van 93 euro en schoot meteen in de stress. Het zou dertig graden worden. Wat trek je aan naar een festival als het zo heet is, je twee maanden niet hebt gesport en in de spiegel alleen maar loshangend vel ziet?
De hele dag hing dat festival als een donkere wolk boven mijn hoofd. Waarom was ik mezelf aan het overtuigen om ergens heen te gaan waar ik diep van binnen weerstand tegen voelde? Ik tikte het meest bevrijdende WhatsApp-bericht van de week: ‘Verkoop mijn kaartje toch maar aan iemand anders, sorry.’ Direct daarna kreeg ik fomo. Zou ik spijt krijgen als ik weer allerlei posts voorbij zou zien komen van dansende vriendinnen die het avontuur wél opzoeken? En verspeelde ik nu de kans op een tongactie met die nét gescheiden, knappe man?
Op de middag van het festival nam ik plaats op mijn balkonstoel. Telefoon erbij, klaar om te zien wat ik allemaal miste. En toen ontstond er een ekster-oorlog in de binnentuinen, met veel kabaal. Katten joegen de eksters op, de eksters sloten in groepsverband de katten weer in. Het ene moment was ik voor de vogels die hun jongen bewaakten, het andere voor de kat die van drie kanten werd aangevallen.
De hele middag heb ik naar het spektakel zitten kijken. Ik heb foto’s en filmpjes gepost, en geen seconde gedacht dat ik ergens anders had moeten zijn.
Mijn festivalseizoen is officieel geopend.
Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief en download de LINDA.mini-app.
'Ik verlang naar dingen die ik juist nu niet mag, zoals seks en in bad gaan'

















