Er was een tijd dat we de krant niet durfden te lezen. We lieten hem eerst een dag in de gang liggen omdat er misschien wel corona aan zat. Pakketjes namen we ook niet aan. ‘In verband met de kwetsbare gezondheid van onze zoon doen we de deur niet open’, stond op een briefje dat maandenlang op de voordeur heeft gehangen. De afdruk van het plakbandje is nog steeds zichtbaar.
Ruim drie jaar geleden begon de pandemie. Ik moet eraan denken omdat een test (ja, ik had er nog één) deze week uitwees dat ik corona heb. Ik ben er goed ziek van. Maar ik wandel gewoon in mijn joggingbroek door het huis, zonder angst om iemand te besmetten.
Hoe anders was dat toen Job er nog was. Hij was ons kostbaarste bezit en zeventien jaar lang was het onze hoofdmissie om dat broze leven te beschermen tegen elke mogelijke dreiging. Vooral in het begin was corona doodeng. Op het journaal hoorden we dat mensen met een kwetsbare gezondheid eraan overleden. We waren een van de eerste ouders die besloten hun kind niet meer naar school te laten gaan.
Mijn man informeerde zijn baas dat hij voorlopig niet meer kwam – dat was nog voordat de hele maatschappij op slot ging – en sloot zich samen met Job op in ons huis. Job snapte er niks van, maar was hartstikke blij. Niet naar school! Elke ochtend bij papa in bed! Rob trok alle registers open om zijn zoon een toptijd te geven. Het verlengde weekend zou uiteindelijk bijna aan half jaar duren en had een gigantische impact op ons gezin. De focus lag enkel en alleen op Job. We leefden een geïsoleerd bestaan.
Omdat Job er zo vrolijk van werd, was het te doen. En later prees ik corona omdat we zoveel tijd met Job hadden kunnen doorbrengen. Dagen, weken en maanden die hij anders op school had gezeten. Tijdens de pandemie wisten we nog niet dat we teerden op het laatste restje Job. Dat elke foto die we van hem maakten, later van grote waarde zou blijken. Dat we achteraf bij elk plaatje zouden gaan rekenen. ‘Hier had hij nog twee maanden te leven. Dit was drie weken voor zijn dood.’
Job kreeg nooit corona, daar waren we trots op. Het gaf ons een gevoel van onoverwinnelijkheid. Heel voorzichtig schoven we hem in zijn rolstoel terug de wereld in. Maar bij de minste rebound van het virus vluchtten we terug naar onze bevoorrade bunker.
Het gekke is dat ik dit eigenlijk allemaal een beetje was vergeten. Corona lijkt iets uit een ander tijdperk. Maar nu ik weer afspraken afzeg omdat ik zelf corona heb, komt alles terug. Door het virus moesten we in 2020 onze vakantie naar Valencia annuleren en in 2021 de reis die we met Job zouden maken naar Disneyland Parijs waar hij zo naar uit had gekeken. We beloofden hem dat we zouden gaan zodra het kon.
Tijdens de laatste opleving van covid 19 in de herfst van 2021 overleed Job. Niet aan corona, maar aan een longontsteking als gevolg van een ordinaire griep. We bleken toch niet onoverwinnelijk. Toen we zijn as hadden verstrooid, was ook corona vervlogen. De wereld draaide weer als vanouds door, maar niet voor ons. En pas nu, bijna twee jaar later, voel ik een enorme boosheid. De foto’s van met z’n drieën op de bank hadden nooit zijn laatste mogen zijn. Job had moeten stralen met Buzz Lightyear en Timon en Pumba in Disneyland.
Kutcorona.
