We hebben een kat: Rob. Of eigenlijk, mijn vrouw heeft een kat, want hij was eerder met haar dan ik. Ongeveer een jaar voordat mijn vrouw me van een dansvloer plukte, plukte ze Robbie – toen nog Rocco geheten – uit het asiel.
Daar zat hij in een apart kamertje, omdat hij alles en iedereen aanviel. Behalve bij haar, daar sprong hij meteen op schoot en ging liggen spinnen. Precies de uitwerking die ze ook op mij had. Dus nam ze hem mee naar huis en bleek-ie het liefste dier ooit.
'Ik hoor een enorm kabaal en weet direct, maar veel te laat, hoe laat het is'
Het enige wat hij niet kan, is begrijpen hoe een kattenluikje werkt. We hebben het op alle manieren geprobeerd, zonder resultaat. Maar Rob wil wel heel graag naar buiten. Dus laten we hem elke keer als hij miauwend voor de deur staat, binnen of buiten, erdoorheen. Handmatig. Belangrijk is dus dat degene die als laatste naar bed gaat goed controleert of Rob alweer naar binnen is gelaten. Dat gaat eigenlijk altijd goed. Bijna altijd.
Midden in de nacht word ik wakker van een klagerig gejammer, maar duidelijk niet van een van mijn dochters. Ik kijk op mijn telefoon en zie dat het bijna half vier in de ochtend is. Omdat ik er niet van uitga dat inbrekers hun positie weggeven door zoveel mogelijk herrie te maken, stap ik uit bed en loop ik eerder nieuwsgierig dan bang naar beneden. Terwijl de slaapmist langzaam optrekt uit mijn hoofd, herken ik waar ik naar luister.
Ergens rond het huis schreeuwt Rob moord en brand. Ik open de tuindeur. Gelukkig had ik nog de helderheid van geest om het alarm eraf te halen, anders was nu iedereen wakker geweest. Hij staat er niet. En zijn klaagzang klinkt nu ook verder weg. Dan maar naar de voordeur. Die open ik, en ja hoor, daar staat meneer. Hij is zo druk bezig met lawaai maken, dat hij niet eens doorheeft dat ik voor hem opendoe. Zelfs als ik hem roep en psss pssss psss doe, komt hij niet.
'Ineens besefte ik dat ik absoluut géén 22 meer ben, maar 40, en dat je prioriteiten in het leven kennelijk verschuiven'
Omdat ik op dit nachtelijke uur wel wat beters te doen heb dan wachten op m’n kat, besluit ik hem zelf maar te pakken. Dat blijkt een heel slecht idee. Zodra ik Rob optil om hem mee naar binnen te nemen, valt achter mij de deur in het slot. Daar sta ik dan, midden in de nacht, in mijn onderbroek op straat. Gelukkig met kat, dus ik ben niet alleen, maar hij staat niet in zijn onderbroek.
Ik vraag me af welke opties ik heb. Natuurlijk kan ik aanbellen, maar een nachtelijke buitensluiting in het verleden heeft aangetoond dat mijn vrouw daar niet wakker van wordt.
Ineens schiet het me te binnen dat er in het schuurtje in de tuin kleren liggen. Oude dingen met gaten erin die ik gebruik tijdens het tuinieren. Ze zitten weliswaar onder de modder, maar alles is beter dan vrijwel naakt. Net als ik de trui en broek aan heb, gaat de voordeur open. Mijn vrouw vraagt met een slaperig gezicht wat ik in hemelsnaam aan het doen ben. Terwijl ik de kleren aan het pakken was, had meneer Rob het alweer op een krijsen gezet. Aan zijn lokroep kon ze in tweede aanleg, net als in het asiel, geen weerstand bieden. Hij wordt in de armen gesloten als een soldaat die terugkomt van het front.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Het zou de bijzondere schooldag compleet verpesten en dat wilde ik absoluut niet op mijn geweten hebben'
















