Kinderen grootbrengen is één ding. Ze loslaten? Een heel ander verhaal. Jurgen (51) – filmmaker, vader en onze nieuwe columnist – neemt je mee in het avontuur van het uitvliegen. Met humor, verwondering en een tikje weemoed.
De deurbel gaat. Ik doe open. Isa staat er. Vrolijk. “Hallo Jurgen, zal ik de boodschappen weer op de mat zetten?” Ze zegt het alsof het de eerste keer is. Dat is het niet. Het is de derde keer deze week. We kennen elkaar inmiddels bij voornaam. Dat is geen goed teken. Achter Isa staat dat maffe Picnic-karretje. Leeg. Ik kijk naar de vloer. Die ligt vol. Met plastic tasjes. Veel tasjes. Volle tasjes. Ik sleep ze ons huis in. Ik heb het deze week een paar keer bijna gezegd. Die zin die ouders gebruiken als ze er klaar mee zijn: “Het is hier geen hotel.”
De zin lag op het puntje van mijn tong. Meerdere keren, maar ik slikte ‘m steeds weer in. Dat kwam omdat het hier wél een hotel was. Vijf sterren. Overnachten, ontbijt, lunch en diner. Alles erop en eraan. De eerste gasten waren nog zelfvoorzienend: mijn ouders. Ze verbleven twee nachtjes, op de etage van onze dochter. Natuurlijk hadden ze hun eigen beddengoed mee. Ma wilde geen overlast bezorgen.
'Een tussenjaar? Dat is allesbehalve relaxed, sterker nog: het is keihard werken'
Mijn vrouw had extra boodschappen besteld en Isa bracht tasjes vol lekkers. Bolletjes, croissants, beleg, eieren, smeersels en nog veel meer. Ma keek ernaar, maar bestelde iets anders: een bruine boterham wilde ze. Met jam. Even viel het stil. Ma at nooit jam. Pa wilde hetzelfde. En koffie. Zwart, net als wij. Dacht ik. Dom, want pa wil koffiemelk. Natuurlijk, dat had ik moeten weten, zo drinkt hij het al zeventig jaar. Na wat stressvol speurwerk vond ik achterin de voorraadkast nog een paar oude melkcupjes. De houdbaarheidsdatum was niet meer te lezen. “Prima”, zei pa. Hij roerde erin en dronk het op.
Bij de lunch en het diner merkten we niks van onze mee-eters. Na het eten ruimden ze zelf af. En drinken? “Doe maar wat kraanwater.” Al liep ma ’s avonds vaak de keuken in, richting de fles rode wijn. Nee hoor, wijn hoefde niet, zei ze dan. Na hun vertrek was alles er nog. De koelkast? Vol.
'Ik ga door het stof, mijn vrouw neemt het slechte nieuws als een kerel'
Toen kwamen de kinderen. Alles wat er was, verdween. In sneltreinvaart. Alsof ze weken hadden gevast. Romige kaas en vers desembrood van de markt? In no-time getransformeerd tot tosti’s. Inclusief alle ham. Het tosti-ijzer bleef wel, vies en midden op het aanrecht. De pakken melk die het langst houdbaar waren, bijna leeg. Het oudste pak niet, dat is nog vol. En over de datum.
In de gang struikelden we via de weekendtas van dochter naar de sportschoenen van zoon. De badkamer? Die was helemaal spic en span. Nu een waterbad. Het douchespul op, net als het warme water in de ketel en mijn deo. Kinderen eten veel, vaak, alles en creëren chaos. Leven in een ander ritme. Hun eigen ritme. In de keuken ruim ik de boodschappentasjes uit. Met een glimlach op mijn gezicht. Wat was het gezellig, en wat vloog het weer voorbij. Oké, de koelkast zit weer vol, maar het huis is leger. Bijna had ik het gezegd. Dat het hier geen hotel is, maar dat was het dus wel. En eerlijk? Ik zou niet anders willen.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'De afgelopen weekenden kwam ze niet naar huis, ze ziet er gesloopt uit en haar wallen puilen door m’n scherm'

















