Mijn moeder zei me meer dan eens dat ik Diana volgens haar beter kende dan wie ook. Wij tweeën groeiden samen op, als jongsten in een gezin dat was verdeeld door een echtscheiding en droevig getekend door de dood van een broertje.
Maar als mij, zoals zo vaak, wordt gevraagd ‘Hoe was het om met Diana op te groeien?’, dan denk ik altijd meteen: maar ik weet niet hoe het was om níét met haar op te groeien. De eerste pakweg zeven jaar van mijn leven sliepen we onder hetzelfde dak, en we brachten het grootste deel van onze kostschoolvakanties samen door tot Diana zestien en ik dertien jaar was.
We hadden in veel opzichten een gebruikelijke grote-zus-klein-broertje-relatie. Ik was bijna drie jaar jonger dan zij en als jongen was ik ook aanzienlijk minder volwassen. Zwanenzang begint ermee dat ik heel erg tegen haar opkijk – vooral gezien de dynamiek in Park House, het toneel van onze extreem gelukkige kindertijd, waarin ze niet alleen mijn vaste metgezel was maar in sommige opzichten ook mijn voornaamste verzorgster. In haar latere jaren begroette ze me vaak plagerig met ‘mijn kleine broertje’, of noemde ze me zo tegenover anderen, ook al was ik uiteindelijk 15 centimeter langer dan zij. Diana had altijd een sterk moederinstinct. Nadat onze moeder ons had verlaten, bekommerde Diana zich meer om mijn wel en wee dan een grote zus anders had hoeven doen. Van volwassenen die er destijds bij waren begrijp ik dat Diana zich er weliswaar omstandig over beklaagde dat ze nóg meer tijd met haar kleine broertje opgescheept zat, maar dat ze meestal juist genoot van mijn gezelschap.
We waren allebei nogal terughoudend tegenover vreemden en buitengewoon spontaan bij vrienden. We deelden een aangeboren koppigheid wanneer we onder druk werden gezet om iets te doen – vooral als we vonden dat dat onrechtvaardig was. We kwamen meestal voor elkaar op, vaak heel fel. Al vroeg werden sterke banden gevormd.
De onvoorspelbare factor die onze broer-zusrelatie in de tweede helft van haar al te korte leven zo ongebruikelijk maakte, was dat ze in de Britse koninklijke familie trouwde. Toen ze in 1981 in St Paul’s Cathedral verscheen, liep ze aan de arm van onze vader door het gangpad als mijn zus en kwam ze er voor het oog van de juichende menigte uit als een prinses die de wereld had betoverd. Mensen wilden een sprookje en die ochtend werd Diana geïnstalleerd als de heldin van een mondiale fantasie. Niemand anders dan Diana wist het op dat moment, maar haar werkelijkheid was heel anders.
Veel lezers zullen te jong zijn om zich Diana te herinneren zoals ze was. Voor hen zal ze een mooi gezicht uit de geschiedenis zijn – een tragische figuur uit het verleden die, hoewel aangeraakt door de mantel van koninklijkheid, helaas stierf zoals miljoenen mensen per jaar doen: bij een auto-ongeluk. Voor die mensen probeer ik in Zwanenzang het ware raamwerk van Diana’s leven op te bouwen, opdat ze haar breder kunnen waarderen.
Voor de lezers die in de dertig en ouder zijn, heb ik weloverwogen draadjes uit Diana’s bestaan vastgemaakt aan zinnen uit mijn grafrede – het eerbetoon dat ik in de dagen na haar dood schreef en dat ik voor haar uitsprak tijdens haar begrafenis de zaterdag na het ongeluk. Voor die wat oudere bevolkingsgroep zullen sommige thema’s van Zwanenzang vertrouwd zijn, maar het licht dat ik erop werp is misschien nieuw.
Met die grafrede wilde ik namens mijn zus spreken, op een moment waarop haar stem haar voorgoed was ontnomen – zo plotseling dat ze nooit de kans had gehad haar eigen zwanenzang te laten horen. Ik wilde de wereld herinneren aan Diana’s vele goede eigenschappen, zoals het een grafredenaar betaamt.
Maar ik hoopte ook machtige mensen te prikkelen om haar geliefde zonen te behoeden voor de lelijkere aspecten van haar leven. Mijn voornaamste doel was hen beschermd te zien tegen de marteling die Diana tijdens de laatste jaren van haar leven stelselmatig te verduren kreeg van de ergste segmenten van de media.
Toen Diana zo triomfantelijk de arena van het koninklijk leven binnenzeilde, was ik nog maar een knul van zeventien jaar, overstelpt door hormonen en in de greep van het egocentrisme van de puberteit. Ik was niet bijster betrokken bij gebeurtenissen buiten mijn directe omgeving en het koninklijk huis had me nooit kunnen boeien – behalve als een macht van betekenis in een geschiedenis van lang geleden, toen het centraal stond in een bredere menselijke waarheid.
