Ik zag ze terwijl ik van binnen naar mijn achtertuin keek: twee witte vlinders, ze vlogen dicht bij het raam en boven een mand met viooltjes. Na een tijd dacht ik: die blijven wel héél lang plakken. Zijn ze nu aan het paren of hebben ze ruzie?
De vleugels leken in elkaar vervlochten, telkens vlogen ze samen een stukje omhoog, dan weer omlaag. Het duurde een paar minuten en ik bleef geboeid naar het tafereel kijken.
“Dat is echt een voorteken”, zei een vriendin, die in symboliek tussen alles op aarde en hemel gelooft. “Van wat?”, vroeg ik; ik had haar gebeld voor emotionele steun. “Dat het niet lang meer gaat duren voor je vader overgaat”, zei ze. Mijn vader lag die ochtend in foetushouding aan een morfinepomp, dus nee, dacht ik, het zou inderdaad niet lang meer duren tot hij overleed. Voor dat besef was symboliek overbodig.
'Ik wil zeggen dat het oké is als pap wil sterven, maar krijg het mijn strot niet uit'
De ochtend erop werd ik na een avond waken om 05.38 uur gebeld, papa was om 05.30 uur overleden. Ik maakte mijn broer, die was blijven logeren en beneden sliep, wakker. In eerste instantie voelde ik een bepaalde opluchting, ik was blij voor mijn vader dat hij uit zijn lijden verlost was. Pas bij de aanblik van zijn ontzielde lichaam, een uur later in het tehuis, volgde een vijver aan tranen.
Paul, een gezamenlijke vriend, vertelde me nog diezelfde dag dat hij destijds bij het overlijden van zijn moeder troost haalde uit het feit dat ze weer bij haar man, zijn vader, was. Ik vond dat een prachtige gedachte, maar ik geloof niet in het hiernamaals, hoe graag ik het in deze periode ook wil.
Troost heb ik afgelopen week uit andere dingen gehaald. Uit taart eten op het moment dat Mariëtte, de sympathieke uitvaartbegeleider, voor het eerst bij mij thuiskwam. “In al die jaren dat ik dit werk doe heb ik dit nog nooit meegemaakt”, zei ze, positief verrast. “Je moet niet alleen gebak eten als het goed gaat, neem ook eens taart als het tegenzit”, zei mijn vader ooit.
Een beetje gek misschien, maar wat ook soelaas biedt, is de inktzwarte humor die onze familie zo typeert. Toen de chauffeur van de rouwauto een sticker met een code op de kist plakte, zei mijn broer droog: “Modern zeg… Is dit een zelfscan-crematie?” Pap had er van iedereen het hardst om gelachen.
'Sinds zij in de puberteit en ik in de overgang zit, lijkt alles tussen ons onder een vergrootglas te liggen'
Verpleegkundige Linda vertelde nog dat mijn vader zo intens genoten heeft van de Italiaanse avond die Puck, Charlie en ik de week ervoor voor hem organiseerden, zonder te beseffen dat het onze laatste maaltijd samen was. Een weelderig bloemstuk met rozen op zijn doodskist is een geweldig eerbetoon, maar dat ik pap wekelijks een bosje verse rozen meenam, geeft mij nu meer troost.
Een tijd geleden schreef ik een column over hoe mijn vader een hoestaanval kreeg in het ziekenhuis nadat ik hem een verhaal over padden vertelde. Hij zei ineens keihard: “PADDENTREK”, en stikte er zowat in. Gelukkig schraapte hij daarna zijn keel en ademde normaal. “God,” zei mijn broer, “dachten we even dat je erin bleef hangen. Paddentrek kan toch echt niet je laatste woord zijn, pap!?”
Afgelopen week zochten we muziek voor de uitvaart uit, een samenzijn dat melig begon met de aanmaak van het Spotify-album: ‘Frans, de Nazit’. Alleen was ik, tot hilariteit van anderen en met dank aan brainfog, vergeten de laatste letter te typen…
Wij bekeken alle cd’s die pap mee naar het tehuis had genomen en nog regelmatig op zijn cd-speler afspeelde. Mijn vader was zeer muzikaal en speelde verschillende instrumenten. Hij luisterde vaak naar klassieke gitaarmuziek.
“Hey…”, zei ik toen ik een blauwe cd uit het kratje pakte: “Krijg nou wat, Harry Sacksioni.” Mijn hele jeugd vloog kort aan me voorbij. “Ja, dat album heeft hij grijsgedraaid”, zei mijn broer. Ik checkte de achterkant voor de nummers om digitaal toe te voegen en kon mijn ogen niet geloven: liedje nummer een was getiteld: Paddentrek.
“Verdorie”, riep ik verbaasd. Ik liet het aan mijn broer lezen, die hardop lachte. In geen 49 jaar het woord gelezen of gebruikt en nu dit, dacht ik.
“Dat kan geen toeval zijn”, zei Mariëtte overtuigd, toen we haar het hele verhaal vertelden. “Wel humor dit”, voegde ze eraan toe. “Ja,” zei ik zacht, “echt papa”. Ik liet een traan lopen. Vond ik toch een beetje troost in symboliek.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Ik gun haar ook een leuke trip, maar ik offer er me niet meer voor op'















