Het is half zes ’s avonds en ik heb nog ongeveer een half uur de tijd om een smoes te bedenken om aan mijn vrouw te vertellen. Dit verhaal begint bij mijn advies aan haar aangaande een nieuwe zonnebril.
Ze wil, zoals eigenlijk altijd, een goedkoop dingetje kopen. Dan maakt het niet uit of er iemand op gaat zitten of dat hij beschadigd of kwijtraakt. Ik raad haar aan om nu eens een mooie zonnebril te kopen. Niet dat die significant beter zijn dan de prullen van een tientje of twee, maar de modellen zijn wel mooier, mijns inziens.
Na enig tegensputteren laat ze zich overtuigen en gaan we samen naar een brillenboer. Ze past een modelletje of dertig en dan worden we het eens welke haar het beste staat. Een bril van een duur Engels merk, maar het is dan ook een investering in de komende zomers, moet je maar denken. We krijgen er van de verkoper wat stoffen poetsdoekjes en een extra brillenkoker bij. Waarom je twee brillenkokers zou willen hebben voor één zonnebril is me schier onduidelijk, maar we nemen het toch maar aan. Baat het niet, dan schaadt het niet.
'Ik betrap mezelf op gekke fouten die me doen beseffen dat ik twee weken rust wel kan gebruiken'
Die aanschaf is nu zo’n drie weken geleden. Hij staat haar geweldig, dat moet gezegd worden, en ze draagt hem op verantwoordelijke wijze. Als we ergens heengaan waar de kans op verlies dan wel beschadiging groot is gaat er een bekrast weggooiertje mee. Alleen als de risico-analyse positief uitvalt, wordt het de tweepotige knapperd. Helaas is er iemand anders die kennelijk niet de verantwoordelijkheid van een mooie oogbescherming kan dragen. En die iemand ben ik.
Omdat mijn werkdag eerder eindigde dan die van mijn lieveling, sloeg ik druk aan de voorbereidingen van het avondeten. Als het sausje voor de bimi de juiste stroperigheid heeft, haal ik het pannetje van het vuur. Op het aanrecht kan het afkoelen tot ik het later nodig heb. Wat ik pas na enkele minuten merk, is dat ik deze pan gloeiend heet tegen het pronkstuk genaamd zonnebril aanzet.
'Mijn moeder is gevallen en dat drukt me met de neus op de feiten, ze wordt fragieler'
Tegen de tijd dat ik hierachter kom, zitten bril en pan inmiddels aan elkaar vast gesmolten. In een poging te redden wat er te redden valt trek ik het ding los. En maak het allemaal alleen nog maar erger. Er trekt zich een draad van bijna vloeibaar plastic tussen de twee voorwerpen. In paniek zet ik de koude kraan aan en houd alles eronder, om te zorgen dat het afkoelt. Dat doet het ook en nu stolt alles wat zacht was weer tot hard plastic.
De bril waarvan ik haar overtuigde erin te investeren, en haar op het hart drukte er dan wel voorzichtig mee te zijn, heb ik nu in hoogst eigen persoon geruïneerd. Kan ik de kat misschien de schuld geven? Een kind? Het universum? Alles liever dan dat me dit, en mijn kennelijk dommige advies, nog jaren nagedragen wordt.
De tijd tikt voorbij en haar moment van thuiskomen nadert. Terwijl ik nadenk over een plan, loop ik een rondje door de buurt om onze dochters vast binnen te roepen. Met zijn drieën lopen we terug naar huis. Dan zie ik mijn vrouw ons tegemoetkomen. Ze draagt de bril, met gestolde potensliert in een hoek van negentig graden afstaand van haar gezicht, en lacht. Het is geen lach omdat de zonnebril gesneuveld is, maar wel omdat ze weet dat ze nog heel lang kan wrijven in deze vlek. Ik accepteer mijn lot. Eigen schuld, dikke bril.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Zoals zoveel mannen sterf ik liever dan dat ik me iets laat uitleggen'
















