REIZEN

‘In deze Franse stad vind je op iedere hoek een bakkerij die je dieetplannen de nek omdraait’

Je bent er in een piep en een zucht – en léúk dat het is. Zonnetje, vlooienmarkten, knapperige croissants, lekkere wijn en dito eten. Ga mee op minitrip.

Noem het een vlaag van aanstellerij, maar we voelen zo nu en dan de behoefte om naar Frankrijk te sjezen. Een enkele nacht, even weg, een andere taal om ons heen, croissant in de hand en glas wijn in een bistro. Voor zo’n mini-ontsnapping is Lille perfect. Vanuit Nederland ben je er rapide – al is het altijd even afzien op de Antwerpse ring. Wegrijden na het ontbijt, zit je rond lunchtijd op een Frans terras.
Lille wordt vaak Klein Parijs genoemd. Die bijnaam duikt overal op. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de statige architectuur, elegante winkels en bistrostoeltjes op de terrassen. Toch doet die vergelijking de stad tekort. Lille heeft een eigen karakter en dat karakter is gevormd door een geschiedenis die complexer is dan je zou denken. Eeuwenlang hoorde Lille (of Rijsel, voor Vlamingen en Nederlanders) niet bij Frankrijk, maar bij Vlaanderen. De stad maakte achtereenvolgens deel uit van het graafschap Vlaanderen, de Nederlanden en het Spaanse Rijk voordat Lodewijk XIV de stad in de zeventiende eeuw toevoegde aan Frankrijk. Dat verklaart waarom Lille er anders uitziet dan veel andere Franse steden. De rijkversierde gevels, rode bakstenen en koopmanshuizen hebben ook iets onmiskenbaar Vlaams. Alsof Parijs en Gent een kinneke kregen en het Lille noemden.
Die geschiedenis zie je vooral terug in Vieux-Lille, de historische binnen­stad. En zoals dat vaak gaat: de mooiste straten trekken mooie namen (Isabel Marant, Sézane, Maje, Ba&sh) en conceptstores. De straten kronkelen tussen oude panden door, achter zware deuren blijken verborgen binnenplaatsen te liggen en op iedere hoek lonkt een bakkerij die dieetplannen de nek omdraait.