Mijn oma en ik hebben een nauwe band. Ik bezoek haar vaak en deel details over mijn leven alsof ze een vriendin is. Onze levens zijn onvergelijkbaar, zij trouwde op haar veertiende met mijn opa, haar grote liefde.
Op een dag zag ze een foto van een groep mannen uit het dorp, haar zwager vroeg grappend wie ze de knapste vond. Ze keek en keek, zocht naar de man die haar blik kon vasthouden. Het was mijn opa die haar intrigeerde. Een jaar lang volgde ze hem iedere dag om te zien hoe hij zich bewoog, hoe zijn haar glom in de zon. Nooit keek hij haar kant uit, maar na een jaar werd haar hand gevraagd door de man die ze al een jaar lang achtervolgde. Ze kon haar geluk niet op en zo begon haar leven. Een leven waar ik een uitvloeisel van ben.
Al facetimend met oma vouw ik de was. Als ze me van de zijkant bekijkt, vraagt ze of ik misschien zwanger ben. Ik moet hard lachen en zeg dat ik dat echt niet wil, een kind, nu. En met wie moet ik dat maken, ik heb niet eens een vriend. Ze zegt grappend: ‘Je zei vorig jaar nu niet, je zegt nu nu niet, wanneer is nu Dilan?’ We moeten allebei hard lachen, het is de waarheid. Het moment waarop ik dacht: ik wil een kind is er eigenlijk nooit geweest. En wachtte ik daar eigenlijk op?
'Ik leer voor het eerst hoe het is om gelukkig te zijn met mezelf'
Toen we ophingen dacht ik na over de vraag wanneer ik wel denk dat het moment daar is. In mijn leven is er ruimte voor allesbehalve een baby. Maar is die ruimte er ooit? Is het niet zo dat je gewoon een kind krijgt, zoals mijn oma als vanzelfsprekend moeder werd, en je leven daarop inricht? Nee, dat is niet zo. Een kind krijgen is kiezen voor een bestaan waarin je een deel van jezelf opgeeft voor een groter goed. Het hoogst haalbare in het leven van mijn oma was een mooi, goed gezin creëren. Een nest vol liefde en potentie. Zichzelf daarvoor opofferen was vanzelfsprekend. Haar dromen deden er niet zoveel toe, als de dromen van haar kinderen maar uitkwamen.
Ik weet niet of ik kan leven met het gevoel dat ik niet al mijn energie kan geven aan het voeden en laten groeien van mijn dromen. Of ik kan leven met het idee dat ik een deel van mezelf naar achteren zet, al is het maar voor even. Ik weet niet of mijn droom een kind is en of dat ooit zo is geweest. Ik dacht altijd: een kind, dat gevoel en de uitvoering daarvan, dan komt later wel. Maar later werd nu. En nu is het nog steeds geen droom.
Het gevoel dat ik iets ga missen als nu misschien wel nooit meer komt, houdt me wel bezig. Al is het alleen maar omdat voortplanting diep in ons mensen zit. Ook ik heb onbewust ingeprent gekregen dat dat in ieder geval het enige is wat echt voor betekenis zorgt op deze aardbodem.
Ik denk aan alle koppels met kinderen. Hun geklaag over slapeloze nachten, een relatie die op spanning staat. Niet meer uit de bocht kunnen springen en de constante verantwoordelijkheid voor een ander wezen voelen. Ze krijgen er zoveel voor terug, maar verlangen ook naar dat ‘andere’ leven, een leven zonder kinderen. Als ik hieraan denk, denk ik dat ik nu, op dit moment, nog even niets mis.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Bij mijn oma zie ik toch altijd een glimp van medelijden als ze vraagt of ik al een geliefde heb'
















