Hoe vertel je het de kinderen? Ze hebben krap een jaartje kunnen wennen aan gescheiden ouders. En nu staan jullie op het punt om ze mee te delen dat jullie samengesteld, met alle vijf de kinderen, in één huis gaan wonen?
Je oudste vond het nog wel grappig om mee te kijken op de app toen je datete en tegen de jongste jokte je standaard dat al die fotootjes “mensen van papa’s werk” waren. Maar je hebt een blijvertje gevonden en alles gaat onder één dak.
‘We zijn toch vanaf dag 1 voor elkaar gemaakt?’
‘Klopt, maar dat samenwonen met iedereen kon ik toen nog niet bedenken’
‘Jíj begon er notabene over?’
‘Poppenkontje, ik maakte een grapje’
‘Ik dacht dat je bloedserieus was over samenwonen!?’
‘Schat dat was…of nee wacht sorry, dat bén ik ook. Maar ik mag het toch wel even spannend vinden?’
‘Jawel, maar die huizenmarkt, onze gescheiden inkomens, al die schoolboeken, de vakanties, de alimentatie die we allebei niet ontvangen, álles wijst erop dat het voordeliger is om te gaan hokken.’
‘Hokken… qua voordeligheid? Dát is serieus jouw motivatie?’
‘Nou ja, je snapt wat ik bedoel, toch?’
‘Sorry, maar ik vind je zo studentikoos klinken. Ik zie ook meteen een ranzige slaapkamer met een emmer kots en stapel vieze was in de hoek.’
‘Jezus, was doe jij flauw!’
‘Ik ben niet flauw, maar je idealiseert. Denk je dat alle kinderen dit zomaar gaan pikken?’
Bovenstaand gesprek komt uit een spookscenario dat in mijn paniekhoofd opdoemde: stel dat ik de nieuwe vrouw van mijn dromen vind (en die heeft 3 à 4 kinderen) en op een bepaald moment wordt er gesproken over samenwonen. Ik krijg het al Spaans benauwd bij ’t idee, om nog maar te zwijgen over de uitvoering ervan. Wel had ik gelijk weer een podcast onderwerp: wat vinden de kinderen er eigenlijk van?, aflevering 64 van Kasper Spreekt Af.
Van dichtbij heb ik gezien hoe een nieuwe partner door een eenzame co-ouder direct in het gezinsleven werd gepompt. De kinderen zag ik worstelen, omdat ze geforceerd snel moesten wennen aan de liefdesgrillen van de moeder met de kolder in haar kop. Voor de kinderen, die nog helemaal in de ruwe omscholing van het uit elkaar gaan van hun ouders zaten, was dit wéér een dramatische wending in het script dat – als het aan hun lag – überhaupt nooit geschreven was.
Voor mezelf speelt dit toekomstspookbeeld zeker een rol in het niet beschikbaar zijn voor een nieuwe vrouw. De angst om mijn kind wéér zoiets ongewenst te moeten laten doormaken: zo’n samengesteld dweilorkest van gemixte kinderzielen, van waaruit ieder kind ook nog een gezonde relatie met de ouder búiten die comune probeert te onderhouden. ‘Zó gezellig met Sinterklaas en Kerst!’, roepen de dol verliefde hok-ouders. ‘Ja, me hol’, denken alle kinderen in koor, maar zwijgen door een onverwoestbare loyaliteit.
Geforceerde situaties bij zo’n nieuwe ophokplicht voor kids; de terugkeer van de familie Flodder is er niks bij. Over de opvoeding van de bonuskinderen (vréselijk woord!) – Bonuskind, tweede gratisss! roept de reclame Hamster in mijn hoofd – hoorde ik een bonusvader zeggen: ‘bemoei ik me niet mee’. Maar hoe doe je dat dan in één huis?
Eén keer hoorde ik een succesverhaal van een collega: die ging samenwonen vlak voordat de kinderen van zijn vriendin gingen studeren. Het huis zou snel leeg zijn, dat was een perfect vooruitzicht! Maar door de woningkrapte en studentenwoning-prijzen zit hij tien jaar later nog steeds tegen zijn zin te scrabbelen met een niet door hem opgevoed kind van 28. Ook tegen de zin van het kind, trouwens. Maar dat was niks gevraagd.
