Waarom krijg je gemiddeld twintig maanden om je bruiloft te plannen en krap een week voor het regelen van een uitvaartdienst? Beetje gek dat die gedachte in me opkwam, aangezien ik juist niet van bruiloften ben, laat staan er ooit een gepland heb.
Een dag na de dood van mijn vader moet ik bijkomen van het feit dat de akte van overlijden al op de deurmat ligt. Ik weet het, het leven gaat door, maar toch.
En dat was niet de enige kou die ik deze dagen voelde. Na het balsemen (elke nieuwe ploegendienst kwam verbaasd kijken naar het ‘mooie’ resultaat) vraag ik of het lichaam van pap tot aan de dienst in zijn kamer in het tehuis kan blijven liggen. Ja, dat is geen enkel probleem, luidde het antwoord.
“Ik heb het hoofd van de verpleging zojuist gesproken. De kamer van je vader moet uiterlijk zondag geleegd zijn”, meldt de uitvaartbegeleider krap een dag later.
“Wat? Maar dat kan niet”, antwoord ik verbaasd.
“Hij wordt pas zaterdag gecremeerd.”
“Belachelijk”, zegt mijn broer resoluut.
“We gaan toch niet meteen na de crematie zijn kamer leegtrekken? Ik bel ze wel even op.” Na een pittige woordenwisseling en veel pijn en moeite, heeft hij er een extra dag aan kunnen praten.
''Is dit een zelfscan-crematie?', vroeg mijn broer droog - pap had er zelf het hardst om gelachen'
In de week dat hij opgebaard ligt, ga ik zoals ik dat voor zijn dood ook deed, regelmatig naar pap. Voorheen nam ik kliekjes, boodschappen of een bos bloemen mee, nu gooi ik zijn kleding weg. Na het balsemen blijft er een kleine glimlach op zijn gezicht. Hoewel ik dat fijn vind, krijg ik soms kippenvel van het feit dat pap er in mummie-vorm ‘gezellig’ bij ligt. Zijn hoofd is zo ongelooflijk goed gedaan, hij heeft zelfs rode oortjes.
Ineens klopt verpleegkundige Linda op de deur. Ze wil me nog op het hart drukken dat ze dit, het opzeggen van de kamer en het overlijden van een bewoner, het meest vervelend aan haar baan vindt. “Het is beleid van boven, ik heb daar niks over te zeggen.” Ik snap dat en zie dat ze het meent. Ik ben dezelfde vrouw in haar armen gevallen toen ik pap z’n ontzielde lichaam voor het eerst zag, dus Linda zou de laatste zijn op wie ik mijn frustratie af wil reageren. “Geen probleem”, zeg ik. “Er is een tekort, andere mensen staan te popelen en die gun ik ook een plek.” En toch voelt het onprettig dat het allemaal zo snel moet.
Een dag later belt mijn broer op. “Ik heb die boedelbak gehuurd, maar ben net bij pap geweest. Dan moet ik, om een stoel te verschuiven, het bed dus aan de kant doen. Dat kan toch niet? Hij ligt er nog in.”
“Ja”, zeg ik. Meer komt er niet uit. Deze week heb ik de woorden slecht paraat. Mijn brein is vla. “Ik lever de boedelbak weer in, ik kan het zo echt niet.”
'Ik wil zeggen dat het oké is als pap wil sterven, maar krijg het mijn strot niet uit'
Uiteindelijk is op maandag alles netjes uit de kamer verwijderd. Een dag later is ook de scootmobiel, de gigantische Porsche-variant, verkocht aan een andere meer kwieke bewoner, Hans. Het is een aardige man, hij begroet me aan de leestafel voor de overdracht en de sleutels. Samen lopen we naar de gang, naast de kamer van m’n vader staat zijn scootmobiel. Terwijl ik het opladen uitleg komt er een tanige, oude man met een loop-infuus aan ons voorbij. Hij schuifelt de hoek om, zo de kamer van pap in. Op de plek waar pa’s borrelglaasjes stonden, staan nu twee rieten stoeltjes, zie ik. Hier hebben we nog geen twee weken geleden samen van een Italiaanse avond genoten.
Op deze plek is pap, acht dagen geleden, overleden. Ik schud Hans de hand, wens hem het beste en ren bijna naar buiten voor een teug frisse lucht. Ik verlang naar de dagen dat hij hier opgebaard lag, als een mummie. Toen er in ieder geval nog iets tastbaars was.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
Maaike brengt ode aan haar overleden vader: 'Er is nog geen man in mijn leven opgestaan die aan jou kan tippen'



















