Verlaten vrouw

Jacqueline (61): ‘Met 'zoek mijn iphone' zag ik dat hij op de wallen op bezoek was bij ladyboys’

Jacqueline (61) was dol op de man met wie ze na vier maanden al samenwoonde. Ze hadden veel lol samen en tóch was er al die 31 jaar iets dat niet klopte.

“In 1993 werkte ik in de horeca. Op een avond vierde een collega haar verjaardag en net toen ik de deur uitliep, kwam hij binnen. We keken elkaar vluchtig aan, maar wisselden geen woord en ik vergat hem meteen weer. Maar een paar avonden later, in een andere bar, schoof een man naast me met de slechtste pick-up line ooit: ‘Ken ik jou niet ergens van?’ Ik wilde net een honend antwoord geven, toen ik zag wie hij was: de man die ik eerder in de deuropening had gezien. Hij had mij dus ook herkend.
Twee weken later trok hij bij me in, hij verruilde de ene vrouw voor de andere. Nu zou je dat een red flag noemen, toentertijd heette dat: leven. Dat deed je gewoon, de ene relatie verbreken en hop, een andere beginnen. Onze blik was voortdurend vooruit gericht, niet naar binnen en al helemaal niet ­achteruit. Daarbij werd ik niet gehinderd door enige levenservaring. Dus toen hij na vier maanden vroeg of ik wilde trouwen, dacht ik: ik zeg maar gewoon ja. Niet uit naïviteit of omdat ik gevleid was, maar omdat het me een spannend avontuur leek. Later zeiden anderen dat ik helemaal niet het type was om getrouwd te zijn. En ik begrijp die opmerking wel. Vrijheid was belangrijk voor me. Maar voor hem ook. We werkten allebei in de horeca, daar hoort een rijk sociaal leven bij en dat gunden we elkaar.
De eerste paar jaar waren leuk. Hij kocht impulsief een restaurant in Italië, daar hebben we twee jaar gewoond. Toen we terugkwamen, zag ik bij het uitpakken van de koffers dat er op een paar van zijn kledingstukken glitter zat. Ik stond ermee in mijn handen en dacht: wanneer waren wij op een feestje waar met glitter werd gestrooid? Ik vroeg hem ernaar, maar eigenlijk deed zijn antwoord er niet toe: ik nam toch alles wat hij zei voor waarheid aan. Het was de rode draad in ons huwelijk. We konden het heel goed ­vinden samen, konden ook heel goed lachen en het deel dat minder goed was, negeerde ik. Maar liefst 31 jaar lang zag ik alle tekenen door de vingers. Ik zou kunnen zeggen: ik heb het 31 jaar met hem uitgehouden, maar dat doet ons huwelijk tekort. Ik hield van hem, heel veel. Mijn mantel der liefde was groot en gul. Na Italië en een kort verblijf in Nederland, vertrokken we naar Boedapest, waar hij voor een grote hotelketen ging werken. In de winter is daar niks te doen, dus ging ik in mijn eentje terug naar Nederland en vond daar mijn droombaan bij een zeer prestigieus hotel. En tussen de bedrijven door dacht ik telkens: er klopt iets niet tussen ons. Ja, we zijn gek op elkaar, maar er is iets niet in orde, ik kan er alleen mijn vinger niet op leggen. Ik merkte dat hij sterk naar een collega toe trok, daar in Boedapest. Ik vroeg hem of hij een affaire had. En toen gaf hij een heel ingewikkeld antwoord: ‘Als ik al met iemand iets zou hebben, dan niet met haar, want …’ en daarna volgden allerlei idiote argumenten. ‘Maar ik merk hoe leuk jullie het hebben’, antwoordde ik weer. ‘Ach, daar weet jij niks van’, was zijn reactie.
Die zin heb ik hem vaak horen uitspreken. ‘Daar weet jij niks van.’ Het was meteen het einde van elk gesprek. Toch wist ik zeker dat hij iets achterhield, noem het ­intuïtie. Ik raakte zwanger en in 2002 werd onze ­dochter geboren. Hij verhuisde weer terug naar Nederland, maar soms verdween hij een hele nacht. Belde ik hem, dan stond zijn telefoon uit. Dat gebeurde niet wekelijks maar zo eens in de drie maanden, zodat ik de vorige keer alweer vergeten was wanneer het opnieuw gebeurde. Ik kwam erachter dat hij MDMA gebruikte en hij ging ook steeds meer drinken. Er verschenen donkerrode wallen onder zijn ogen, zijn gezicht raakte opgezwollen en grauw. Bij de relatietherapeut die we bezochten, ­ontkende hij zijn probleem niet, maar zei doodleuk: ‘Ik kan echt niet beloven dat ik de drugs helemaal opgeef.’

