Er is geen plek op de wereld waar het normaal is om rond half acht in de ochtend aan de zuip te gaan. Overal zal je met opgetrokken wenkbrauwen worden begroet wanneer je dat wel doet.
“Hey Bert, zit jij nou aan een halve liter pils, jongen? Het is nog niet eens tien uur?”
Behalve op vliegvelden. Nergens heeft de tijd zo weinig betekenis als daar. Vorige week vertrok ik van Schiphol en aangezien ik rond de klok van tien uur zou vliegen, arriveerde ik iets voor zeven uur in de ochtend in vertrekhal 1.
Gezien het feit dat het buiten de schoolvakanties was, waren er geen rijen en stond ik in een zucht en een scheet achter de douane. Daar zaten, en het was nog niet eens half acht, rustig mensen achter een glas bier. En wijn. En niemand keek er raar van op. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ook ik me wel eens schuldig heb gemaakt aan heel vroeg de vijf in de klok vinden op een luchthaven, maar ik was alleen en dat maakt het toch wat minder aantrekkelijk.
Dat veranderde toen ik eenmaal vertrokken was. In het vliegtuig wist ik me nog in te houden, maar daarna ging ik overstag. Rond het middaguur landde ik namelijk in Madrid, omdat ik daar moest overstappen, en zetelde ik mij aan een bar en bestelde in mijn steenkolenspaans een cerveza. Naast me kwam een man zitten, die hetzelfde deed, maar dan accentloos en vloeiend. Na een paar minuten draaide hij zich naar me toe en zei: “Je komt ze ook overal tegen, hè?” “Sorry?”, vroeg ik hem niet begrijpend.
“Tuinders, je komt overal tuinders tegen”, zei hij. Nou kom ik zelden tot nooit tuinders tegen. Sterker nog, er vanuit gaande dat hij zelf een tuinder was, was dit denk ik de eerste tuinder die ik in 25 jaar tegenkwam. De vorige was de vader van een klasgenootje van mijn broertje. Sindsdien, bij mijn weten, geen tuinder gezien.
Ik zei hem dat ik daar geen last van had, dat ik ze overal tegenkwam. Hij lachte een gele rij tanden bloot en zei: “Behalve dan elke ochtend in de spiegel, haha.” Het leek me een goed moment om hem mede te delen dat ik in ieder geval géén tuinder was. Hij: “Jij was toch ook op de tuindersbeurs voor organische kwekers deze week? We hebben nog staan praten.” Ik vertelde hem dat ik zojuist vanuit Amsterdam gekomen was en over drie uur weer verder zou vliegen, dus dat hij iemand anders moest bedoelen. “En je hebt ook geen tweelingbroer?”, probeerde hij nog. De overtuiging dat ik ook werkzaam ben in de agrarische sector was kennelijk nogal sterk.
Bij een tweede ontkenning liet hij het voor wat het was en begon een vrij saai verhaal over de voordelen van biologisch telen ten opzichte van regulier. Gelukkig moest hij al snel naar zijn vlucht. Wat ik wel interessant vind, is dat er kennelijk een tuinder rondloopt die als twee druppels water op mij lijkt. Als je hem bent of kent, meld je dan alsjeblieft even. Lijkt me lachen.
