Ik wou dat ik deze column kon openen met de zin: ‘Mijn moeder heeft me altijd gezegd dat je geen man nodig hebt om gelukkig te zijn.’ Maar dat heeft ze niet gezegd. Niet in de jaren die vormend waren.
Wel ging ze tegen haar vijftigste op zichzelf wonen, latten met mijn vader, een zeer moderne constructie die ik destijds moeilijk aan mijn omgeving kon uitleggen. Waren ze wel of niet bij elkaar? Maar mijn moeder zei dat ze dit moést doen, om haar laatste stukje autonomie nog te kunnen opeisen. Vanaf haar negentiende was ze met mijn vader en nooit had ze op zichzelf gewoond.
Ze was een gevangen puber en werd een gevangen moeder toen ik ter wereld kwam. En nu waren we allemaal groot en volwassen en kon ze voor zichzelf kiezen. Dat begreep ik dan weer heel goed.
Uiteindelijk strandde ook dat laatste stukje van het samenzijn tussen mijn vader en moeder, en lag ik op mijn dertigste als een verloren kind tijdens een vakantie huilend op een strand met mijn toenmalige vriend omdat ik het plaatje tussen mijn vader en moeder uiteindelijk toch zag knakken. Iets wat ik mijn hele jeugd eigenlijk al had voorvoeld en dat nu de harde realiteit werd. Het was hen niet gelukt.
Mijn geliefde keek me meewarig aan. Wat kon hij weten van het kind in mij dat nu wakker schoot en alle weggestopte pijn omhoog liet komen? Ouders hoorden gelukkig te zijn samen, de mijne waren dat nooit echt geweest, er was altijd ruzie, er waren veel ijzige stiltes en we liepen vaak op eieren. Ondertussen speelden we de happy family. Maar nu zouden we ook deze rol nooit meer spelen.
Terwijl ik dit schrijf ben ik al ruim een jaar single en bevind ik me in Zuid-Spanje, op een zogenaamde solotrip. Een cerveza, een laptop en mezelf. Een solotrip. Weer zo’n benadrukking van dat wat men alleen doet. Maar goed, ik ben dus alleen in een vreemde stad en het bevalt me uitstekend. Vaker heb ik alleen gereisd, maar altijd waren er mannen, mannen die me de stad wel zouden laten zien, mannen die mij wel zagen zitten. Mannen die mij begeerden, zodat ik mezelf even kon vergeten. Maar nu dus niet. Behalve de ‘hola guapa!’ blijven ze op afstand. Die mannen mogen even blijven waar ze zijn.
Waar ik eerder naarstig op zoek ging naar mannen die mijn bestaan, mijn wezen konden bevestigen, om vervolgens in een langdurige relatie te belanden, kan ik nu voor het eerst zeggen dat het ook echt even niet hoeft. Ik heb tijd nodig om de fragmenten van mijn verleden een plek te geven. Noem het onveilig gehecht, noem het een getormenteerde jeugd, het is me tot nu toe niet gelukt. De laatste relatie strandde en ik dacht dat ik nooit meer gelukkig kon worden, tot ik nu langzaam, stap voor stap, leer om in ieder geval gelukkig met mezelf te zijn. Nee, mijn moeder zei niet dat ik geen man nodig had. Maar mijn moeder liet wel zien wat het betekent als je als vrouw te lang jezelf opgeeft.
En nu, als volwassen dertiger, leer ik voor het eerst hoe mooi het leven met jezelf kan zijn, voor ik me ooit weer aan een relatie waag.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Bij mijn oma zie ik toch altijd een glimp van medelijden als ze vraagt of ik al een geliefde heb'



















