Het zag er een beetje zielig uit. Alsof de liefde ineens in tweeën was geknipt. Ik bleef in de deuropening staan. “Volgens mij”, zei ik, “is dit het begin van het einde.”
Mijn vrouw keek niet eens op van het bed dat ze aan het opmaken was. “Waarvan?” “Van ons.” Ze begon te lachen. “Je maakt van een dekbed een echtscheiding.” Maar zeg nou zelf. Een groot bed hoort één groot dekbed te hebben. Dat is samen. Dat is ’s nachts naar elkaar toe schuiven.

















