Sander de Hosson is longarts en zet zich tevens in voor ‘de best mogelijke palliatieve zorg’. Bij LINDA. deelt hij zijn ontroerendste en heftigste verhalen.
“Het hoort bij het vak”, zei mijn opleider in een van de allereerste maanden van mijn artsenwerk. Hij bedoelde het goed.
Ik vond het heftig wat ik had meegemaakt. Een vrouw van nog geen vijftig was doodgegaan. Vrij plotseling ook nog. Ik hoorde zijn woorden echt wel. Hij probeerde een soort arm om mijn schouder te slaan, maar dan in taal. Een misschien wat ongelukkige poging om iets kleiner te maken wat best groot was.
Natuurlijk had hij gelijk. Dit hoort bij het vak. Een patiënt zien sterven hoort bij het vak. Slecht nieuws brengen ook. Een dochter zien knikken terwijl haar allerliefste vader sterft. Een echtgenoot uitleggen dat de reutelende ademhaling van zijn vrouw niet betekent dat ze aan het stikken is. Het hoort er allemaal bij. Maar dat wil niet zeggen dat het je niets doet. Een verpleegkundige leert hoe je morfine optrekt en hoe je een pomp instelt. Ze leert ook hoe je een lichaam wast dat kort daarvoor nog leefde en warm was.
'Ik zie dat ze stervende is, het zit in haar blik. Een moeilijk te beschrijven oogopslag die in geen enkel leerboek staat'
Ze leert alleen niet hoe ze daar ongevoelig voor moet worden. Een arts leert zinnen zeggen die niemand wil horen, maar die wel gezegd moeten worden. Hij leert waar hij gaat zitten tijdens een heftig gesprek, wanneer hij moet zwijgen en wanneer uitleg niets meer toevoegt. Ook daar hoort ongevoelig worden niet bij. Gelukkig maar.
Misschien zit daar wel een hardnekkig misverstand over professionaliteit. Alsof ervaring vanzelf een laagje tussen jou en de patiënt legt. Alsof je na genoeg sterfbedden minder geraakt zou moeten worden. Zo werkt het volgens mij niet.
Er wordt vaak gesproken over professionele afstand. Ik heb dat nooit zo’n gelukkig begrip gevonden. Afstand klinkt alsof je juist op moeilijke momenten een stap achteruit moet doen. Ik denk liever aan professionele nabijheid. Je hoeft het verdriet van een ander niet over te nemen en je hoeft het ook niet mee naar huis te dragen. Maar je moet wel blijven zien wie er tegenover je zit. Of ligt.
Iemand met een leven dat al lang bestond voordat hij patiënt werd en dat veel groter is dan wat wij in een dossier kunnen opschrijven. Ik hoop dat het mij blijft raken wanneer iemand doodgaat, wanneer een familie om een bed staat en niemand meer weet waar hij zijn handen moet laten. Wanneer een dochter vraagt of haar vader haar stem nog kan horen. Wanneer een zoon zegt dat hij nog even benzine voor de grasmaaier moet halen en je merkt dat hij eigenlijk geen idee heeft hoe hij afscheid moet nemen.
'Kwetsbare ouderen hebben geen behoefte aan een leven dat voldoet aan een checklist. Zij hebben behoefte aan een thuis'
Mijn gevoel is daarbij niet het belangrijkste. Het gaat om degene die sterft en om de mensen die achterblijven. Om iemand met een telefoon vol foto’s. Met eten in de koelkast dat niemand straks nog wil opeten. Met een vrouw die straks alleen in bed ligt, met een hond die blijft luisteren naar de voordeur, met een kind dat morgen gewoon naar school moet. Ja, dat hoort allemaal bij het vak.
En soms loop je na zo’n overlijden toch wat langzamer naar de koffiekamer. Je hebt daar eigenlijk geen tijd voor, maar je kunt ook niet altijd meteen de volgende patiëntenkamer binnenlopen. Soms typ je een brief terwijl je hoofd nog bij de gezichten rond dat andere bed is, soms begin je aan een volgend gesprek terwijl het vorige nog ergens in je aanwezig is. Soms trek je aan het einde van de dag je jas aan, loopt naar buiten en merkt pas in de auto hoe stil het in je is geworden.
Dat hoort ook bij het vak. En de volgende dag ben je er weer. Niet omdat het went, maar omdat je hebt geleerd verder te gaan met wat nooit zal wennen.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Hij vroeg mij wie er straks voor zijn vrouw met beginnende dementie zou zorgen. Hij wist dat hij haar zou moeten loslaten'
















