Interview

Marlijn Weerdenburg: ‘Lekker met elkaar kneuteren op een camping, dat is toch eigenlijk het hoogst haalbare’

Na een solovoorstelling over haar moeder maakt actrice en zangeres Marlijn Weerdenburg (43) nu theater over haar vader, die opgroeide in armoede. “Dat ik wél kansen kreeg en die ook zo veel mogelijk moest pakken, heeft erg op mij gedrukt.”

Geworteld heet de nieuwe voorstelling van Marlijn Weerdenburg, waarin ze het verhaal vertelt van haar vader – die een jeugd had ‘à la Ciske de Rat’ – en daarmee het verhaal van zichzelf. Over hoe opgelopen trauma’s, ook de onbewuste, kunnen doorwerken in volgende generaties.
Haar vorige solo ‘Mijn buik vol van de liefde’ werd in de pers een ‘verwerkings­voorstelling’ genoemd, omdat ze op het podium haar diepe verdriet om de plotselinge dood van haar moeder van zich af probeerde te zingen. Dat was een jaar nadat de pas 65-jarige en superfitte Sjanie stierf aan de gevolgen van een hersenbloeding. Marlijn was op dat moment hoogzwanger van haar tweede zoon.
Tijdens het spelen van die voorstelling kwam je jezelf enorm tegen.
“Ja. In het begin dacht ik: kijk mij het rouwproces eens ontzettend goed aangaan. Ik maakte een voorstelling over mijn moeder en schreef liedjes over haar. Maar artistiek rouwen bleek iets heel anders te zijn dan gewoon de stekker eruit trekken en de tijd nemen voor je verdriet. Het publiek in de zaal kon door mijn verhaal wél heel goed bij de eigen pijn komen, regelmatig vielen ze me na afloop huilend in de armen. Daardoor had ik het gevoel dat het sterven van mijn moeder tenminste nog íéts moois teweegbracht. Toch merkte ik uiteindelijk dat ik mezelf er niet mee hielp. Steeds vaker voelde het tijdens een optreden alsof mijn keel werd dichtgeknepen – ik moest zelfs twee keer een voorstelling afbreken omdat mijn stem volledig blokkeerde. Toen ik bij een psycholoog gespecialiseerd in EMDR terechtkwam, zei ze: ‘Je hebt posttraumatisch stresssyndroom door een megatrauma, het is logisch dat je lichaam zo stagneert.’”
Je sliep bij je ouders toen je moeder stierf. Ze had net gezegd dat je meer rust moest nemen, omdat je bevalling eraankwam. En een paar uur later lag ze in jouw armen voordat ze weggleed.
“Mijn moeder had die avond nog lekker gekookt en met mijn oudste zoon Teun op de trampoline staan springen en ineens werd ze met ­gillende sirenes afgevoerd. Ik was in shock, maar mijn lichaam schoot meteen in de overlevingsstand: je moet dóór, de baby komt eraan. Pas drie jaar later is die klomp verdriet dankzij EMDR-sessies losgekomen. Ik was zo op slot geraakt, dat ik niet eens meer kon huilen.”
In die tijd ging het ook mis met Teun op school: pas veel later bleek dat hij een extreme vorm van ADHD heeft en een prikkelverwerkingsstoornis, waardoor hij naar het speciaal onderwijs moest.
“Teun zat in de klas hele dagen huilend onder tafel en beet letterlijk van zich af als iemand te dichtbij kwam. Voordat we de diagnose kregen, was er bij mijn vriend Paul en mij al zo veel onrust ontstaan. Waren wij slechte ouders? Waarom kwamen we niet binnen bij Teun? We liepen soms gillend van onmacht door het huis. De dood van mijn moeder, de geboorte van Sammie, de zorgen om Teun én fulltime werken: er was eigenlijk nooit een moment rust. Onlangs heeft een gespecialiseerde kinderpsycholoog ook EMDR met Teun gedaan. Hij was pas drieënhalf toen mijn moeder een aneurysma kreeg, maar kon nog exact vertellen wat er die avond was gebeurd. Omdat mijn vader en ik zo in paniek waren, zijn we Teun vergeten. Maar vanachter het kinderhekje boven aan de trap heeft alles wat hij zag diepe indruk op hem gemaakt: het geschreeuw, de ambulancemedewerkers, onze radeloosheid. Teun was ontzettend close met zijn oma; twee dagen in de week was hij bij haar.”

Ik begreep dat je na de dood van je moeder drie keer per dag jouw vader belde, om te controleren of hij nog leefde.
“Dat was in het begin zeker wat dwangmatig, ja, maar dat deed ik ook omdat zij een symbiotische relatie hadden. Ze waren 46 jaar bij elkaar, mijn moeder werkte in het bedrijf van mijn vader, ze waren dag en nacht samen. Dus ik maakte me zorgen: zou hij het wel redden alleen? En: straks valt hij ook ineens om. Maar eigenlijk bleek mijn vader meteen al heel veerkrachtig, zoals hij dat zijn hele leven is geweest. Hij was 67 toen hij de liefde van zijn leven verloor, maar dacht toch: ik ben nog zo jong, ik ga nog wél iets van mijn leven maken.
Mijn zus en ik zijn min of meer door onze moeder opgevoed, omdat mijn vader overdag werkte en in de avonden en weekenden studeerde. Na mijn moeders dood is mijn vader veel meer dan daarvoor onderdeel van ons gezin geworden, wat onze relatie erg heeft verdiept.”
Voor jouw nieuwe voorstelling ben je de jeugd van jouw vader gaan onderzoeken. Hoe zou je die omschrijven?
“Mijn vader heeft nooit een stabiele thuissituatie gekend. Omdat hij opgroeide in een gezin met veel armoede, een onzekere moeder had die de zorg voor vier kinderen niet aankon en een vader die veel weg was. Alleen al in zijn jeugd is hij 22 keer verhuisd. Zelf was hij een druk en moeilijk te sturen kind – waarschijnlijk had ook hij ADHD, net als Teun en ik. Mijn vader is op zijn negende naar een inrichting voor moeilijk opvoedbare kinderen gestuurd. Daar werd hij opgesloten en door oud-militairen heropgevoed. Midden in de nacht haalden ze die jongens uit bed, lieten ze tien kilometer hardlopen en blaften ze voortdurend af. Eén keer in de maand kwamen zijn ouders langs, na een jaar mocht hij weer naar huis. Drie jaar daarna stierf zijn vader. Hij vond hem zelf, in de sloot naast hun huis. Omdat er toen helemaal geen geld meer was om vier kinderen te onderhouden, moest mijn vader als veertienjarige in de Rotterdamse haven gaan werken. En kreeg hij op zeer jonge ­leeftijd de verantwoordelijkheid om voor een heel gezin te zorgen.”
Je vader vertelde mij hoe hij soms brood ging kopen en de bakker dan zei: ‘Jij krijgt niks mee totdat je moeder haar schulden heeft betaald.’ Die momenten van schaamte maakten diepe indruk op hem.
“Mijn vader zet zich sinds twee jaar in voor Stichting Leergeld; hij wil kinderen die opgroeien zoals hij is opgegroeid helpen, daarom gaat hij op huisbezoek bij gezinnen waar weinig geld is. Hij wijst ze erop dat ze via Stichting Leergeld gratis zwemles kunnen krijgen, of bijvoorbeeld een fiets en een laptop: waardoor kinderen ineens wél met hun klasgenootjes kunnen meedoen. Allemaal mogelijkheden die mijn vader vroeger zelf niet had.”