Leon Verdonschot legt voor LINDA.nl wekelijks het vuur aan de schenen. Deze week is actrice Kimberley Klaver (36) aan de beurt, die de roman ‘Zuid-moeders Breken Niet’ schreef.
Zit je in de auto?
“Ja, ik rijd rondjes met een kleine baby naast me. Die slaapt heel goed in de auto, en het is meivakantie, dus ik ben even het huis ontsnapt. Ik vermoed dat mensen die me nu zien rijden denken dat ik gek ben. Of ze denken: typisch weer zo’n blonde vrouw achter het stuur.”
De hoofdpersoon van je roman stelt: ‘Het moederschap is magisch mooi, maar ook zwaar.’ Heeft ze gelijk vind jij, als moeder van vijf?
“Ja, zeker. Zéker! Vooral in de tijd en cultuur waarin wij leven, waarin je naast een goede moeder nog van alles meer moet zijn en kunnen. Het wordt toch wel een beetje verwacht dat je al snel weer gewoon een leuke vrouw bent, met een beetje normale maten, die gewoon weer aan het werk is, die zich laat zien op feestjes, en natuurlijk op social media. Dat allemaal samen kan wel zwaar zijn. Mijn ervaring is wel dat vanaf je tweede kind sommige dingen iets gemakkelijker worden, omdat je leven niet meer zo drastisch verandert – dat was het al. En omdat je beter weet wat voor moeder je wilt zijn.”
Ze heeft nogal een fascinatie voor borsten. Het woord ‘borsten’ komt 23 keer langs in je roman.
“Haha! Dat komt door mij, ben ik bang. Ik heb een lichte fascinatie voor borsten, al vanaf de middelbare school, toen iedereen ze al had, en ik nog steeds met een kinderlijf rondliep. Die fascinatie komt dus voort uit een gebrek aan borsten: ik heb er zó lang op moeten wachten. En die fascinatie is niet meer verdwenen. Want ook toen ik ze eenmaal had, veranderden ze steeds: na een zwangerschap veranderen ze, en komen ze weer anders terug. En dan heb ik ook nog types om me heen in Amsterdam-Zuid die ze behoorlijk hebben, en ze laten zien ook.”
‘Een charmant klein dorpje, midden in de bruisende stad Amsterdam.’ Zo wordt Amsterdam-Zuid omschreven in je roman. Herken jij je in die beschrijving?
“Jawel. De kleine straatjes, de architectuur, de huizen: het lijkt wel een klein dorpje. Als je er doorheen wandelt, verdwijnt de hysterie van de stad wel. Het is een oase van rust, terwijl het tegelijk qua kleding en feestjes heel hysterisch kan zijn.”
Een dorp heeft ook een andere kant: sociale controle, geroddel, dwingende normen. Geldt dat voor dit dorp ook?
“Ja, het nadeel van het feit dat iedereen elkaar kent is dat er veel geluld wordt, dat er veel scheven blikken zijn, veel schone schijn wordt opgehouden. Dat hoort kennelijk bij dorpjes, maar ook bij kleine buurtjes die dorps aanvoelen.”
Je speelde ooit Assepoester in Elfteling TV. Hoe zet je een goede Assepoester neer?
“Dat was ik al helemaal vergeten! Een goede Assepoester moet goed kunnen boenen en schrobben, en heel hard rennen voor de klok 12 uur slaat. Op hakken.”
Totaal anders was je rol in de totale cultserie ‘Crimi Clowns’, waar onder meer Johnny de Mol, Frank Lammers en Katja Schuurman ook in speelden.
“Dat was een serie die echt bijna niemand begreep: heel hard, in your face, snel gesneden, met veel geweld en sex, en geweldige humor. Ik had toen SpangaS gedaan en enkele andere series voor de jeugd, en ik wilde eens iets echt anders. Dat was dit zeker. Het was geen serie voor een heel groot publiek, het was inderdaad cult, maar in het buitenland heeft de serie ook echt prijzen gewonnen. We zijn er zelfs mee op het filmfestival van Monaco geweest, waar we een diner hadden met Prins Albert. Die zei: ‘I really liked the show’. Ik weet niet of hij dat tegen iedereen zei, maar goed: dat hebben we toch maar meegemaakt.”
Mis je radio maken nog wel eens? Je had een half jaar lang elke werkdag een programma op QMusic.
“Ik vond het erg leuk, vooral dat livegevoel, maar ik heb inmiddels een groot gezin, dus moet ook kiezen waar ik mijn energie in steek, want ik wil ook geen schuldgevoel hebben. Ik vind het inmiddels ook heel leuk om te creëren, of áchter de camera te staan.”
Je hoofdpersoon Poppy zegt tegen zichzelf, als ze bezwaar maakt tegen het feit dat haar partner wat wil gaan drinken met zijn vrienden: ‘Rustig blijven, Pop. Je wilt niet zo’n zeikvrouw zijn.’ Heb jij jezelf dat wel eens verteld?
“Ja. En ook heb ik het vriendinnen van me horen zeggen. Voordat ik kinderen had, begreep ik niet waarom je die man niet zou een avond zou laten gaan drinken met zijn vrienden: moet hij dan je hand vasthouden op de bank? Maar nu snap ik dat je je gewoon even gesteund wil voelen, zeker in combinatie met vermoeidheid en hormonen. Gewoon even het empathische vermogen horen, de erkenning dat jij ook heel hard werkt en ook al heel lang niet meer uit bent geweest.”
Was je zelf gezellig tijdens het schrijven van je roman?
“Het was in de coronatijd, en ik was ook nog eens zwanger, dus ik had echt de focus op het boek. Ik ging vroeg naar bed en dronk helemaal niet. Thuis was ik wel minder gezellig, denk ik, haha. Mij is het goed bevallen en ik heb echt genoten van het schrijfproces, maar ik belde bijvoorbeeld ook echt niemand terug in die tijd. Ik ben blij dat mijn vrienden nog naar mijn boekpresentatie zijn gekomen!”

Foto: Bob Bronshoff

