Ik kan me niet herinneren dat ik destijds veel nadacht over Diana’s klim op de sociale ladder. Ik denk dat ik er gewoon van uitging dat mijn zus naadloos in haar nieuwe rol zou glijden. Ik wist dat ze een goed mens was, met een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Als iemand iets onaardigs zei over een ander, was een van haar favoriete uitdrukkingen: ‘Jij bent niet de maat der dingen!’ Ik hield van die manier van denken en dacht dat zulk gezond verstand haar goed van pas zou komen in een leven dat duidelijk heel anders zou zijn dan het leven dat we kenden uit onze jeugd.
Ik dacht ook dat ze een welkome aanwinst zou zijn voor zo’n oud instituut dat mijn familie eeuwenlang onvoorwaardelijk had gediend, eerder met patriottisme dan met pluimstrijkerij. De Spencers waren van oudsher op politiek gebied whigs geweest: met respect voor de kroon, maar niet bang om de dragers ervan ter verantwoording te roepen namens grotere sociale en politieke belangen (inclusief die van henzelf).
Al deze gedachten dwarrelden zo’n beetje door mijn hoofd, zonder dat ik er echt dieper over nadacht. Ik ging er in wezen van uit dat mijn grote zus het prima zou doen in haar uitdagende nieuwe rol en dat ze iets goeds voor het land zou blijken te zijn.
Het kwam geen moment in me op dat ze in feite een wereldwijde sensatie zou worden.
Veel anderen, ouder dan ik, hebben Diana ook onderschat. Ze werd vermoedelijk gekozen als koningin in spe omdat ze de juiste stamboom had en jong genoeg was om geen eerdere minnaars te hebben gehad. Zulke dingen waren in 1981 belangrijker dan iemand zich nu ook maar kan voorstellen.
Maar de grote onbekende was destijds de unieke levenslust van Diana. In haar school een buitengewoon oorspronkelijke kracht die het wereldtoneel op knalde, gevoed door charisma, verfraaid met een knap uiterlijk en geschraagd door een volstrekt natuurlijke omgang met mensen. Die combinatie was verbluffend toen die zich aandiende en betoverend toen die eenmaal ontketend was.
Diana straalde sterrenkracht uit, maar anders dan beroemde actrices of popidolen hoefde ze nooit een product te verkopen om in de schijnwerpers te blijven. Koninklijk door haar huwelijk had ze een apart soort status en macht die ze tot aan haar laatste snik zou houden.
En dat leidde ertoe dat ze een product van een ander soort werd – een van de media. Veel berichtgeving over haar was enorm positief, wereldwijd. Haar huwelijk werd door 750 miljoen mensen bekeken, maar dat was nog maar het begin. Ze zou gedurende haar leven vijfenveertig keer op de cover van het Amerikaanse tijdschrift People staan. Haar begrafenis – met een publiek van zo’n 2,5 miljard mensen – is een van de best bekeken gebeurtenissen in de geschiedenis van de televisie.
En dat alles voor een meisje dat werd geboren in een rustige, Engelse, aristocratische familie, als derde van de vier overlevende kinderen van onze ouders. In die hoedanigheid was ze waarschijnlijk voorbestemd voor een huwelijk met iemand met een vergelijkbare achtergrond en een traditioneel adellijk leven – waarin ze misschien in een groot huis zou wonen en actief zou zijn in liefdadigheidswerk voor de plaatselijke gemeenschap.
In plaats daarvan trok ze de aandacht van de prins van Wales. Er be¬stond geen moderne blauwdruk voor die positie – er was sinds 1910 geen prinses van Wales meer geweest – maar het had een weinig veeleisende, zij het zeer geprivilegieerde rol kunnen zijn, goed voor het baren van kinderen en het steunen van een paar veilige, eerzame zaken. Ze had kunnen kiezen voor een verwend luxeleventje, omringd door gedienstige hovelingen, terwijl ze zich gedeisd hield. Maar de mogelijkheid bestond om veel meer te doen en dat vooruitzicht paste bij Diana’s persoonlijkheid en levenshouding. Ze zou nooit genoegen nemen met een leven van nutteloos genieten. Ze zou altijd de grenzen opzoeken in een poging een positieve invloed te hebben op de mensen om haar heen.
Terwijl haar carrière zich als het ware organisch ontwikkelde, bleven haar kernwaarden fier overeind. Diana was opgegroeid met een duidelijk doel voor ogen: trouwen uit liefde. Ze wist zeker dat dat het belangrijkst was, om de echtscheiding te vermijden die onze ouders was overkomen en zich geheel te kunnen wijden aan de kinderen die ze altijd al zo graag wilde hebben.