Het waren uiteindelijk niet eens de drugs die ons nekten. Het was de somberheid die zich door die middelen van hem meester maakte en een sluier legde op het plezier dat ons verbond. In die tijd bracht ik voor het eerst een scheiding ter sprake. Maar dat onderwerp verdween weer net zo snel als het op tafel kwam. Ik denk dat ik simpelweg te veel van hem hield om door te zetten. De wereld waarin wij leefden, was die van het grote geld. We konden doen wat we wilden: feesten, spullen kopen, met vakantie. We investeerden in vastgoed dat steeds meer waard werd. Onze carrières verliepen voorspoedig, we verhuisden van stad naar stad, van land naar land, het ging ons almaar voor de wind.
Maar toen vond ik op een dag op zijn telefoon een bericht van een escortservice. Ik pluisde alles na en ook al vond ik verder niks, het was genoeg. Ik belde een advocaat. Die vroeg vijfduizend euro voorschot, maar mijn man beheerde ons geld en was heel alert en gewiekst. Als ik mijn plan doorzette, wist hij vast allerlei manieren om ons geld weg te sluizen en zou ik straks met lege handen achterblijven. En dus bleef ik bij hem. En faciliteerde ik intussen alles. Ik streek zijn hemden, regelde zijn visa, en zorgde voor onze dochter. Ondertussen begon ik hem wel steeds meer te verwijten dat zijn onmiskenbare geheim mij almaar verbitterder en achterdochtiger maakte. Achteraf denk ik: had ik maar eens een servies tegen de muur aan diggelen gegooid, maar ruzie maakte ik nooit.
Op een dag betrapte ik hem. Het was inmiddels maart 2024. Met ‘zoek mijn iPhone’ volgde ik zijn locatie; wat deed hij ’s nachts in de Bloedstraat in Amsterdam? Toen hij thuiskwam bekende hij dat hij inderdaad in de rosse buurt was geweest. Niet bij vrouwelijke sekswerkers, maar bij ladyboys: hij bleek al die tijd biseksueel te zijn geweest.
Al die jaren had ik hem gepamperd en af en toe gevraagd wat er scheelde. Ik had hem de ruimte gegeven om affaires te bekennen en keer op keer hield hij vol dat er niks aan de hand was. Dat liegen kwetste me het meest, niet dat hij seks wilde met anderen. We waren piepjong toen we elkaar leerden kennen en je kunt onmogelijk van een ander verwachten dat-ie in dertig jaar niet verandert. Maar mijn man wéét dat ik open-minded ben, waarom zei hij niet gewoon dat-ie ook op mannen valt?
Ik hoopte dat er nog iets te lijmen viel, maar een paar maanden later op een zaterdagochtend, zei hij dat-ie een afspraak met een vriend op het Leidseplein had. Toch eens kijken, dacht ik. En weer zat hij volgens zijn iPhone in de rosse buurt. ‘Je moet de groeten van Peter hebben’, zei hij toen hij thuiskwam. ‘Ik geloof niet dat je daar bent geweest’, antwoordde ik kalm. ‘En ik weet ook waar je wel was.’
Hij schaamde zich, zei hij later, daarom had hij nooit iets gezegd. Maar dit was natuurlijk niet hoe het moest zijn in een huwelijk. De ene dag alles opbiechten en de volgende dag weer stiekem doen.
Twee maanden later kocht ik een appartement. Murw van het strijden, maar ook opgelucht nu ik alleen nog voor mezelf hoefde te zorgen. Ineens heb ik alle tijd. Ik kan eten wanneer ik trek heb en opstaan wanneer ik wil. Ik ga weer fluitend naar mijn werk. Met mijn ogen niet naar binnen, niet ­achteruit, maar vooruit gericht, sta ik voortdurend in vakantiemodus.”

Dit artikel is afkomstig uit LINDA.262 DE KOUWE KANT lees hier het hele magazine.

Thumbnail voor Danielle (71): ‘Wie begrijpt nou echt wat er gebeurt als je verlamd raakt en wordt verlaten door je man?’Danielle (71): ‘Wie begrijpt nou echt wat er gebeurt als je verlamd raakt en wordt verlaten door je man?’Lees ook