Wespen, teken, processierupsen en andere onderkruipsels: ze kunnen venijnig uit de hoek komen. Daarom behoeden we onze kroost het liefst voor gevaarlijke beten, steken en prikken. Maar zijn we niet vaak té voorzichtig?
Volgens Maarten Bruns, van IVN Natuureducatie, wel. Zo zijn we volgens hem bang voor beestjes waar we helemaal niet bang voor hoeven te zijn.
Onterecht bang
“Ouders maken zich snel zorgen, maar dat is vaak niet nodig”, begint Bruns. “We maken kinderen daarmee onterecht bang voor de natuur, terwijl er niets aan de hand is.” Zo zijn regenwormen niet vies en doen bijen meestal niets. “Veel mensen zijn als de dood voor grote spinnen, maar die doen geen mens kwaad. Je kan weleens gebeten worden, maar dat zorgt niet voor problemen.”


