Elders zul je lezen hoe ongelukkig Diana was als kind. Dat was niet de zus zoals ik haar kende. Ze wist zich verzekerd van grote ouderliefde, hoofdzakelijk in een warm en liefdevol ouderlijk huis. Onze ouders hebben misschien niet hardop gezegd dat ze van ons hielden, want dat deed je destijds niet in hun sociale klasse, maar we wisten dat ze dat deden.
Diana was ook merkbaar heel blij met haar leeftijdgenoten op school, ondanks het feit dat ze te kampen had met niet-gediagnosticeerde leerproblemen waardoor school voor haar een bar landschap zonder behulpzame wegwijzers werd.
Zwanenzang wil in sommige opzichten de waarheid over Diana vertellen vanuit het perspectief van haar broer, zoals ik dat ook probeerde te doen op haar begrafenis. Ze verdient het dat ik dat zo goed mogelijk doe, gezien alle verzinsels en luie halve waarheden die rondzingen. Ik heb nooit een biografie van Diana gelezen, maar de fragmenten die ik mondjesmaat via kranten tot mij nam, strookten nooit met wat ik wist en weet. Ze vallen allemaal op door hun onnauwkeurigheid.
Dus waarom schrijf ik dit boek juist nu? Met het naderen van Diana’s dertigste sterfdag was ik weer druk met het weigeren van eindeloze, herhaalde verzoeken om mee te werken aan documentaires over haar en ik dacht: weet je wat? Ik ga niet eens overwegen om op te treden als een pratend hoofd in een productie die ongetwijfeld dezelfde gemankeerde lijnen volgt, met een agenda die is opgezet door een tv-producent die ik nooit zal ontmoeten, of door een zender waar ik nooit naar zal kijken. Ik ga de dingen vertellen zoals ik ze me herinner, leg ze voorgoed vast, voor eens en altijd.
Net zoals bij mijn grafrede wil ik namens Diana spreken. Ik ga dat op een ronduit positieve manier doen. Ik ga niet wroeten in elk aspect van mijn zus’ leven om maar kritiek te kunnen leveren. Niet omdat ik wil doen alsof ze perfect was. Natuurlijk was ze dat niet, zoals ik ook openlijk erkende in mijn grafrede. Maar ik zie duidelijk dat veel aspecten van Diana die ertoe leidden dat ze ruzie kreeg met de mensen om haar heen – ook met mij en de rest van onze hechte familie, bij veel gelegenheden – het gevolg waren van de uitzonderlijke druk waar ze tijdens haar jaren van roem onder stond. Veel van die stress was ondraaglijk, en ik vind het knap van haar dat ze ermee kon omgaan. Ze had het in die omstandigheden nauwelijks beter kunnen doen.
Ik wil dit ook juist nu doen omdat ik inmiddels in de zestig ben en me steeds meer bewust ben van mijn sterfelijkheid – mijn ouders hebben geen van beiden de zeventig gehaald. Ik wil niet melodramatisch doen, maar ik weet niet hoelang ik nog heb om dit verhaal vast te leggen en daarom zie ik het als mijn plicht om het nu op te tekenen, als mijn eigen zwanenzang.
Ik heb acht geschiedenisboeken en een deel memoires geschreven, maar dit boek is echt belangrijk voor me. In zekere zin is het alsof mijn eerdere negen publicaties me naar dit punt hebben geleid, zonder dat ik me ooit bewust was van dat onvermijdelijke pad.
Ik hoop dat dit boek interessant zal zijn voor de vele mensen die nog steeds de herinnering koesteren aan Diana toen ze nog leefde, en ik zou het prachtig vinden als mensen die te jong zijn om zich haar in haar glorietijd te kunnen herinneren het idee hebben – na het lezen ervan – dat ze ‘snappen’ wie ze eigenlijk was: een volstrekt unieke, dynamische vrouw, vol liefde, charisma en twijfel aan zichzelf, die het leven hartstochtelijk omarmde en bij haar verscheiden een veel betere wereld achterliet, ook al verliet ze al op zo’n jonge leeftijd het toneel.
Dit alles bereikte ze zonder ooit de diepe liefde te hebben gevoeld waar ze altijd naar hunkerde. Daarvoor verdient ze respect, en applaus – en die geef ik haar beide op de pagina’s van Zwanenzang.
Charles Spencer

Charles Spencer. Credits: © Stuart McClymont/The Sunday Times/News Licensing.
Zwanenzang wordt uitgegeven door Hollands Diep, vanaf 22 september ligt het in de winkels.

Omslag Zwanenzang. Foto op voorzijde © Terence Donovan, met dank aan Terence Donovan Archive/Camera Press, Londen















